Onderwijsminister Arie Slob en het bijzonder-jihadistisch onderwijs. 

Ik heb ooit – zo’n twintig jaar geleden – een jaar of twee als onderwijsadviseur voor een onderwijsadviesbureau gewerkt. Ik bezocht heel veel mbo- en hbo-opleidingen door het ganse land om ze te begeleiden bij allerhande onderwijsvernieuwingen. 

Op een dag stond ik voor een groep docenten en directieleden van een uiterst christelijke school ergens in de bijbelriem te oreren over de verschillende facetten van onderwijsvernieuwing en over de keuze in snelheid waarmee de school deze zou kunnen verwezenlijken. “Het maakt niet uit welk traject u kiest,” hield ik mijn luisteraars voor, “Maar maak dit schooljaar in godsnaam nog wel een keuze.”

Een goed uur later was het pauze. Een van de de directieleden sprak mij aan. “Ik moet u even corrigeren,” zei de man. Nu voelde ik me als homoseksueel op die school toch al een beetje als een vis uit het meer van Tiberias op het droge (en had ik zo goed mogelijk mijn best gedaan zo hetero mogelijk over te komen), dus ik was benieuwd of ik wellicht aan de aanwezigen iets van mijn overigens vrij openlijke homoseksualiteit had laten merken.

“Wilt u de naam van de Heer alstublieft niet meer ijdel gebruiken,” zei de man. Ik dacht diep na. Wat had ik gezegd om deze man tegen het hoofd te stoten? Had ik in mijn onderwijsvernieuwingsdrang lopen tieren en vloeken? Ik kon het me nauwelijks voorstellen. “Nee, nee,” zei het directielid, “Het ging me om de term ‘in godsnaam’.”

“Godzijdank, als dat alles is,” floepte ik er bijna uit. Gelukkig kon ik nog net op tijd mijn hand voor mijn mond slaan en de man serieus toeknikken.

Ja, we hebben in dit land bijzonder onderwijs en al wie daarmee te maken krijgt zal dat weten ook.

“Scholen voor bijzonder onderwijs mogen homoseksualiteit afkeuren en dat in hun personeelsbeleid en lessen tot uitdrukking brengen.”

Zo moest André Rouvoet, een van de christelijke voorgangers van de huidige – christelijke – minister van onderwijs Arie Slob, in 2010 op kamervragen al antwoorden: “Scholen voor bijzonder onderwijs mogen homoseksualiteit afkeuren en dat in hun personeelsbeleid en lessen tot uitdrukking brengen.”

Aanleiding voor de kamervragen waren de omstreden uitspraken over homoseksualiteit van bestuursvoorzitter Kumret Camdere van de islamitische basisschool As-Siddieq in Amsterdam. Camdere vertelde dat homoseksuele leraren niet op zijn school worden aangenomen. Ook vertelde deze school aan de leerlingen dat homoseksualiteit niet verenigbaar zou zijn met de islam.

Op 13 januari 2015 verstuurde het COC aan de eerste kamerleden een brief met daarin de oproep in te stemmen met het initiatiefwetsvoorstel tot afschaffing van de “enkele-feit” constructie: de regelgeving waarbij openlijke LHBT+ers in het religieus onderwijs in Nederland (docenten én leerlingen) van school weggestuurd konden worden.

Na een lange weg, sneuvelde de enkele-feitconstructie, ondanks de tegenstand van mannen als Seegers en Rouvoet van de ChristenUnie. Reeds begin juli 2009 sloeg toenmalig ChristenUnie-leider Rouvoet een piketpaaltje in een interview in het eigen partijblad Handschrift: “Het zal niet gebeuren dat onder een kabinet waarin de ChristenUnie zit, ingeboet zal worden op de vrijheid van onderwijs. Daar zullen we onze grenzen duidelijk markeren.”

Als de situatie niet zo godvergeten (reformatorisch lesgevend Nederland mag mij weer op het matje roepen) triest was, zou het haast grappig zijn: Arie Slob, de ChristenUnie-minister van onderwijs, die nu aan de inwoners van dit land moet uitleggen dat bestuur en docenten van het islamitische Cornelius Hagalyceum in Amsterdam met ons belastinggeld in zijn jihadistische en ultra-orthodoxe salafistische geloofsijver te ver is gegaan en dat hij de geldkraan van die school eigenlijk niet dicht kan draaien.

Hoogleraar Onderwijsrecht Paul Zoontjens van de Universiteit Tilburg in het NOS-journaal: “Op het moment kan de minister van Onderwijs heel erg weinig doen. Dan moet men eerst de wet wijzigen. Die machteloosheid heeft de politiek aan zichzelf te danken: de politiek heeft de afgelopen jaren niets aan  dit probleem gedaan.”

Het zou te lachwekkend voor woorden zijn, als de situatie niet zo allejezus (excusez le mot) bitter was: de constatering dat met de angstvallige bescherming van allerlei religieuze waarden van het bijzonder onderwijs (én met volledige overheidsfinanciering daarvan) in dit land de schooldeur naar jihadistisch onderwijs heel eenvoudig wagenwijd opengezet kan worden.

Ik denk dat Arie Slob, onze ChristenUnie-minister van onderwijs, in godsnaam eerst maar eens de halal-boter van zijn hoofd moet halen voordat hij weer feestelijk een school voor bijzonder onderwijs in dit land gaat openen.


Als de wachtkamer van het hemelrijk,
voelt de roomwitte kamer opgeruimd doods aan.
“Ben je bang voor de dood?” vraag ik aan haar.
Ze schudt met haar verstand.
“Nee,” antwoordt ze: “Ik ben klaar om naar huis te gaan.”

“Waar is thuis?” vraag ik haar en zij glimlacht
naar het wolkendek dat op een kier wordt gezet.
Uit de scheur wuift God haar verkoeling toe.
Zijn zucht raakt ook mijn hand.
“Waar vader aanvoelt als een moederschoot zo zacht.”

Ik kruip in bed, vlij mij tegen haar aan.
Zoals zij Gods tocht wenst, wens ik de moederhaard
die mij dovend teder warmt als ik droom
van een zacht vaderland
waarnaartoe zij zonder angst door de scheur is heengegaan


Rick van der Made

One thought on “Onderwijsminister Arie Slob en het bijzonder-jihadistisch onderwijs. 

  1. TOP!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Zo goed geschreven en geformuleerd, bravo lieve vriend!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.