Pride Amsterdam Botenparade 2019: zichtbaarheid roze bedrijfsnetwerken neemt toe

Het blijft een punt van discussie: varen er teveel commerciële en te weinig LHBT-boten in de Canal Parade van Pride Amsterdam? Om dit jaarlijks terugkerende debat wat concreter te maken is ook deze keer weer een verdeling van de deelnemende boten gemaakt. Daaruit blijkt dat er ten opzichte van vorig jaar iets meer LHBT-boten meevaren en de inbreng van de roze netwerken van grote bedrijven duidelijker zichtbaar is gemaakt.

Tekst & foto’s: Peter Koop

Naar aanleiding van de aanhoudende kritiek organiseerde wethouder Rutger Groot Wassink van diversiteitszaken eind vorig jaar een digitale burgerdialoog. De wat merkwaardige methodiek hiervan werd eerder al op deze website besproken. In december verscheen een uitvoerig rapport met de uitkomsten van de burgerdialoog, waaruit bleek dat 95% van de respondenten de botenparade een (ruime) voldoende geeft. De belangrijkste kritiekpunten bleken geen verrassing: enerzijds minder commercie en meer ruimte voor belangenorganisaties en kleine boten en anderzijds minder geluidsoverlast langs de kant.

95% van de respondenten gaf de botenparade een (ruime) voldoende

Om het laatstgenoemde probleem aan te pakken is dit jaar de hele route tot evenemententerrein verklaard en mogen langs de kant alleen nog boten liggen die vooraf een vignet hebben gekocht. Op deze manier hopen de gemeente en de Pride-organisator te voorkomen dat al dan niet commerciële partijen overlastgevende privéfeestjes gaan houden. Inmiddels zijn er ruim duizend vignetten verkocht voor prijzen tussen de 35,- en 175,- euro – de opbrengst wordt besteed aan beveiliging, handhaving en logistiek.

Teveel commerciële boten?

Het bezwaar dat er teveel commerciële boten zouden zijn leidde echter niet tot concrete maatregelen om die te verminderen. Wel geldt al sinds vorig jaar dat bedrijven alleen nog kunnen meevaren als ze lid zijn van de Pride Business Club. Bovendien verscheen op de website van de Pride-organisator een uitleg die een en ander in een wat breder perspectief plaatst:

“Sinds het drama tijdens de Love Parade in Duisburg (2010) zijn de veiligheids- en crowdmanagement kosten meer dan verviervoudigd terwijl het aantal schouders om die lasten te dragen meer dan gehalveerd zijn.  Daardoor is het niet meer mogelijk om alle kosten nog enkel op de LHBT ondernemers hun schouders te laten rusten en te verwachten dat de Pride nog steeds een cadeautje van hen aan de stad is. Tegelijkertijd zitten we in een fase waarin homo-activisme zich niet meer op de politiek hoeft te richten maar vooral op werkgevers en sportbonden. Dit gebeurt veelal van binnenuit en het resultaat daarvan zien we de laatste jaren meevaren in de botenparade. De trotse roze werknemersverenigingen van multinationals. We zijn hen niet alleen dankbaar omdat zij met hun brede schouders de Pride nog mogelijk maken, maar vooral omdat zij daarmee bijdragen aan de “sociale norm” dat het normaal is om discriminatie van LHBT’s af te keuren.”

Privéfeestjes langs de kant van de Canal Parade (2017)Onderzoek naar de boten

De deelnemers aan de Canal Parade werden recent onder de loep genomen door Pointer, het onderzoeksplatform van KRO-NCRV. In een visuele special wordt weergegeven hoe de aantallen boten zich sinds de eerste parade van 1996 ontwikkeld hebben. Daaruit blijkt dat reguliere bedrijven, non-profit organisaties, overheidsinstanties en mediabedrijven de plaats hebben ingenomen van de particulieren en homo-ondernemers uit de beginjaren.

Omdat Pointer niet heeft gekeken naar het percentage LHBT-boten zal dat hier alsnog worden gedaan. Net als vorig jaar is beoordeeld welke boten van organisaties en bedrijven zijn die uitsluitend op LHBT’ers gericht zijn. Boten van algemene bedrijven en organisaties en van instellingen die zich gedeeltelijk op LHBT’ers richten worden als gemengd gezien. Deelnemers waarvan uit de beschrijving geen duidelijke of duurzame band met de gay community blijkt worden als niet-LHBT-boten aangemerkt.

