Uit welke kast moeten biseksuelen komen?

Biseksualiteit zaait nogal wat verwarring binnen onze hokjescultuur. Het zweeft ergens tussen de twee bekende hokjes van hetero en homo in. Biseksualiteit wordt hierbij nogal eens weggezet als een fase of het nog niet weten bij welke van de twee je écht thuishoort. ‘’Maar jij valt eigenlijk op mannen, toch?’’ Kreeg ook ik weleens te horen toen ik met een vrouw aan het daten was.

Tekst: Heleen Zijlstra

‘De kast’

Zelf voel ik mij aangetrokken tot zowel mannen als vrouwen. Ik herkende me dan ook vrijwel meteen in de conclusie van het onderzoek naar biseksuelen van Emiel Maliepaard: ‘’Biseksuelen willen niet uit de kast komen’’. De wil en noodzaak om uit de kast te komen ontbrak bij mij, omdat het prima vertoeven is in het heterohokje, waar iedereen toch al automatisch bij ingedeeld wordt. Geen vragen, geen vooroordelen, geen gedoe. Daarbij ligt bij een coming-out de focus al snel op het uitkomen voor ‘volledig homo’ zijn en dat zou niet kloppen. Dus als ik al uit de kast zou komen, uit welke dan?

In het boek ‘The Epistemology of the Closet’ (1990) omschrijft Eve Sedgwick ‘de kast’ als een metafoor om de wereld te kunnen bekijken en indelen. Zij levert ook de nodige kritiek: ‘’Kasten zijn niet omvangrijk. De logica van de kast is gericht op een tweedeling van hetero-homo en definieert niet alle seksualiteiten.’’ Het representeert het idee van een hokje, waarbinnen weinig ruimte bestaat om fluïde te zijn en bijvoorbeeld op jongens én meisjes te vallen. Ik vraag me af hoe dit gedachtegoed tot stand is gekomen en of we daar in ons LHBT-tijdperk nog iets van kunnen leren.

Rotterdam Pride. Foto: Heleen Zijlstra

Mannelijk of vrouwelijk, hetero of homo

Het is niet voor het eerst dat biseksuelen te maken krijgen met onbegrip. Eind jaren ’60, toen de homo-bevrijdingsbeweging vorm kreeg, kwam seksuele voorkeur in veel landen op de politieke agenda terecht. Omdat biseksuelen vaak opereerden binnen een homo- of lesbische actiegroep vielen zij nauwelijks op in dit debat. In de loop van de jaren ’70 stonden, voornamelijk in de Verenigde Staten, toch een aantal biseksuele communities op, maar desondanks bleven ze het ondergeschoven kind ten opzichte van de homo’s en lesbiennes. Op veel fronten bleven ze bijvoorbeeld langer onzichtbaar.

‘’Op veel fronten bleven biseksuelen

langer onzichtbaar’’

Pas in 1995 pikte de media het onderwerp op, toen het voorpaginaverhaal van het Amerikaanse magazine Newsweek luidde: ‘’Bisexuality: Not gay, not straight. A new sexual Identity emerges’’. Daarnaast kreeg biseksualiteit de stempel ‘trendy’ en werd gezien als een spannende levensstijl, waar homoseksualiteit al serieuzer werd genomen als seksuele identiteit. Verschillende psychotherapeuten verdedigden het idee dat biseksuelen in werkelijkheid nog in ontkenning waren van hun homo-zijn. Zo schreef Hendrik Ruitenbeek, een Nederlandse psychoanalist, over biseksualiteit als mythe en schadelijk voor patiënten. Die moeten zich uiteindelijk toewijden aan het maken van een ‘oprechte seksuele keuze’.

