Sporticoon Jip van Leeuwen: een leven vol beweging

Als zoon van sportvrouw Stien van Leeuwen groeit Jip op in Amsterdam-Oost. Van jongs af aan zit zijn voorliefde voor sport in zijn bloed. Als klein jongetje ligt hij tijdens de training van zijn moeder in de kinderwagen al naast de sintelbaan waarop zij hardloopt. Sport en Jip zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In Amsterdam-Zuid wordt zijn talent voor sport ontdekt.“Wat heb ik hier mooie tijden beleefd.”

Tekst: Paul Hofman

Jip (77) is een soepele prater met een vrolijke oogopslag. In de kantine van voetbalvereniging AVV Swift op het Olympiaplein spreek ik hem. Met zijn markante kop en afgetrainde lichaam is hij één brok energie. Honderduit vertelt hij over sport, zijn ontluikende homoseksualiteit, carrière en de liefde van zijn leven. Al snel loopt het gesprek uit. Af en toe zegt hij lachend: “Als je vindt dat ik te snel ben, moet je het me vertellen hoor.”

“Fanny Blankers-Koen was een goede vriendin van mijn moeder”

Moeder

In het tweede oorlogsjaar wordt hij geboren. Het gezin, dat tot dan toe uit vier had bestaan, kreeg er een broertje bij. Het ontbrak de kinderen aan niets maar een leuke jeugd heeft hij niet echt gehad, zegt hij zachtjes. “Dat kwam door de vele ruzies tussen mijn ouders.” Jip is nog jong als zijn ouders uit elkaar gaan. Hij blijft bij zijn moeder wonen die hij als een ware heldin vereert. Zijn ouders zijn sporters in hart en nieren. Maar als kleine jongen toont Jip geen enkele interesse in hun verrichtingen. Hij is een onzeker jongetje dat zelf poppenkleertjes maakt. Iets dat zijn vader tot razernij brengt. Pas op zijn achtste wordt zijn belangstelling voor sport gewekt. Hoe dat kwam? “Mijn moeder nam me mee naar de sporten handbal en atletiek die op de velden van het Olympiaplein werden gehouden. Fanny Blankers-Koen was een goede vriendin van mijn moeder.”

Jip van Leeuwen

Koningin

Hij heeft aan die tijd mooie herinneringen overgehouden. “Ik zie nog het terrein van sportvereniging Swift met de houten kantine, de kleedkamers en het huisje dat voor de toenmalige koningin was gebouwd voor me. Ik zie het nog zó voor me. ” En niet te vergeten, die zweetlucht, lacht hij. De Koningin is overigens tijdens de Olympische Spelen nooit in ‘haar’ huisje geweest. Hoe was het sportleven toen eigenlijk? “Het was een heel sociaal gebeuren. Zo totaal anders dan nu. De sportvriendinnen van mijn moeder waren allemaal tantes, later kwamen de ooms erbij. Het was één grote familie.”

Met name handbal heeft zijn interesse en het is niet verwonderlijk dat hij terecht komt bij een aspiranten team handballers. Het wordt het begin van een lange loopbaan in de sport. Vanuit Amsterdam-Oost gaat Jip naar het Hervormd Lyceum Zuid waar hij gymnastiekles krijgt van de populaire gymleraar Carlier. Letterlijk en figuurlijk steekt in sport hij boven zijn klasgenoten uit. “Carlier gaf me ooit een 10 voor gym.” zegt Jip trots.

Bed

“Carlier nam me mee naar de nationale schoolkampioenschappen. Dat was super.” Zelf blinkt hij uit in kogelstoten, speerwerpen en hoogspringen. In sporthal d’Oude Raai, waar nu het verzorgingshuis met dezelfde naam staat, heeft hij veel gesport. “Ik woonde er bijna. Zei mijn moeder: ‘Zal ik je bed er neerzetten?’” Zij stimuleert hem enorm. “Ik heb de kansen gegrepen die ik tegenkwam.” Dat hij er zelf later als beheerder de leiding over sportaccommodaties binnen de gemeente zou worden, kon hij nog niet bevroeden.

