Missers in onderzoek transgender jongeren Amsterdam UMC

Het Amsterdamse genderteam behoort tot de oudste genderteams ter wereld. Internationaal levert het Amsterdamse genderteam ook nu nog het meeste onderzoek van alle genderteams. Op elk Europees of wereldcongres over transgenderzorg presenteert het Amsterdam UMC tientallen onderzoeken. Toch sta je soms raar te kijken als je onderzoek van dit genderteam leest. In dit geval het onderzoek naar het aantal aanmeldingen van transgender jongeren bij het genderteam in Amsterdam. Je kunt het volledige onderzoek hier lezen. De volgende zaken vallen me op:

  1. Assigned males/females

In het artikel wordt vaak gesproken over “assigned males” en “assigned females”. Dit zijn afkortingen voor de begrippen “assigned males AT BIRTH” en “assigned females AT BIRTH”. In het normale spraakgebruik praten we over transgender meisjes en transgender jongens, precies andersom dus. De meeste transgender jongeren zullen zich niet herkennen in een kreet die hun geboorte kenmerken bevat. Het gebruik van deze termen geeft mij het gevoel dat het geboorte geslacht belangrijker is dan het geslacht dat nu gevoeld wordt. Je kunt je afvragen of onderzoekers (waarvan een deel van hen ook diagnostiek doet) in staat zullen zijn om een genderbevestigende behandeling te starten als dit de manier is waarop ze – eigenlijk – naar transgenders kijken.

2. Roze en blauw

Dit is nog sterker het geval bij het diagram in dit artikel: voor transgender jongens wordt een rood/roze kleur gebruikt, voor transgender meisjes een blauwe lijn.

3. Genderdysforie versus genderincongruentie

Dit artikel gebruikt nog de oude kreten “Gender Dysforie”, in plaats van de nieuwe term “Gender Incongruentie”. De gegevens zijn afkomstig van poortwachters (psychologen die onderzoeken wie transgenderzorg mag krijgen – en wie niet). Het Amsterdamse genderteam gebruikt nog steeds geen Informed Consent (waar keuringspsychologen geen rol meer hebben).

4. Nederlandse aanpak

Dit artikel probeert aan te tonen, dat de “Nederlandse aanpak” van het verstrekken van puberteitsremmers aan jongeren ver voorop loopt ten opzichte van andere zorgverleners. Bij puberteitsremmers wordt de puberteit geremd waardoor kinderen die met een vrouwenlichaam geboren worden geen borsten krijgen en kinderen die met een mannenlichaam geboren worden geen baardgroei (en geen verlaging van de stem) krijgen. Wat ze er in dit onderzoek niet bij vertellen is dat er andere Europese genderteams zijn die al veel eerder cross sex hormonen verstrekken of operaties toestaan dan het Amsterdamse genderteam, manieren dus waardoor ook hun lichaam zich aanpast aan die van een opgroeiende volwassene in het niet-geboortegeslacht. Het artikel speculeert er rustig op los wat er allemaal verkeerd zou kunnen gaan waardoor mensen ten onrechte wel behandelingen krijgen. Ze blijven die angsten maar herhalen, ze in dit soort “wetenschappelijke onderzoeken” blijven herhalen zonder dat ze er een onderbouwing voor geven geeft de angsten het gevoel van “waarheid” die het niet zou moeten krijgen.

5. Oorzaak sterke groei

Minimaal twee van de onderzoekers werken al jaren voor het Amsterdamse genderteam (Steensma en De Vries). Beide zouden moeten weten, dat in de periode 2012-2016 (waar een sterke toename van het aantal jongeren te zien is) het Leidse genderteam gestopt is met de behandeling van transgender jongeren. Het was verstandig geweest als ze dit ook aan de internationale lezers (die dit feit niet kennen) hadden vermeld. In het artikel wordt dit niet genoemd.

