Het Gerard Reve-museum

In Nederland gaan we krampachtig om met onze helden. Oorlogshelden hebben we niet, standbeelden van zeehelden worden besmeurd of van hun sokkel getrokken en sporthelden moeten vooral gewoon doen. Want dan doe je al gek genoeg.

Met onze grote schrijvers gaat het al net zo. W.F. Hermans bijvoorbeeld, wordt in zijn geboorteplaats Amsterdam ‘geëerd’ met een lelijke tochtsteeg die zijn naam draagt.

Ooit werd hij door het extreem linkse stadsbestuur wegens een reis naar Zuid-Afrika in de ban gedaan, wat een paar jaar later tijdens een eerbetoon in het Amstelhotel weer werd opgeheven.

Maar in de tussentijd was al veel leed geschied, Toenmalig burgemeester Ed van Thijn (PvdA) gebood zo ongeveer in zijn eentje het stopzetten van een tentoonstelling met foto’s van Hermans in het Stedelijk Museum en gemeenteraadslid Annemarie Grewel (ook PvdA) vond dat al Hermans’ boeken uit Amsterdamse bibliotheken moesten worden verwijderd.

Een lezing van de schrijver in De Balie werd afgelast wegens een bommelding. Na de festiviteiten in het Amstelhotel zou Hermans nooit meer in de stad komen.

‘Dat geld gaan ze maar op de gracht halen’

Over eerbetoon gesproken: het lijk van Harry Mulisch was nog niet koud of er werd een bedelbrief verspreid waarin een donatie werd gevraagd voor een ‘Harry Mulisch-huis’, een soort museum in zijn vroegere werkkamer aan de Leidsekade. Het postpapier was van de UvA of De Bezige Bij, dat ben ik vergeten.

Je zou zeggen: de donaties stróómden binnen. Maar het tegendeel bleek het geval.

De ontvangers van de brief bleken Hoogste Tijd, De Aanslag en De Ontdekking van de Hemel te zijn vergeten, maar Mulisch’ levensstijl niet. ‘Dat geld gaan ze maar op de gracht halen,’ zo zoemde het rond. Met als resultaat dat het Harry Mulisch-huis er nog altijd niet is.

Wel werd – heel ongebruikelijk – nog tijdens zijn leven een straat naar hem genoemd, in zijn geboorteplaats Haarlem nog wel. Alleen jammer dat het een wijk betrof met alleen maar sociale woningbouw.

Mulisch is er dan ook nooit geweest.

Het Gerard Reve Museum in de OBA, Amsterdam

Een jongen die met de zweep krijgt

Een Gerard Reve-museum is er inmiddels wel. Nou ja, museum: het betreft hier een afdeling van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) aan het Oosterdok. Naast de W.F. Hermansstraat trouwens.

Die afdeling bestaat uit een viertal vitrines met daarin Reve-curiosa als een paar eerste drukjes en wat uitgetypte velletjes papier. Daarboven hangt een stripboekachtig schilderij. Al die eerste drukjes – op één na – van onder meer Commissaris Fennedy en A Prisonsong in Prose (de kaft toont een jongen die met de zweep krijgt) heb ik thuis ook.

Ze waren dan ook niet zo duur.

De ene die ik niet heb, is de eerste druk van De Avonden die de latere ‘Katholieke Liefdesschrijver’ publiceerde onder het pseudoniem Simon van het Reve. Die koop je tegenwoordig gewoon via boekwinkeltjes.nl voor 600 euro. Zeg: de prijs die de gemiddelde Amsterdamse student (m/v) kwijt is aan zijn kamertje.

Ziekte van Korsakov

Door, of liever: langs het Gerard Reve-museum lopen, is een ontnuchterende ervaring. Gelukkig ben je er na een halve minuut mee klaar.

De curator van deze bescheiden verzameling heeft het overigens niet makkelijk gehad. Ruim tien jaar geleden namelijk, verrichtte Reve’s partner Joop Schafthuizen de opening. Dat betekent dat de samenstelling van de collectie Joop’s fiat heeft gekregen. Zijn toestemming voor wat dan ook bemachtigen, was – en is – nooit eenvoudig.

Al een paar decennia wordt hij gekweld door de ziekte van Korsakov. Als je hem interviewt, krijg je antwoorden die te maken hebben met de eraan voorafgaande vraag. En niet meer dan dat. Hij meende dat de achternaam van Leonardo di Caprio ‘Di Capriciosa’ was en dat hij (Leonardo dus) er uitzag als het jongetje uit Madonna’s Open your Heart (1986).

De CD’s zijn opgeruimd

Intussen maakt de website van de OBA melding van een reusachtige Reve-collectie. De verzameling bevat onder meer (citaatje): “…vele gesigneerde en opdrachtexemplaren, unieke bibliofiele uitgaven, dummies en proefdrukken […]”.

Dat alles – en nog veel – meer bevindt zich in een kluis. Ook na een zeer recente verbouwing. Maar wie op weg is naar het Gerard Reve-museum op de tweede verdieping passeert middels de indrukwekkende roltrappen ook de eerste verdieping. Logisch. En die staat – ook na die verbouwing dus – leeg.

De verzamelde CD’s zijn opgeruimd (de jaren’80-achtige vakjes zie je nog), de boekenkasten zijn even vol als bij Gordon thuis en het meubilair is naar de raampartij verschoven in verband met het spectaculaire uitzicht.

Is het daarom geen goed idee die kluis te open en de Reve-collectie op de leegstaande eerste verdieping aan het publiek te tonen? Dan zien we tenminste ook al die (vervolg van het citaatje) “…plukjes haar, vingernagels, hechtingen uit operatiewonden en zelfs een verstandskies, alles door de schrijver voorzien van certificaten van echtheid.”

En als het even kan dan ook nog graag die zweep.

Norbert Splint


Norbert Splint

Norbert Splint (1969) is tekstschrijver en journalist. Hij studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en publiceerde in 2015 de roman ‘De ZorgPartij’. Dit najaar komt zijn verhalenbundel ‘Dood kind’ uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.