Met zijn seksualiteit was de puber Jip nog niet bezig, alles stond in het teken van sport

Jongenslichamen

Met heel veel plezier kijkt hij terug op zijn schooltijd. “Nadat ik mijn middelbare schooltijd had afgerond koos ik voor een sportopleiding.” Hier moest hij zich een plaats zien te verwerven wat hem gelukkig snel lukte. Jip en zijn medestudenten krijgen les van mensen die een topstatus hebben in de toenmalige Nederlandse sportwereld. Met zijn seksualiteit was de puber Jip nog niet bezig, alles stond in het teken van sport. Maar af en toe betrapte hij zichzelf dat hij zijn blikken iets langer dan normaal laat rusten op een mooi en gespierd jongenslichaam. Op zijn negentiende krijgt hij een relatie met het meisje Greet. Deze was echter nogal mannelijk, onthult Jip. “Werden we nageroepen: moet je kijken, twee kerels.” Jip zwijgt als hij deze anekdote vertelt. “Het was heel confronterend.”

Eerste coming-out

Zijn eerste ‘coming-out’ is op zijn 23e. “Het betekende niet dat ik het van de daken schreeuwde en volledig uit de kast kwam. Het was meer zoiets van het toegeven dat je homo bent en er iets mee gaat doen. Naar buiten toe mocht niemand het toen weten want het zou je carrière in gevaar kunnen brengen. In de jaren zestig en zeventig was homoseksualiteit nog een groot taboe.” Intussen krijgt Jip een relatie met tennisser Paul. Ze houden de relatie angstvallig geheim. Daar zijn ze bijna voortdurend mee bezig. Maar na een aantal jaren is de ‘koek’ op. Ze gaan ieder hun eigen weg. Als sportman heeft hij niets met uitgaan “Hooguit eens in de negen maanden ging ik een keer naar de kroeg.” Af en toe heeft hij een korte affaire.

“In de jaren zestig en zeventig was homoseksualiteit nog een groot taboe”

Ballenjongen

Jip herinnert zich nog een mooie anekdote. “Mijn allereerste geld heb ik als ballenjongen verdiend in Sporthal Zuid. Eigenlijk mocht dat pas als je zestien was, maar als veertienjarige zag ik er door mijn lengte groter uit. Van het verdiende bedrag kocht ik een hond. Zo’n mooie boxer. Nog altijd weet ik de naam van de fokker.” Na zijn studie moet Jip in dienst. Hij heeft er naar zijn zin. In de kazerne deelt hij de kamer met een jongen waarvan hij droogjes zegt: “Die heeft een spannend lijf.” Seksuele spanning komt pas na zijn diensttijd. Een periode breekt dan aan waarin hij het ‘leven’ begint te ontdekken.

Zijn loopbaan begint hij als freelancer. Zo geeft hij onder meer les aan de brandweerman en wordt hij zweminstructeur voor de schoolgaande jeugd. Ook geeft Jip vijf jaar samen met Rinus Michels voetbaltraining aan de kleintjes van een voetbalvereniging. “Het was fantastisch om te doen.”

Funest

In de jaren tachtig wordt hij senior beleidsmedewerker sport bij de gemeente Amsterdam. “Vanuit de politiek was besloten het hele sportgebeuren te decentraliseren. Van de één op de andere dag was ik alles kwijt.” Hij valt opeens stil. Zijn afkeer van die beslissing steekt hij niet onder stoelen of banken. “Het was vreselijk. Ik ben er echt ziek van geweest. We hadden zo’n goed sportbeleid staan. In was een rigoureuze stap met veel kapitaalvernietiging. Nu moest alles per stadsdeel geregeld worden. Kon je opeens in Noord voor niets zwemmen terwijl je in West zeven gulden moest betalen. Die decentralisatie is funest geweest, meent hij. “Dom en kortzichtig.” Even later zegt hij onomwonden: “Binnen de gemeente was het een Byzantijnse slangenkuil. Ieder stadsdeel stak elkaar de loef af. Niemand durfde meer de verantwoordelijkheid te nemen. Vroeger deden we alles zelf.” Dan: “Sport is emotie. Maar tegenwoordig is die emotie er helemaal uitgehaald. Het draait alleen maar om geld. speelt een steeds rol Verzucht: “Wat ben ik blij dat ik er weg ben.”

