Topadvocaat Sidney Smeets: “Het gaat nog steeds slecht”

Sidney Smeets

Strafrechtadvocaat Sidney Smeets is een drukbezet man. Zijn agenda vult zich met bliksemkracht. Voor De Gaykrant maakt hij echter alle tijd. Hij geeft zijn reactie op het onlangs verschenen tweejaarlijkse rapport naar de opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uitbracht. In zijn praktijk staat Smeets vaak slachtoffers van gruwelijke anti-homo mishandelingen bij. “Rechters zijn te terughoudend als grenzen worden overschreden.”

Tekst: Paul Hofman

Wat is uw voornaamste kritiek op de bevindingen van dit onderzoek?

“Allereerst valt op dat het helemaal niet zo’n positieve uitkomst is. Dat is het wel in vergelijking met een aantal jaar geleden misschien, maar op die manier kun je alles positief uitleggen. In Oeganda word je tegenwoordig niet meer ter dood veroordeeld maar ‘slechts’ levenslang opgesloten als LHBT’er. Goed nieuws?

Zo zie ik dit onderzoek ook, het gaat misschien minder slecht, maar nog steeds slecht. Als we bijvoorbeeld zien hoeveel mensen homo’s die in het openbaar zoenen of hand in hand lopen afwijzen dan is er eerder reden voor serieuze zorg dan voor optimisme. Er is een significant deel van onze bevolking dat simpelweg niet tolereert dat homo’s zichtbaar zijn. En die negatieve houding blijkt ook uit de krachttermen die in het onderzoek zelf gebruikt worden. Het gaat deels om mensen die niet zomaar negatief of afwijzend staan tegenover LHBT’ers, maar die actief van ons ‘walgen’. Ook onder scholieren is het triest gesteld als je leest dat vele tieners het gevoel hebben niet uit de kast te kunnen komen, er met niemand over kunnen praten en andere tieners zelfs aangeven dat ze homo’s in hun vriendenkring niet accepteren. Mijn conclusie is dus dat deze cijfers reden zijn voor zorg en niet voor optimisme.”

“De cijfers zijn reden voor zorg en niet voor optimisme.”

Het rapport stemt u somber.  Hoe komt het dat de positiviteit uit het onderzoek niet zo door u wordt ervaren?

“Wat ik voel is niet zo interessant, maar ik zie in mijn cliëntenbestand de afgelopen jaren talloze slachtoffers van anti-homogeweld. Zoals gezegd zijn de resultaten van dit onderzoek alleen in relatieve zin positief. Dat zien we in de praktijk. We zijn niet voor niets uit de top 10 van de Rainbow Index gevallen. Posters met zoenende mannen worden besmeurd. Steeds vaker zien we berichten van LHBT’ers die vanwege hun geaardheid aangevallen en uitgescholden worden, afgelopen week nog in Dordrecht en Amsterdam. Maar tegelijk is er in Nederland een enorme weerzin om die in de maatschappij aanwezige homofobie te erkennen. De homo- en transfobie van Voetbal International en mensen als Jan Roos worden weggelachen. Gewoon grappig. Maar het raakt LHBT’ers wel zoals het Jeugdjournaal onlangs nog liet zien door de 14-jarige Daan aan het woord te laten. Die terughoudendheid om homofobie onder ogen te zien is ook aanwezig in de rechtspraak.”

Wat is uw verklaring dat anti-homogeweld juridisch nauwelijks wordt erkend? Is er in uw optiek nog steeds een te hoge drempel voor slachtoffers om aangifte te doen?

“Het is bijzonder moeilijk rechters ervan te overtuigen dat wanneer er met homofobe termen gescholden wordt er sprake is van homofobie. Deels is dat omdat rechters en officieren van justitie ten onrechte menen dat het homofobe karakter van de daad bijzonder veel bewijs vergt. Dat hoeft helemaal niet, het is een omstandigheid die meegenomen mag worden puur omdat het slachtoffer het zegt. Iemand die mishandeld is en dat kan bewijzen heeft geen extra bewijs nodig als het om de omstandigheden gaat. Als er gescholden wordt met ‘flikker’ of ‘homo’ dan ‘is dat homofoob, dat zou evident moeten zijn. Wanneer een man met pijpenkrullen en een keppeltje uitgescholden wordt voor ‘Jood’ zal niemand ook maar een seconde twijfelen dat sprake is van antisemitisme. Toch moeten LHBT’ers die uitgescholden worden zich consequent verantwoorden. Is er wel sprake van homofobie? Iedereen scheldt toch met die woorden? Hoe wisten de daders dat je LHBT’er was? Heb je het niet uitgelokt? Dat zien we bij andere gediscrimineerde minderheden niet en mijns inziens komt dat doordat hetero’s bewust de ogen sluiten voor homofobie. Het lijkt erop dat homofobie alleen erkend wordt als middels om moslims te bashen, dan zijn LHBT’ers opeens nuttig als slachtoffer. Maar als het gaat om genderneutraal taalgebruik of het erkennen van niet traditionele gezinnen dan zijn we opeens ‘genderdrammers’ en moeten we niet zo zeuren.”

