Het ‘dubieuze’ ontstaan van Artikel 1 van de Grondwet

Recent nam Bas de Gaay Fortman in Trouw (3 augustus) stelling tegen COC Nederland dat vindt dat ook LHBT-rechten expliciet in de Grondwet zouden moeten worden verankerd. Dit zou zelfs ‘onnodig en contraproductief’ zijn. Het huidige artikel luidt: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan.’

Bas de Gaay Fortman is er trots op dat door dit woordje ‘allen’ iedereen die onder Nederlands gezag valt recht heeft op gelijke behandeling. Dit begrijp ik. Ik zie echter niet in waarom dit aspect niet zou kunnen worden gehandhaafd indien de LHBT-rechten wel worden genoemd. Het zou uiterst merkwaardig zijn als er een hele rits non-discriminatiegronden wordt genoemd en de LHBT-rechten hierbuiten blijven vallen. Te meer als we naar de ontstaansgeschiedenis van het fameuze Artikel I kijken.

De Regering had in haar voorstel bijvoorbeeld wel godsdienst en politieke gezindheid expliciet als grond van discriminatie genoemd, maar seksuele geaardheid erbuiten gelaten omdat dit nog taboegevoelig zou zijn. (voor de christelijke partijen) Ik zat toen in de Kamer en heb hierover intensief overlegd met degenen, die dit geen goede opzet vonden, met name met Markus Bakker (CPN) en Annelien Kappeyne van de Coppello (VVD). Wij zochten een compromis waarbinnen LHBT’ers eveneens beschermd waren. ‘Op welke grond dan ook’, waarmee Bakker kwam, was voor dat moment het meest acceptabel. Ik was toen het enige openlijke homoseksuele kamerlid. Van verschillende kanten was de vraag of hiermee te leven viel. Bakkers voorstel werd overgenomen. Gelet op het taboe-aspect en een zeker gesjoemel dat ervoor nodig was, verdiende de totstandkoming van het artikel niet echt een schoonheidsprijs.

“Wij zochten een compromis waarbinnen LHBT’ers eveneens beschermd waren”

Logisch zou het artikel hebben geluid: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan.’ Maar gelet op deze voorgeschiedenis is het gerechtvaardigd dat de LHBT-rechten nu wel expliciet worden genoemd. Zeker als de daarbij de uitgesproken agressie in de publieke ruimte tegen LHBT’ers betrekken. Van het niet blijven noemen van LHBT-rechten zou de suggestie uitgaan dat er een hiërarchie in grondrechten zou zijn. Dit moet voor alles worden voorkomen.

Coos Huijsen

Historicus, oud-lid van de Tweede Kamer

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.