“Sport is emotie. Maar tegenwoordig draait het alleen maar om geld”

Gay Games

Begin jaren negentig wordt het plan opgevat om de belangrijke Gay Games naar Nederland te halen. Al snel valt de naam van Jip. Hij wordt gevraagd mee te doen en hapt toe. Ontroerd kijkt hij terug op die tijd. “Ach jongen, wat een fantastische tijd was dat. Samen met de toenmalige wethouder Sport Hester May reist hij de wereld rond om het bid uit te brengen.” Binnen de gemeente bekleedt hij inmiddels de functie van senior beleidsmedewerker topsport evenementen. Het is een job die hem op het lijf is geschreven. “Het was spectaculair zo’n groot evenement mee te maken.” Zijn ogen spreken boekdelen. Trots vertelt hij over zijn hoogtepunten: “Ik heb toen onder meer Jumping Amsterdam, de Gymnaestrada en de Amsterdamse Marathon voor de stad kunnen behouden.” Door de gemeente wordt hij als directeur Sport gedetacheerd bij de Gay Games. Hij werkt zich een slag in de rondte. “Van ’s ochtend vroeg tot middernacht middernacht werkte ik.” Het wordt een groot succes: er zijn meer dan 15.000 deelnemers. Tijdens de spelen winnen de Nederlanders 35 medailles Met pretoogjes: “Die herinneringen koester ik.” Zelf krijgt hij uit handen van de toenmalige burgemeester Van der Laan een koninklijke onderscheiding uitgereikt. Bij het opspelden vraagt Jip lachend of hij hem een zoen mag geven waarop de burgemeester gevat opmerkt: “Niet één maar wel drie.”

“Ik vond dat ik als homo afbreuk deed aan het ideaalbeeld dat mensen van me moesten hebben”

Tweede keer

Het jaar 1990 is een keerpunt in zijn leven. Niet alleen komt hij voor de tweede keer uit de kast maar hij begint ook met zijn werk als buddy voor de Schorerstichting. Dat hij zijn homoseksualiteit angstvallig verborgen hield, hadden verschillende redenen zegt hij. “Een moeizame verhouding met mijn vader en de wereld van de sport die gericht is op het leveren van prestaties. Ik vond dat ik als homo afbreuk deed aan het ideaalbeeld dat mensen van me moesten hebben.” Maar op zijn vijftigste heeft hij er genoeg van de schijn op te houden. Iedereen mag weten dat hij homo is. Het vrijwilligerswerk zal hij bijna twintig jaar doen. “Het waren jaren die ik nooit meer vergeet.” Door zijn buddywerk leert hij een man kennen die veel indruk op Jip maakt. Hij is ook buddy. Het klikt meteen en na 24 jaar zijn Martien en Jip gelukkiger dan ooit. Ze zijn inmiddels geruime tijd getrouwd. Hij straalt van top tot teen.

Sinds een aantal jaren is Jip samen met een aantal anderen één van de drijvende krachten achter de John Blankenstein Foundation.” Geïnspireerd door de voormalig topscheidsrechter en homo-activist John Blankenstein, zet de Foundation zich in om de LHBT-acceptatie in de georganiseerde sport te verbeteren.

Wat ik geleerd heb in het leven? “Het is een golfbeweging met eb en vloed, daar geloof ik heilig in.”
En zijn wens voor de toekomst? Die is maar voor één uitleg vatbaar: ”Ik hoop dat de jongere generatie de fakkel overneemt en streeft naar een onvoorwaardelijke acceptatie van het ‘anders’ zijn.”


De constatering dat roze ouderen steeds vaker terug in de kast kruipen wordt niet overal gedeeld. Zeker niet in het Amsterdam, waar het gemeentebestuur zich middels een Regenboogbeleid inzet voor deze groep. Voor stadsdeelbestuurder van Amsterdam Zuid Rocco Piers (zelf gay) is het duidelijk: “Wij zetten in op concrete acties om de acceptatie en de emancipatie van Amsterdamse LHBT-er te vergroten.” Een opmerkelijk initiatief zag het licht: een eigen roze glossy met de naam Q. In samenwerking met stadsdeel Zuid publiceert De Gaykrant bijzondere verhalen van bewoners. Foto:


Anita Muschner

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.