‘Het was een kinderlijk soort liefde, platonisch en warm’ | Fulko uit Schiedam

Ik heb lang beweerd dat er niets in dit leven méér van waarde is dan vertrouwen. Als je niets en niemand vertrouwt, dan leef je niet. Zodra je verbinding maakt met een ander mens, is er een vorm van vertrouwen. Ik vertrouwde mijn ex tot in het diepst van mijn wezen en ik wist zéker dat dat in steen gebeiteld stond. Tot zij ook een ander ging vertrouwen. Meer nog dan mij. Wat toen gebeurde bracht een veel, veel grotere schok teweeg dan al mijn scheidingen bij elkaar.

Redactie: Rits de Wit
Illustratie: Wilbert van der Steen

Ted was mijn grote liefde op de basisschool. We waren altijd samen en hielden elkaar zo veel mogelijk stevig vast, alsof we bang waren dat de één de ander plotseling zou verlaten. Toen we elkaar op de PABO weer tegenkwamen leek het alsof er niets veranderd was. We kwamen weer bij elkaar over de vloer en hadden de grootste lol. Op een middag belandden we met een zak chips voor de televisie op het bed van mijn ouders, waar ik haar ontmaagdde. Ik had geregeld nogal hete erotische encounters met mijn buurjongen, op wie ik niet verliefd was maar wiens billen en lippen ik onweerstaanbaar vond. Als ik over hem vertelde leek Ted het niet te horen, of ze deed het lachend af als ‘dat puberale spelletje’. Ted was dol op mijn nogal ruim bemeten geslacht, kon er eindeloos mee spelen en kirrend op rijden, ik vond het prima om diep in haar te zijn waar het aangenaam warm en oermoederlijk zacht aanvoelde; alleen daarom al kon ik urenlang hard blijven. Toen ik klaar was met mijn studie en werk zocht, vroeg Ted me ten huwelijk. Ik zei meteen ja, alsof ze me een baan had aangeboden. Een dikke drie jaar was ik huisman in het flatje dat we hadden toegewezen gekregen. Ted stond voor groep 7/8 en kwam dagelijks thuis met vrolijke verhalen over ‘haar’ kinderen. Ze wilde ook een kind, zei ze, en ze voegde de daad bij het woord: ze stopte met de pil en raakte zwanger. Ik was blij, schreeuwde luidkeels van de daken dat ik de gelukkigste man ter wereld was, maar toen onze zoon geboren was werd ik depressief. Een week voor zijn eerste verjaardag besloot ik weg te gaan, alleen te gaan wonen en een baan te zoeken. Ik bracht op een dinsdag onze zoon bij Teds moeder, ging naar mijn ouders en sprak op Teds voicemail in dat ik was weggegaan en dat ik niet wilde dat ze me zou bellen. Tot mijn grote verbazing hoorde ik ook inderdaad niets, die avond niet, de daarop volgende dagen niet.

‘Ik deed het met de buurjongen, wiens billen ik onweerstaanbaar vond’

Max

De vierde dag belde ik Ted, die uitermate kalm de telefoon opnam en vriendelijk vroeg hoe het met me ging. Beter, zei ik. Ze snapte me wel, zei ze, en vroeg niet eens wanneer ik van plan was terug te komen. We spraken een dik uur en ik voelde opeens veel liefde voor haar, maar realiseerde me dat het een kinderlijk soort liefde was, platonisch en vertrouwd, ik voelde begrip en ruimte om mijn eigen weg te gaan. Dat gebeurde. Toen ik met Gregor ging samenwonen was Ted de eerste die in huis kwam helpen, en toen ik bij hem wegging ook. Op het moment dat ik, vrij spontaan, bij Max introk was Ted met onze zoon op vakantie, maar ze wenste me het allerbeste en zei dat ze hoopte me snel weer te zien. Zodra Max me de deur wees en Ted mij en mijn spullen kwam halen, realiseerde ik me pas dat ik met deze vrouw, met wie ik nog steeds officieel getrouwd was, het absolute goud in handen had. Als ik iemand ter wereld kon vertrouwen, als ik op iemand kon bouwen, was zij het, Ted, die ik nota bene impulsief had verlaten, met een klein kind naar wie ik nooit meer had omgekeken. Er was niemand in mijn leven die me zó sterk accepteerde zoals ik was, die geen eisen stelde en niets van me verwachtte en me desondanks als haar beste vriend beschouwde.