“Wanneer een man met een keppeltje uitgescholden wordt voor ‘Jood’ zal niemand ook maar een seconde twijfelen dat sprake is van antisemitisme.”

Waarom bent u van mening dat schijntolerantie onderdeel van onze nationale identiteit is geworden?

“Kijk naar de Pride. Allereerst mag het tegenwoordig niet eens meer Gay Pride heten. Ja, daar zijn argumenten voor vanuit een emancipatoir oogpunt, maar ondertussen lijkt het vooral een commerciële beslissing. De Pride is langzaam een feest aan het worden voor cis hetero’s die een dagje leuk homo’s komen kijken. Het soort mensen dat homo’s leuk vindt omdat ze zo moeten lachen om Geer en Goor maar dat tegelijkertijd die ‘genderwaanzin’ maar belachelijk vindt, de mensen uit het SCP onderzoek dus, die weten wat ze moeten antwoorden. Want homo’s zijn leuk, als ze maar niet aan je zitten. Als je op TV gewoon LHBT’ers belachelijk kunt maken en iedereen lacht erom, niemand staat er tegenop dan is er iets mis. De premier voor de grap een homo noemen? Lachuh joh! Of neem de homofobe uitsluiting van homoseksuele mannen bij bloeddonatie terwijl er talloze homoseksuele mannen zijn die geen reëel risico lopen op een hiv-infectie. Het blijft opmerkelijk dat daar zo weinig ophef over is. Ook het toelaten van PrEP in Nederland heeft onnodig lang geduurd en de argumenten die er tegenin gebracht werden zijn bijzonder homofoob. We zien keer op keer dat anti-LHBT opvattingen minder onacceptabel worden gevonden dan veel andere discriminerende opvattingen. De VVD stemde niet zo lang geleden nog tegen het afschaffen van de weiger-ambtenaar en het Forum voor Demagogie nodigt zonder enige gene sprekers uit die opkomen voor het ‘traditionele gezin’ en zich uitspreken tegen ‘te ver’ doorgevoerde homo-emancipatie. Daarop aangesproken is de reactie dan dat het ‘een interessante mening’ is.”

“Vrijheid van meningsuiting is niet absoluut”

Directeur Kim Putters van het SCP zegt dat het beter is een gesprek aan te gaan dan juridisch iets af te dwingen. De softe aanpak dus. Wat vind u hiervan?

“Dat ligt aan de situatie. Het is juist goed dat in onze democratische rechtsstaat de rechter ingrijpt als grenzen overschreden worden. Dat gebeurt eigenlijk te weinig en rechters zijn daar ook te terughoudend in. In het verleden hebben we dat gezien bij politici als Leen van Dijke en de imam El Moumni die zich achter hun religieuze opvattingen konden verschuilen om hun homofobie te rechtvaardigen. Er bestaat tegenwoordig een opvatting dat vrijheid van meningsuiting absoluut is. Dat is ze niet, er zijn grenzen aan wat je kunt en mag zeggen. Die grenzen worden bepaald door de wet en mensenrechtenverdragen. Als je die grenzen over gaat hoor je daar ook op aangesproken te worden. Als we dan niet de middelen gebruiken die we hebben ontstaat de gedachte dat we het niet zo erg vinden. Maar niet iedere opvatting verdient respect, niet iedere mening heeft bestaansrecht, niet met iedere idioot moet je in discussie gaan. We hoeven niet tolerant te zijn ten opzichte van intolerantie. Ik heb geen behoefte aan een ‘gesprek’ met iemand die meent vanuit zijn religieuze overtuiging het ‘recht’ te hebben mij niet te accepteren om wie ik ben. Soms moet je weten waar de grens ligt en als die overschreden wordt: ingrijpen.”

http://www.spongadvocaten.nl/advocaten/smeets

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.