We lijken het moeilijk te vinden om seksualiteit los te zien van een tweescheiding: je bent mannelijk of vrouwelijk, hetero of homo. Biseksuelen vallen daar moeilijk in onder te verdelen. In het Biseksuele Manifest, in 1990 geschreven door leden van de Bay Area Bisexual Network, willen zij duidelijk maken dat er niet enkel twee seksualiteiten bestaan: ‘’We zijn gefrustreerd dat van ons verwacht wordt te kiezen tussen een homo- en heteroseksuele identiteit. Biseksualiteit is een echte, fluïde identiteit. Laat je niet misleiden door het woord ‘bi’ dat een tweedeling suggereert. Ga er niet vanuit dat we twee kanten hebben en we met beide geslachten tegelijkertijd moeten zijn om gelukkig mens te zijn.’’

Over deze tweedeling sprak ik met Gert Hekma, inmiddels een jaar gepensioneerd van zijn 33-jarig docentschap homo- en genderstudies aan de Universiteit van Amsterdam. Wanneer ik hem vraag of hij als homo een relatie met een biseksueel aan zou gaan antwoordt hij eerlijk dat hem dat toch wel ingewikkeld lijkt. Gert: ‘’Ze worden nogal eens gezien als verraders van de homo’s. Ik heb vaak gezien dat er binnen de homo-community moeilijk gedaan wordt over een relatie met een biseksueel, uit angst dat iemand toch weer van gedachte verandert.’’

‘’Psychotherapeuten verdedigden het idee

dat biseksuelen in ontkenning waren

van hun homo-zijn’’

Alle mogelijkheden buiten het ‘LHBT-rijtje’

In zijn lessen op de UvA, net als in de boeken die hij heeft geschreven, richtte Gert zich minder op de bestaande hokjes en meer op het seksuele gedrag van mensen. Hij schetst graag een eindeloos palet aan mogelijkheden als het op seksualiteit aankomt, waarbij hetero en homo gewoon een van de velen zijn. ‘’Het belangrijkste is dat mensen open durven te experimenteren, zonder meteen een label op zichzelf te plakken. Je hoeft niet solidair te zijn met één groep’’, vertelt Gert.

Uit de kast komen is volgens hem ook heus niet voor iedereen nodig. Hij vertelt dat bij een coming-out soms veel verwachtingen komen kijken, waar je je misschien helemaal niet aan wil binden. Hij legt uit: ‘’Als klein voorbeeld ervaar ik op de Grindr-app voor homo’s dat je een keuze moet maken tussen ‘top’ of ‘bottom’. Met andere woorden: je moet of dominant zijn, of onderdanig. Je mag het niet tegelijkertijd zijn.’’

Gert wil de seksuele verlangens van mensen bespreekbaar maken. Iets dat hij ziet als een sleutelonderdeel binnen acceptatie van seksualiteit: ‘’Er komen steeds meer letters bij in het LHBT-rijtje. Maar volgens mij is het grootste probleem niet hoe we alles moeten noemen, maar het ongemak van mensen omtrent seksuele fantasieën. Als we hier meer over durven praten, kunnen we inzien hoeveel er mogelijk is buiten de bedachte hokjes of letters van het LHBT-rijtje.’’ Volgens hem is het dan ook belangrijk dat hier binnen het onderwijs veel aandacht aan wordt besteed. Niet alleen binnen de genderstudies, maar ook op scholen. De voorlichting die nu bestaat op scholen gaat volgens hem nog te veel over de hokjes die er bestaan voor hetero en homo: ‘’Daar is hetero de norm en staat homoseksualiteit ter discussie. ‘’Wat vinden jullie van homoseksualiteit?’’ wordt er dan in de klas gevraagd.’’