‘De brief was een snoeiharde klap in mijn gezicht’

Ted en Theodoor

Toen ik hoorde dat Ted een serieus auto-ongeluk had gehad – ik woonde toen net een paar weken bij Krist – wist ik me geen hemelse raad. Ik zocht haar in het ziekenhuis op met bloemen, maar wist niet hoe ik kon helpen. Ik beloofde elke dag te komen of te bellen, maar als ik dat niet deed kwam er geen verwijt. De man die ik voortdurend bij haar bed aantrof, een weinig imposante, maar kennelijk zorgzame Vlaming, bleek Theodoor te heten. Niet dat hij zich had voorgesteld; ik had herhaaldelijk getracht hem de hand te schudden, maar zonder resultaat. Het viel me op dat mijn telefoontjes met Ted steeds stroever verliepen. Ik vroeg me aanvankelijk af of het te maken had met de hersenbeschadiging die ze mogelijk had opgelopen, maar gaandeweg begon ik de invloed van Theodoor te merken: hij wilde niet dat ze lang met mij in gesprek was, dat zou desastreus zijn voor haar herstel. Dat was het begin van een drama. Theodoor begon me te bestoken met appjes over mijn verantwoordelijkheid als wettige echtgenoot en vader. Ik zou Ted veel geld verschuldigd zijn, en het grootste deel van het fortuin dat hij voor haar eiste was een compensatie voor het ‘emotionele leed’ dat ik ‘haar en haar kind‘ had aangedaan. Theodoor, klaarblijkelijk Teds nieuwe partner, deinsde er niet voor terug Krist op zijn werk te bellen als ik niet snel genoeg reageerde, hem voor gore bruinridder en smerige kontbonker uit te maken en te verkondigen dat we er van zouden lusten als ik hem zou blijven negeren. Toen ontving ik per post een brief van Ted – ik herkende het handschrift direct – waarin ze stelde dat ik een ‘typische slappe nicht’ was die niets had gedaan met zijn talenten, zijn vaderschap en zijn leven. “Ik ben er klaar mee”, schreef ze. “Jij profiteert sinds ik je ken alleen maar van anderen. Ik laat me niet meer door jou gebruiken, sukkel. Succes verder.”

De brief was een snoeiharde klap in mijn gezicht. Veel harder dan de pijnlijke echtscheiding die volgde, de rechtszaken, de afwijzing door mijn zoon die me nooit heeft willen ontmoeten, het overlijden van mijn moeder, het zure afscheid van Krist. Het was deze brief die me door de ziel sneed. Niet alleen omdat ik wist dat wat ze zei ontzettend wáár was, maar vooral omdat ik in één klap mijn vertrouwen in de mensheid kwijt was. Ik had nooit verwacht dat mijn Ted zich zou verbinden aan – en bovendien laten brainwashen door – een geschifte idioot als Theodoor. Ik was er van overtuigd dat zij onvoorwaardelijk mijn baken zou zijn, altijd bereid mij in iedere situatie mild, liefdevol en verstandig te benaderen. Dat bleek niet waar, ik was haar verloren.

Ik woon inmiddels zelfstandig, heb een baan bij de plaatselijke supermarkt en werk aan het vertrouwen in mezelf. Mijn vader, inmiddels oud en krakkemikkig, heeft me nodig en heeft zijn vertrouwen in mij gesteld. En dat wil ik geenszins beschamen.

Wil jij jouw verhaal over een jammerlijk mislukte relatie ook in deze rubriek? Neem contact met ons op via: info@degaykrant.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.