Biseksualiteit: niet uit de kast maar je wel uiten

Emiel Maliepaard is wetenschapper en doet onderzoek naar biseksualiteit. Hij loopt hiermee  als een van de weinigen voorop in Nederland. Zijn proefschrift is het eerste dat zich exclusief focust op biseksuelen. Hij promoveert aanstaande dinsdag op alledaagse ervaringen van biseksuele jongeren (18-35 jaar oud) in Nederland, zij maken een onderscheid tussen uit de kast komen en zich uiten als biseksueel.

Tekst: Joshua Zandberg

Hoe is je promotieonderzoek ontstaan?

Tijdens mijn masteronderzoek dat ik in Engeland deed, kwam ik een boek tegen: ‘Bisexual Spaces’ van Clare Hemmings. Ik dacht: hier wordt helemaal niks mee gedaan. Dit is een hele nieuwe focus en daar kan ik aan bijdragen met mijn kennis en achtergrond. Ik dacht: in Nederland kan ik hier vrij vrij makkelijk onderzoek naar doen. Het heeft hele goede inzichten opgeleverd binnen de sociale geografie.

Wat heb je ontdekt?

Ik heb bij de mensen die ik gesproken heb gekeken naar de mechanismen die plaatsvinden bij het wel of niet uiten van de eigen biseksualiteit. De belangrijkste conclusie is dat uit de kast komen als biseksueel voor hen een compleet andere interactie is dan jezelf als biseksueel uiten.

“Uit de kast komen is een heteronormatieve actie. Je moet tegen anderen zeggen dat je anders bent dan zij.”

Uit de kast komen is een heteronormatieve actie. Je moet tegen anderen zeggen dat je anders bent dan zij. Het is een bekentenis van je niet-heteroseksualiteit (pap, man, luister ik moet je iets vertellen) waarbij de nadruk enorm wordt gelegd op je eigen seksualiteit. Uit de kast komen wordt ervaren als: met anderen over je seksualiteit spreken terwijl je er met hen vaak helemaal niet over wilt spreken. Tot slot, het spreken over uit de kast komen impliceert dat je pas een gezond en voorspoedig leven kan leiden wanneer je uit de kast bent. Het is daarmee een doel op zich. Voor de deelnemers in mijn onderzoek geldt de veronderstelling niet per definitie dat nadat je uit de kast komt alles beter wordt. Bovendien past uit de kast komen ook niet altijd bij hun dagelijkse realiteit.

Emiel Maliepaard

En past dat bij de verwachtingen die je voorafgaand aan je onderzoek had?

Ik had vooraf verwacht dat mijn respondenten dat veel meer zouden doen omdat uit de kast komen enorm wordt neergezet als iets dat je moet doen. Het hele verschil tussen jezelf uiten en uit de kast komen als biseksueel had ik nooit zo sterk verwacht van tevoren. Maar het is wel tekenend. Dit betekent trouwens niet dat biseksualiteit onbelangrijk in het leven van de deelnemers is. De biseksuele identiteit is bij de meeste deelnemers aan dit onderzoek een belangrijk onderdeel van wie ze zijn, maar zeker niet alomvattend.

“De biseksuele identiteit is een belangrijk onderdeel van wie ze zijn, maar niet alomvattend”

Het is vaak echter niet relevant om dat te uiten in het dagelijks leven. Dat komt door twee zaken: in het dagelijks leven (werk, school, familie etc.) waarin zij zich begeven wordt er zelden gesproken over seksualiteit en relaties. Daarom wordt het als niet passend of niet acceptabel gezien om zomaar over je seksuele identiteit te praten. Daarnaast hoeft het voor de persoon zelf ook niet relevant te zijn. Let goed op: ik heb genoeg respondenten die er wel over spraken op momenten, maar alleen wanneer het ertoe deed voor hen. Het hangt heel erg af van je persoon en van hoe je je (op dat moment) voelt en wat je ermee wilt bereiken: zoals eerlijk gevonden worden, geaccepteerd worden, zelfvertrouwen uitstralen of een (tijdelijke) band met iemand opbouwen of versterken. Het is vaak niet eens een bewuste keuze om het wel of niet te zeggen. Dat maakt het nog complexer.