‘’Gert schetst veel mogelijkheden, waarbij hetero en homo gewoon een van de velen zijn’’

Rotterdam Pride. Foto: Heleen Zijlstra

Verplichte LHBT-voorlichting

Na het gesprek met Gert dacht ik terug aan mijn eigen middelbareschooltijd. Ik herinner me een ongemakkelijke biologiedocent, een instructievideo over veilig vrijen en klasgenoten die ballonnen blazen van condooms. Woorden als homoseksualiteit, laat staan biseksualiteit of seksuele diversiteit, heb ik naar mijn weten nooit horen vallen. Het is sinds 2012, het jaar van mijn slagen, verplicht in Nederland om op elke lagere en middelbare school voorlichting te geven over LHBT’s. Is de situatie sinds dat jaar verbeterd?

Een belletje met de onderwijsinspectie geeft me duidelijkheid over de richtlijnen voor deze LHBT-voorlichting. Ze zijn nogal vaag. Elke school mag zelf bepalen hoe er invulling aan de voorlichting gegeven wordt, er zijn geen afspraken over de frequentie of hoeveelheid en binnen de standaard inspectiecheck wordt er überhaupt niet gekeken of de verplichte voorlichting wordt nageleefd. Ik vroeg Philip Tijsma van COC Nederland wat er beter kan. ‘’Veel scholen geven aan dat ze dit een belangrijk thema vinden, dus dat is een positief signaal. Tegelijkertijd is gebleken dat de uitwerking vaak nog te wensen over laat. Een docent biologie kan tijdens een les zeggen: ‘’Oh ja en dan zijn er ook nog homo’s’’ en dat was dan de voorlichting,’’ vertelt hij. Om dit soort situaties te verbeteren wil het COC dat er nog meer stappen worden gezet. Hij zou graag zien dat de onderwijsinspectie tegen scholen gaat optreden wanneer zij de voorlichting niet geven.

Ook een belangrijk kritiekpunt volgens Philip is dat er inderdaad te weinig aandacht is voor seksuele diversiteit: ‘’Ook binnen onze eigen voorlichtingen wordt er eigenlijk alleen maar over homo’s gesproken. Dat er ook nog biseksuelen bestaan, panseksuelen, transgenders, non-binaire mensen, komt vaak helemaal niet aan de orde. Daar willen we in de toekomst aan werken.’’ Wat volgens Philip zou helpen is als docenten op de lerarenopleiding al leren hoe zij hierin zelf les kunnen geven. Zo kan het LHBT-onderwerp structureel in het normale lesprogramma opgenomen worden en wordt seksualiteit beter bespreekbaar.

‘’Er zijn geen afspraken over de invulling van de LHBT-voorlichting’’

De deur op een kiertje

De balans opgemaakt, lijkt de kastmetafoor van Eve Sedgewick nog steeds relevant. Het in-hokjes-stoppen van onze seksualiteit kunnen we maar moeilijk loslaten. Er wordt hard gevochten om homoseksualiteit te normaliseren op scholen en dat is natuurlijk een stap in de goede richting. Toch valt daarbij biseksualiteit (en alle andere manieren om van iemand te houden) op dit moment opnieuw in de schaduw van ‘hetero-homo’. Als we hierin niets veranderen, blijft het voor veel mensen lastig om voor iets anders uit de kast te komen.

Wat een goed begin zou zijn? Ik denk als iedereen de deuren van die kast eens open liet staan, of in ieder geval op een klein kiertje. Neem de Pride als voorbeeld. Laatst vierde ik die van Rotterdam met goede vrienden: een homo, twee biseksuelen en een hetero. We bewogen ons door een massa van kleur en verscheidenheid aan seksuele voorkeur. Zoveel hokjes bij elkaar dat de grenzen ervan vervagen. Misschien wel de beste les buiten het klaslokaal.


Heleen Zijlstra

Heleen Zijlstra is laatstejaars student Journalistiek. Ze is een onderzoekende journalist, heeft stage gelopen bij het wetenschapsprogramma NPO Focus en houdt een blog bij over ‘de Mechanische Mens’. Op lluid.nl en NWTV recenseert zij over films en muziek.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘’ Dat er ook nog iets anders bestaat dan homo’s, komt vaak niet aan de orde’’

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.