6. Dysforie

Een van de resultaten van dit onderzoek is, dat ze hadden verwacht dat het psychisch functioneren slechter zou zijn dan in eerdere jaren maar dat het omgekeerde waar blijkt te zijn. De hoeveelheid dysforie over iemands gender is gelijk, de mensen die naar de kliniek komen zijn “nog steeds meer op zoek naar medische behandelingen dan naar ondersteuning en hulp”. Hier stopt de tekst, maar wat er – eigenlijk – achter had moeten staan is dat deze ondersteuning en hulp buiten het genderteam om goed geregeld zijn, bijvoorbeeld via zelfhulpgroepen bij Transvisie. De conclusie dat het genderteam zou moeten stoppen met het aanbieden van “hulp” waar niet om gevraagd wordt, wordt niet getrokken in dit artikel…

7. Complimenten

Het artikel geeft aan, dat “deze cijfers bewijzen dat vroege medische behandelingen ook voor de recente aanmeldingen een goede zaak kunnen zijn. Het is waarschijnlijk, dat eerder gevonden resultaten over de effectiviteit van het Nederlandse protocol dat puberteitsremmers bevat als onderdeel van een multi-disciplinaire aanpak ook van toepassing zijn op transgender jongeren die zich nu aanmelden”. Het is altijd goed om te zien dat onderzoekers van een universiteit de behandelaars van dezelfde universiteit (meestal dezelfde mensen omdat veel onderzoekers ook transgenderzorg verlenen en omgekeerd) complimenteren. Je zou ook de conclusie kunnen trekken dat de dysforie over mensen hun gender nog steeds niet afgenomen zijn. Dat is verontrustend, omdat veel transgender jongeren lijden onder deze dysforie. De onderzoekers in dit onderzoek hebben geen voorstellen gedaan om behandelingen aan te passen om de dysforie te verkleinen (bijvoorbeeld door jongeren eerder cross sex hormonen te verstrekken, of door ze eerder operaties aan te bieden).

8. Oorzaak meer transgender jongens

Een van de theorieën die de psychologen hebben om de toename van transgender jongens te verklaren is dat “het makkelijker voor als vrouw geboren mensen is om open te zijn over hun transgender gevoelens, omdat ze minder stigma ervaren als ze zich mannelijk gedragen dan het voor als man geboren mensen is om zich op een vrouwelijker manier te gedragen”. Dit is een heel rare gedachte. De Nederlandse samenleving is minder strikt gescheiden qua genders dan een jaar of 8 geleden: de Nederlandse spoorwegen geven informatie met “Beste reizigers” in plaats van “Dames en heren”, de Hema hangt kleding voor jongens en meiden door elkaar en het gender vrije toilet komt regelmatig in het nieuws. Wanneer de aannames van de auteurs correct zou zijn, dan zou je grote verschillen tot 2012 zien en een afname in de verschillen vanaf 2012. Het is precies het omgekeerde… Deze auteurs leven in Nederland, welk deel van de Nederlandse samenleving hebben ze gemist?

9. Non-binair

Ze zien dat UGDS niet een goede schaal is om naar non-binaire mensen te kijken, maar ze benoemen niet dat DSM-5 criteria niet goed afgestemd zijn op non-binair voelende mensen. Dit is eerder benoemd op de EPATH in Gent in 2015 en kwam ook op de EPATH in Rome in 2019 ter sprake, en desondanks zien de auteurs van het Amsterdamse genderteam dit niet. Dit zou kunnen komen, doordat de DSM in hun dagelijks werk gebruikt wordt en deze mensen niet de basis van hun behandeling ter discussie willen stellen. Wanneer ze het wel besproken hadden, wanneer ze mensen toe zouden staan om behandeld te worden volgens de criteria in ICD-11, dan zouden ze ECHT transgenders helpen om hun behandeling sneller te krijgen. Dat zou er ook voor kunnen zorgen dat transgenders zouden stoppen met het liegen over hun gevoelens, alleen omdat ze bang zijn dat ze anders niet onder de diagnose criteria van de DSM zullen vallen.

Tot slot… 

Er zijn heel veel zaken die ik mis in dit artikel. Er wordt niet gesproken over de verbeteringen in de zorg zoals we die nu zien. Er wordt niet gesproken over Informed Consent, over minder controles, over het baseren van de behandeling op wat de transgender over de noodzaak voor andere lichaamsdelen vertelt (in plaats van de behandeling te baseren op basis van wat het genderteam bereid is aan te bieden op basis van starre protocollen). Er wordt niet gesproken voor de noodzaak voor meer decentrale zorg voor transgender jongeren. Er wordt niet gesproken over mogelijkheden om de hoeveelheid dysforie te verminderen door eerder cross sex hormonen of operaties aan te bieden. Het onderzoek lijkt maar één doel te hebben: de behandeling zoals die er nu is laten zoals die is. Dat negeren van ontwikkelingen in het eigen vakgebied en het negeren van de omgeving waarin je werkt, is wat mij betreft geen goed onderzoek.