Er wordt vaak gezegd dat biseksuelen niet open zijn over hun seksuele identiteit vanwege stigma’s en stereotypen. In mijn onderzoek ligt dat iets genuanceerder. Belangrijke redenen om niet open te zijn, zijn onder meer: geen zin in drama of om dingen uit te leggen, perfectionisme, eigen onzekerheid en zich bewust zijn van heteroseksisme. Maar vooral dat het geen nut heeft om er wel open over te zijn. Met name bij mensen met een biculturele achtergrond was er de vrees voor stigma en negativiteit. Diegenen zonder die achtergrond hadden ook weinig tot geen angst voor negatieve reacties van andere mensen, hoewel sommigen wel degelijk negatieve reacties kregen.

Onzichtbaarheid

Een mechanisme dat veel biseksuelen zullen herkennen: je partnerkeuze maakt dat je door je omgeving als homo of hetero wordt gezien. In feite wordt iemand gezien als heteroseksueel by default en homoseksueel of lesbisch wanneer er sprake is van een partner van gelijk geslacht.  Verder, als je een partner hebt zullen mensen ook niet snel een gesprek met je aangaan over je seksuele oriëntatie, maar wellicht meer over die partner. En daarom is het veel moeilijker om jezelf als biseksueel te uiten; er moet vaak een dieper contact zijn voordat je dat doet. Maar ook hiervoor geldt: meestal. Zo sprak ik een iemand voor mijn onderzoek die op haar werk spontaan zegt: ‘o wat een leuke jongen en wat een mooie meid.’ Diegene wilde niet zozeer laten horen dat ze bi, is maar alleen dat ze die andere mensen leuk vindt.

“De onzichtbaarheid van biseksualiteit in algemene zin is wel een uitdaging”

Mij wordt naar aanleiding van mijn onderzoek gevraagd of het feit dat biseksuelen niet zichtbaar zijn een probleem is. En mijn antwoord erop is tweeledig: het is natuurlijk voor henzelf geen probleem om niet zichtbaar te zijn zolang ze het zelf geen probleem vinden. Maar de onzichtbaarheid in algemene zin is wel een uitdaging. Deelnemers geven bijvoorbeeld aan dat er rolmodellen ontbreken. De mensen die ik gesproken heb vertellen: ik wil zelf geen activist zijn. Maar als ik een artiest had gezien die zich zo had geuit of als ik überhaupt iets afwist van biseksualiteit toen ik jong was dan had ik in een eerder stadium mijn seksualiteit herkend en begrepen.

Verder is het in algemene zin lastiger om een vuist te maken voor biseksualiteit in beleid. Om meer aandacht te krijgen voor de gezondheidsproblemen die vaker voorkomen bij biseksuelen. Juist daarom moeten beleidsmakers proactief aandacht besteden aan deze groep en aan hun belangenbehartigers. Het is een grote groep mensen in de samenleving en ik zou graag willen dat er gekeken wordt naar wat er wel misgaat. Ik heb veel mensen geïnterviewd maar dit onderzoek is natuurlijk niet representatief voor élke biseksueel in Nederland. Ik heb in de loop der jaren de indruk gekregen dat er best veel dingen spelen bij biseksuele mensen: cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau bevestigen dat er moeilijkheden zijn. In vergelijking met homoseksuele mensen scoren biseksuele mensen wat betreft psychische en seksuele gezondheid nog veel slechter. We moeten nog ontdekken waar dat precies door komt. Hangt dat samen met je karakter, met je biseksueel zijn of zijn er andere factoren die een rol spelen?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.