Marginalisatie is geen vrijbrief voor discriminatie

Enkele weken geleden zat ik met mijn beste vriendin Lianne op het terras te genieten van een glas wijn, en we raakte op een gegeven moment aan de praat over digital blackfacing. Naast ons zat er een Afro-Amerikaanse man, en toen hij het woord ‘blackface’ hoorde, mengde hij zich in ons gesprek. Wat bleek, de man ving alleen ‘blackface’ op uit het gesprek, dus ik legde de man uit waar we het precies over hadden. Maar zijn reactie was anders dan ik had verwacht: “Mensen moeten zich niet zo druk maken,” zei hij.

Vervolgens stelde hij dat president Trump meer voor de Amerikaanse bevolking had gedaan dan president Obama ooit zou kunnen. Ik keek de man glazig aan maar ik was wel geïntrigeerd dus Lianne en ik gingen met hem in discussie. We hebben uiteindelijk twee uur lang met deze man gepraat, en ik was echt met stomheid geslagen over het wereldbeeld van deze man.

“Ik was met stomheid geslagen over het wereldbeeld van deze man”

Gedurende de discussie kwamen bijna alle grote woke-onderwerpen aan bod: racisme, homofobie en misogynie (vrouwenhaat). De man stelde dat president Obama geen ‘echte’ Afro-Amerikaan is omdat zijn vader uit Kenia komt, vond dat vrouwen de achternaam van hun man moeten aannemen omdat het zo hoort en dat mannen die op een sport gaan met andere mannen sowieso homoseksueel zijn omdat ze omringd willen worden door andere mannen. Afgezien dat ik mij helemaal niet kan vinden in deze uitspraken, was ook behoorlijk verbaasd: een Afro-Amerikaanse man die waarschijnlijk veel ongelijkheid heeft ervaren, heeft conservatieve beelden over andere gemarginaliseerde groepen. Later realiseerde ik mij iets belangrijks: mensen die ongelijkheid ervaren, zijn niet altijd even sympathiek naar hun lotgenoten.

Poten wegzagen

Discriminatie tussen gemarginaliseerde groepen is overduidelijk. In de homogemeenschap is racisme zeker nog aanwezig en is er onderling ook onenigheid over de aanwezigheid van transmensen. Desondanks dacht ik wel altijd dat mensen sympathieker waren naar elkaar wanneer zij zelf ongelijkheid hebben ervaren, omdat het juist iets is wat zij allen gemeen hebben. Hoe meer ik er echter over nadacht, hoe meer ik mij realiseerde dat dit onjuist is maar ook vooral hoe naïef dit is. Homomannen kunnen racistisch zijn, blijkt keer op keer. Transmannen en -vrouwen kunnen ook bigoted zijn, zoals een Caitlyn Jenner die Trump-supporter was. Zwarte vrouwen delven helemaal aan het onderspit want zij zijn ervaren misogynie én racisme (wat tevens een eigen term heeft: misogynoir). Het zijn slechts enkele voorbeelden maar illustreren een groter beeld: we zagen de poten onder elkaars stoelen weg.

“Homomannen kunnen racistisch zijn. Transmannen en -vrouwen kunnen ook bigoted zijn”

Open ogen

Het is erg vreemd dat we geen sympathie hebben voor anderen die ook ongelijkheid hebben ervaren. Juist omdat we allemaal weten hoe is om zo behandeld te worden door de maatschappij, zou het logisch zijn dat we elkaar helpen. De realiteit laat echter het tegenovergestelde zien, en we saboteren elkaar. De keren dat ik het zelf heb meegemaakt, kreeg ik ook het idee dat men dacht dat het gerechtigd was omdat ze zelf gemarginaliseerd zijn. Maar dat is juist het probleem: je eigen minderheidsstatus is geen vrijbrief voor bekrompenheid, het zou juist je ogen moeten openen; het moet onderlinge marginalisatie marginaliseren.


Rocher is afgestudeerd in International Public Management & Policy aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Daarnaast heeft Rocher een jaar lang columns geschreven voor Erasmus Magazine en schrijft hij zijn eigen columns via zijn Medium-account

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.