We hebben het Amsterdamse genderteam om een reactie gevraagd. We hadden deze graag toegevoegd aan dit betoog. Helaas hebben ze niet gereageerd op ons verzoek.

Frederique


Frederique

 

 

2 thoughts on “Missers in onderzoek transgender jongeren Amsterdam UMC

  1. Boomer! schreef:

    Slordig, Frederique. Nee, jij niet. Maar die wetenschappers. Als in de wetenschap nu iets belangrijker is dan de conclusie, dan is het wel de kritiek. Het Amsterdamse genderteam had je op zijn minst per direct mogen bedanken voor je goed onderbouwde kritiek. In plaats van helemaal niet te reageren.

    In de boomertijd, de mijne, was het anders. Als je ten minste niet bij het “klootjesvolk” hoorde. Daar was juist het jezelf zoeken en zijn een thema. En als je dat gevonden had juist leuk en lekker voor jezelf. Zeker als je er verder niemand kwaad mee deed, maar er zelf meer “heppie” van werd.

    In de tijdgeest van nu zie ik steeds meer de “kun je ook niet gewoon normaal doen”-drang. Als ik zo je kritiek lees, dan proef ik tussen de regels door dat de wetenschappers een voorkeur hebben om naar die conclusie toe te schrijven. Dat vind ik helemaal zorgwekkend: Als mensen met een verstandsdiploma niet meer juist door nieuwsgierigheid gedreven worden. (Ik zou bijna heel Hollands zeggen: En wat heeft dat allemaal niet gekost om die op te leiden dan?) Het kan natuurlijk zijn dat het gender team er nog over moet vergaderen omdat de meningen verschillen. Maar dan moet je jezelf geen wetenschapper meer noemen maar een praatgroep met stemronde.

    Tot slot, ik heb zelf een vreselijke hekel aan politiek correcte woorden, maar al lezende jeukte bij mij één woord: behandelen. Een gebrek, afwijking of gewoon een wondje kun je behandelen. Maar een identiteit toch niet? Het suggereert dat het team het ook bekijkt uit de optiek van een manco dat eventueel gecorrigeerd kan worden. Ik denk dat bij identiteit van binnen naar buiten moet kijken. Maar niet als “behandelaar” moet zeggen, het is wil goed zo, maar wil je dan meer of juist minder behaarde benen. Om maar een suf voorbeeld te noemen. Want daar zijn behandelingen voor. Het is zo, uhm, helemaal niet empathisch. Alsof je om winterbanden komt vragen en het er alleen om gaat of de lease maatschappij dat betaalt of niet.

    Ik vind het juist normaal dat als je al op zoek gaat naar je identiteit, je weg vindt, je daarbij alle steun en applaus krijgt die je verdient. En alle nieuwsgierigheid om te ontdekken hoe je daarin beter geholpen kunt worden. Het moge een voorbeeld zijn voor wetenschappers die hun identiteit als wetenschapper kwijt zijn, of hun diploma met veel bijlessen kado hebben gekregen zonder ooit een goede wetenschappelijke identiteit te hebben ontwikkeld.

  2. Frederique schreef:

    Hallo Boomer!, bedankt voor je uitgebreide reactie. Het zal je niet verbazen dat we het over vrijwel alles eens zijn ;-).

    Je punt over behandelaars is een ontzettend goed punt, ik zal daar verder over nadenken. Tot dusver zag ik het zo, dat het veranderen van iemands lichaam van hoe het nu is naar hoe het zou moeten zijn een behandeling vereist (en dan voelt de term behandelaar neutraal en jeukt het bij mij niet). In die zin ben ik ook blij met het ICD-11 label “gender incongruence”.

    Maar als we praten over “transgender zorg”, dan kun je het inderdaad zo zien zoals jij beschrijft, en dan jeukt het bij mij ook. Ik zal kijken of ik in volgende blogs en artikelen een ander woord kan gebruiken,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.