Het resultaat is in dit document te zien en levert voor de Canal Parade van 2019 de volgende verdeling op:

24 LHBT-boten (30%)
29 Gemengde boten (36%)
27 Niet-LHBT-boten (34%)

Zichtbaarheid van roze netwerken

2019 is het vierde jaar waarvoor een dergelijke inschatting is gemaakt, waardoor nu ook de ontwikkeling in beeld gebracht kan worden (zie diagram). We zien dan dat sinds 2016 het aantal LHBT-boten gedaald is, namelijk van 29 in 2016 tot 24 bij deze editie. Wel is hun aantal licht gestegen ten opzichte van vorig jaar. Het meest opvallend is het sterk toegenomen aantal gemengde boten: van 11 in 2016 naar 29 in dit jaar.

Deze stijging komt vooral doordat bij de boten van acht grote sponsors nu expliciet staat aangegeven dat ze uitgaan van de LHBT-netwerken van die bedrijven. Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van eerdere jaren, toen zulke boten vermoedelijk ook al wel van die netwerken uit gingen, maar dat voor toeschouwers zelden te zien was. Of dit ook tijdens de botenparade zelf zichtbaar zal zijn, zal over enkele dagen blijken.

Overigens blijkt in de praktijk dat of een boot al dan niet van een LHBT-organisatie is, niet altijd iets zegt over de geaardheid van de opvarenden of hoe aantrekkelijk de aankleding is: grote bedrijven kunnen uitbundige versiering, drag queens en mooie mannen op hun boten hebben, terwijl LHBT-boten niet per definitie spannend of extravagant zijn.

Politieke partijen D66, VVD, CDA, PvdA en SP voor het eerst op één gezamenlijke boot mee

Sponsorboten

Afgezien van de toegenomen herkenbaarheid van de roze netwerken zijn de verbeteringen dit jaar tamelijk beperkt. Zo varen naar het voorbeeld van de Utrecht Canal Pride de (roze afdelingen van de) politieke partijen D66, VVD, CDA, PvdA en SP voor het eerst op één gezamenlijke boot mee. GroenLinks wilde hier niet aan meedoen vanwege het vluchtelingenbeleid van de VVD. Het vorig jaar alom geprezen initiatief van de Rabobank om hun boot aan een kleine LHBT-organisatie af te staan kreeg vooralsnog geen navolging door andere bedrijven”

De grootste bedrijven varen overigens niet op zichzelf mee, maar vanuit hun positie als sponsor. Zij financieren het Pride-evenement als geheel met bijdrages van minimaal 15.000,- euro, in ruil waarvoor hun logo’s en advertenties getoond worden en zij ook aan de Canal Parade mogen meedoen. Waarschijnlijk zijn de meeste critici ook niet tegen sponsors, maar vooral tegen het feit dat ze in de botenparade meevaren. Dit jaar zijn er 14 van dergelijke sponsors, wat dus ruim 1/6 van het totaal aantal boten is.

Sponsors van de Pride Amsterdam op een hek langs het feest op de Dam (2018)

Wat in de discussie vaak niet genoemd wordt is dat er naast de grote sponsors nog een reeks andere boten meevaren die nauwelijks of niet met de LHBT-gemeenschappen verbonden zijn. Dit jaar gaat het dan bijvoorbeeld om een uitvaartorganisatie, Miss Nederland en het blad VIVA. Voorts varen steevast een stuk of zes algemene zorginstellingen mee. Deze hoeven echter geen lid van de Pride Business Club te zijn en hoewel het goed is dat zij hun betrokkenheid tonen, is de vraag waarom dergelijke instellingen elk jaar opnieuw van de partij moeten zijn.

Zulke deelnemers betalen namelijk lang niet zoveel als de grote sponsors, maar kennelijk heeft de Pride-organisator ook al deze lagere inschrijfgelden hard nodig om de begroting rond te krijgen. Gezien de steeds hogere eisen die gesteld worden op het gebied van veiligheid, crowdmanagement en reiniging heeft echter ook de gemeente een aandeel in de hoge kosten van de botenparade en zo dus indirect ook in de noodzaak voor inkomsten uit het bedrijfsleven.

Hoofdfoto: De Schipholboot (2017)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.