Sprookje

Het was vorige week. Vriendin Pascale en ik hadden het over kennissen die wij een vijftal jaar geleden hebben leren kennen. Ik zal ze voor het gemak even Hans en Grietje noemen.

‘Hans en Grietje vertelden mij dat ze zo verbaasd waren toen ze hoorden dat jij homo bleek te zijn,’ zei Pascale.

‘Oh?’

‘Volgens hen kwam je helemaal niet als een homo over.’

‘Oh.’

Nu zijn Hans en Grietje hartstikke lieve mensen en hebben ze met die zin helemaal geen kwaad in de zin, maar hun opmerking hield me, met de zwartepietendiscussie op de achtergrond, wel een beetje bezig.

‘Bedoelen ze dat nu als compliment?’ vroeg ik me af.

Geen idee.

‘Hoe moet een homo volgens hen dan wél overkomen?’ vroeg ik me vervolgens af.

Geen idee.

‘En wat als ik wél als homo overgekomen was? Zou de relatie tussen hen en mij dan wellicht een andere invulling hebben gekregen?’

Geen.

Idee.

Nee, oké, ik huppel niet als een ballerina van middelbare leeftijd over straat. Nee, ik ben geen rubber- latex- of leerfetisjist. Nee, ik loop niet in een paillettenjurkje door de Jumbo. Ik voldoe volgens Hans en Grietje dus blijkbaar – in een aantal voor hen zichtbare opzichten althans – aan het hetero-normatieve beeld van de homoseksueel.

En vinden Hans en Grietje dat dan fijn? Of vinden ze het juist fijn als ik me minder hetero-normatief ga gedragen?

Geen idee.

Het blijft als minderheid lastig om de precieze bedoeling van ‘meerderheidsverwachtingen’ te achterhalen. En er op een of andere manier aan moeten voldoen is iets waar zo’n beetje elk lid van een minderheid in dit land wel een keer mee te maken krijgt. Of je nu dik, homo, gehoofddoekt, zwart of transgender bent. Voor een maatschappij is socialisatie van kinderen en jongeren een stuk gemakkelijker als dat via vaste ‘meerderheidsstramienen’ verloopt.

Dat je daarbij leden van minderheden hebt die dat stramien niet opgelegd willen krijgen, dat is voor een maatschappij soms lastig.

Kussende mannen op reclameposters leveren nog steeds afkeurende reacties op. De dikkere medemens moet nog altijd gebukt gaan onder dikke schuld- en schaamtegevoelens. Vrouwen met een hoofddoek zijn zielige slavinnen van hun echtgenoten. En niemand mag Zwarte Piet níet leuk vinden want dat vinden we als maatschappij zo ongezellig.

Maar als Zwarte Piet geen racisme is, waarom werd voetballer Mendes Moreira van Excelsior dan door de aanhang van FC Den Bosch in één adem uitgemaakt voor k-zwarte, k-neger, k-katoenplukker en Zwarte Piet?

Het lijkt me gezien het uiterlijk van de voetballer toch lastig volhouden dat hij – net als Hans en Grietje dat vinden over mij en mijn homoseksualiteit – niet als een donkergekleurde landgenoot overkomt.

Helemaal gezellig werd het toen Erik van der Ven zijn reactie op het voorval gaf. De blanke, heteroseksuele, cis-mantrainer van FC Den Bosch was van mening dat Mendes Moreira ‘een zielig mannetje’ was.

Tuurlijk, je mag best een beetje ‘anders’ zijn in dit land. Dit vinden veel mensen ook wel leuk en iets exotisch hebben. Het staat ook wel hip als je op een blank, heteroseksueel, cis-man-en-vrouwfeestje kunt zeggen dat je homoseksuele (of Marokkaanse of transgender, of vul maar in …) vrienden hebt.

Maar ze moeten ook weer niet niet àl te anders zijn. Én ze moeten al helemaal geen grote mond hebben tegen de heersende meerderheidsmores.

Het socialisatieproces gaat misschien een stuk gemakkelijker als we allemaal Hans en Grietje heten. Of ErIk van der Ven. Als we allemaal Zwarte Piet leuk vinden en als alle homo’s niet als homo’s overkomen.

Maar is gemakkelijker ook altijd beter?

Geen idee.

Misschien heb ik dan toch liever de rubberfetisjist die in een jurk met pailletten als een middelbare ballerina over straat tegen de stroom in loopt.

Dan zie ik toch liever het zielige mannetje dat in zijn eentje op durft te staan tegen racisme.

Want met gemakzucht verdwijnt niet alleen de broodnodige maatschappelijke verandering.

Met gemakzucht verdwijnt ook de moed.


Daar liep een dubbelganger zomaar voorbij – zijn pas hield hij nauwelijks in – zijn blik kruiste die van mij – haast duwde hem voort – zo anders dan de lanterfant die bij mijn passen hoort.

Zo robuust en zelfverzekerd op weg – naar lange, lange levensduur – naar bevredigend werk – naar de lendenen van zijn liefde – naar veertig baantjes borstcrawl – naar eeuwige jeugdvriendschap – naar kastanjes uit het vuur.

Herkende hij mij? – hij groette mij niet – zijn minachtende blik joeg mij aan de kant – ik struikelde over mijn getreuzel – ging ten onder zonder strijd –

hij liep door – keek nog om – ik keek in zijn ogen – waarin ik zocht naar eigen barmhartigheid.


Rick van der Made

One thought on “Sprookje

  1. Lies de Vriesl schreef:

    Je bent wie je bent en het hoeft niet altijd een uitstraling te zijn op je uiterlijk ben zo als je bent,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.