Zaadjes

Saar zat op het aanrecht boven bij de wasbak. Het was bijna bedtijd. Roos sliep al, want Roos was pas net geboren. Saar moet een jaar of twee en een half geweest zijn.

Ze zat bedenkelijk te kijken: “Mami, zei ze met haar lieve moeë bedtijd stemmetje… haar oogjes nog net niet aan het loenzen, roze wangetjes van het bad. “Mami, vertel eens van toen ik nog in de winkel lag?”

“In de winkel?” vroeg ik enigszins verbaasd.

“Ja, toen ik nog een zaadje was en in de winkel lag waar jullie mij gekocht hebben” legde ze uit.

Ik smolt. “Ooohh: liefje, kindjes zaadjes koop je niet in winkels, die krijg je van meneren”….

“Ohhhh…” zei Saar, en weer dat bedenkelijke koppie en dat lieve lieve zachte diepe stemmetje: “Van welke meneer hebben jullie mijn zaadje dan gekregen?”.

“Slik… dit gaat snel….” Dacht ik, tegelijkertijd kon ik niets anders bedenken dat een eerlijk antwoord…. “Jouw zaadje” antwoordde ik, “jouw zaadje en die van Roosje, die hebben we gekregen van dezelfde meneer” en ik vertelde wie het was. Ze kende hem, ze had hem een paar keer gezien.

“Oh…. Dus daarom is hij zo lief en bijzonder?”.

“Ja Saar, daarom is hij zo lief en zo bijzonder…”.

“Tandenpoetsen??” vroeg Saar.

“Ja, tandenpoetsen.” zei ik.

Julia Vriends

Saar, Roos en de mama’s

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.