Non-binary en minderheidsstress

In april dit jaar ben ik naar de EPATH (het Europese congres voor transgenderzorg) in Rome geweest. Er waren twee workshops, die voor cisgenders goed weergaven wat het is om transgender te zijn en waar zorg de mist in gaat.

Deze verhalen raakten meerdere transgenders in de zaal. Het raakte mij. Het idee dat het gemiddeld veertien jaar (!) duurt tussen het moment dat transgenders voor zichzelf erkennen dat ze transgender zijn en het moment dat ze voor het eerst uit de kast komen. Veertien jaar van zelf uitzoeken, Google, Facebook, degaykrant.nl, jezelf accepteren… Ik vond het goed hoe in de workshop over diagnostiek beschreven werd dat niemand zo maar op zoek gaat naar transgenderzorg. En dat allerlei vragen die neerkomen op “is het geen bevlieging”, of “heb je er wel goed over nagedacht” dus volkomen misplaatst zijn.

Sociale contacten

In de workshops en ook in diverse sessies over onderzoek kwam naar voren dat transgenders vaker dan gemiddeld moeite hebben met sociale contacten. Ik herken dat. Ook bij mijzelf. Ook op een congres als de EPATH sta ik regelmatig alleen. Dat vind ik in het algemeen niet vervelend: ik leef alleen, ik woon alleen. Meestal voel ik me daar niet eenzaam bij en soms moet ik ook alleen zijn: ik word helemaal gek als ik een hele dag met collega’s of met anderen in gesprek ben. Dat alleen zijn is iets wat bij mij hoort.

“Er zijn geen non-binary rolmodellen”

Onzichtbaar

In de workshop over non-binary werd verteld hoe weinig er gesproken wordt over non-binary. Hoe weinig non-binary in onze maatschappij zichtbaar is. Er komen geen non-binary mensen voor in commercials, in boeken, in televisieseries. Er zijn geen non-binary rolmodellen. Die onzichtbaarheid maakt ook, dat mensen met een non-binaire genderidentiteit vaak het gevoel hebben dat ze alleen staan.

En dat idee, dat het alleen staan dus niet (alleen) het gevolg is van wie ik ben en wat mij hoort, maar dat het in een andere maatschappij die veel meer aandacht zou hebben voor mensen met een non-binary genderidentiteit zoals ik dus ook heel anders zou kunnen zijn, dat raakte mij. Misschien heb ik mijzelf (net) iets te vaak verteld dat het normaal is om alleen te staan? Ben ik (net) iets te vaak afgeknapt op groepen waar ik niet in pas, pas ik me in groepen (te) vaak aan aan een ander wat heel veel energie kost? En misschien zijn er toch (wel) groepen waar ik (wel) in pas? Onderzoekers noemen minderheidsstress vaak als reden voor gebrek aan sociale contacten.

Zou dat zijn waar ik last van heb? Minderheidsstress?

Lees hier mijn samenvatting van de EPATH. 


Frederique

Frederique

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.