Verborgen

Biweekly

Ik keek naar Hannah Gadsbies’ show Nanette. Ze vertelde dat zij haar oma nooit verteld heeft dat ze lesbisch is. Ik moest toen aan mijn eigen oma denken.

Ik heb een beppe, zo noemen Friesche mensen hun oma. Ik zie haar niet zoveel als ik zou willen. Ze is oud. Ik hou dingen uit mijn leven bij haar vandaan. Dat ik biseksueel ben. Dat ik daarom andere keuzen dan voorheen maak. Dat ik voorzitter van LNBi ben, columns voor de Gaykrant schrijf en andere dingen voor mensen die meer dan gender liefhebben doe; ik zeg het haar niet. Het liefst zou ik willen schrijven dat ik het niet nodig heb, dat het wel eens ter sprake komt. Want hoe belangrijk is mijn seksualiteit nou? En dat ik dan eerlijk zal zijn. Maar dat is niet zo. Ik heb genoeg kans gehad om te vertellen wat ik doe als zij naar mijn leven vraagt. Misschien weet zij het allang of voor een deel of misschien niet. Ik vermoed dat ze mij nog steeds als een heteroseksuele kleinzoon beschouwt. Ik schaam me omdat ik niet voldoe aan het beeld van de hetero-kleinzoon. Nog steeds. Openlijker voor je seksuele oriëntatie uitkomen dan op een boot tijdens de botenparade in Amsterdam kan ik niet bedenken. Ik schaam me niet op zulke momenten. Tenminste, dat denk ik. Maar mezelf openen wanneer het ertoe doet, eerlijk zijn tegen beppe: ik durf het nog steeds niet. Want ik schaam me.”

“Eerlijk zijn tegen beppe: ik durf het nog steeds niet. Want ik schaam me.”

Ik hoorde het deze zomer: ‘jij hebt het gezin van de toekomst’. Ik hoor soortgelijke opmerkingen vaker. Ik voed mijn kinderen op, zoals iedere ouder dat doet. Met opvattingen over wat het goede leven is, wat hen gelukkig maakt en hen doet groeien en bloeien tot volwassen mensen. Kwalificaties dat ik mijn tijd vooruit ben, zelfs een voortrekker ben door mijn leven als openlijk biseksueel met een gezin zijn misschien vleiend. Eronder zit iets anders. Dat gevoel is vrij simpel te omschrijven. Ik ben mijn tijd niet vooruit. Ik wilde niet voorop gaan toen ik mezelf kon snappen als biseksueel. Ik wilde slechts iemand die diens hand geruststellend op mij legde. Er zijn momenten dat ik die hand nog steeds nodig heb. Want ik ben opgevoed tot een heteroseksuele man, achttien lange jaren lang. Eigenlijk nog wel langer. Ik hoorde vroeger in de kerk die ik iedere zondag minimaal een keer bezocht dat homoseksualiteit een zonde is. Ik kroop dieper weg en verschool me achter mijn ‘heteroseksuele’ kant. Daar is onder meer mijn schaamte ontstaan. Er was niemand die me kon en wilde leren wie ik was. Daarom leerde ik mezelf kanten die ik niet snapte te verbergen.

Dat doe ik nog steeds. Verbergen zit nog steeds in mij. Iedereen mag van mij weten wie ik ben. Ik wil bijna altijd vertellen waar ik voor sta, hoe zogenaamd vooruitstrevend ik ben. Ahum. Zet het online op social media, op de televisie of in kranten. Het gebeurt en het maakt me niet uit. Toch zal ik voorlopig nog de heteroseksuele kleinzoon van mijn beppe blijven. Ik hoop dat het ooit anders wordt.


Joshua Zandberg is voorzitter van het Landelijke Netwerk Biseksualiteit en elke week schrijft hij een column over zijn leven als bi-man.

Lees hier zijn column van vorige week: ‘Ongewoon zijn!’

Joshua Zandberg
Joshua Zandberg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.