Trots en trossen los 

Afgelopen zondag was de sterfdag van mijn moeder. Ook al is zij inmiddels alweer achttien jaar dood, de achtentwintigste juli blijft bij alle vier haar kinderen een memorabele en ietwat vreemde dag. 

De dag valt altijd in de ‘Pride Week’ en dat vind ik een mooie gedachte. Immers, mijn moeder heeft samen met mijn vader vier kinderen grootgebracht waarvan er drie homoseksueel zijn. Dat is nu al heel uitzonderlijk, laat staan in een tijd ver voor zaken als het homohuwelijk en Pride en in een plaats in het zuiden van het land ver verwijderd van het verlichte Amsterdam.

Enkele jaren na haar dood kwam ik moeders vriendin Tonnie tegen. We spraken over ons toch niet heel alledaagse gezin. Voor mijn gevoel had mijn moeder nooit veel moeite met de seksuele geaardheid van haar kinderen gehad, ondanks dat ze zeer gelovig en een uitgetreden non was.

‘Nee,’ zei Tonnie. ‘Echt problemen had ze er niet mee. Ze hield gewoon onvoorwaardelijk van jullie. Het enige waarmee ze zat, was de vraag of jullie als homoseksuelen in deze maatschappij wel gelukkig konden worden. Daar had ze wel eens wakker van gelegen.’

Nu waren moeder en ik ’s nachts wel vaker wakker (mijn neiging tot slapeloosheid heb ik van haar geërfd) dus als we ’s nachts aan tafel warme melk dronken en een potje mens-erger-je-niet speelden, kletsten we over van alles en nog wat, maar nooit over hoe zij het acceptatieproces van haar drie homoseksuele kinderen beleefd had.

Het heeft weinig zin ergens spijt van te hebben. Toen zij overleed, was tussen ons alles wel gezegd. En over de dingen die niet gezegd waren, heb ik me nooit druk gemaakt: ieder mens heeft recht op geheimen – zelfs moeders – en het gevoel van “het is goed geweest” overheerst nog steeds.

Maar toen de vraag kwam of ik op woensdag 31 juli de rondleiding langs de ‘Queerspaces’ in het Amsterdam Museum wilde verzorgen (waarop ik uiteraard ja had geantwoord), schoot het toch heel even door mijn hoofd hoe bijzonder het geweest zou zijn als ik mijn moeder langs deze museumstukken (en langs de geschiedenis van de LHBT+emancipatie) had kunnen rondleiden.

‘Kijk, mama, hier is de maquette van het stadhuis in Amsterdam waar in de zeventiende eeuw mannen elkaar stiekem ontmoetten. Op sodomie stond toen nog de doodstraf die publiekelijk op de Dam voltrokken werd. Ja, inderdaad, precies op de plek waar nu Pride gevierd wordt.”

“Hier liggen de ringen van Peter en Frank Wittebrood. Zij werden in 2001 met drie andere gaystellen als eersten in de wereld in de echt verbonden door de burgemeester van Amsterdam.”

“En kijk, daar hangt de jurk van Hellun Zelluf. Ken je ons buurtjongetje Pieter nog, mama? Die altijd alleen maar in satijnen pakjes naar de basisschool wilde? Ja, hij. Nou, die zat in de jaren negentig een keertje in haar Amsterdamse tv-datingprogramma.”

Soms vragen mensen mij waarom ik Pride vier. Of waarom ik het belangrijk vind.

Ondanks wat anderen over onze familie zeiden (en reken maar dat er daar in Brabant in die tijd uitgebreid over onze familie gesproken en geroddeld werd) mochten mijn zussen, broer en ik van mijn ouders zijn wie we waren, in alle vrijheid en bonte opzichtigheid. Wij zijn in een tijd waarin, en op een plek waarop dat zeker niet vanzelfsprekend was, opgevoed zonder enig gevoel van schaamte.

En het tegenovergestelde van schaamte is trots.

Als ik aanstaande zaterdag voor de eerste keer van mijn leven met een boot meevaar door de grachten van Amsterdam, als ik vriendelijk sta te zwaaien naar de talloze mensen die aan de kant staan, dan zal ik ook even naar de blauwe lucht kijken en aan mijn moeder denken die, daar hoog in de hemel, Onze Lieve Heer aanstoot, naar beneden wijst en trots tegen Hem zegt: “Kijk, daar staat mijn zoon.”

Ja, daar op die boot staat een gelukkig mens.

Vol trots.

***

U bent van harte welkom met mij mee te lopen langs de ‘Queerspaces’ in het Amsterdam Museum op woensdag 31 juli van 16 tot 17 uur.


Soms heb ik een verloren dag
Een dag dat niets gebeurt
Een dag waarop ik mij verveel
En sleur nog veel meer sleurt

Een dag met onweer in mijn hoofd
Een dag die niet goed geurt
Een dag waarop de zon niet schijnt
En grijs de uren kleurt

Een dag dat ik mijn moeder mis
Die op zo’n dag dan zei:
“Geef mij je donderwolken maar
Ik keer het onheilstij

Niet elke dag brengt zonneschijn
Niet elke dag brengt lied
Verloren dagen zijn niet erg
Want moois ligt in ’t verschiet

Ga slapen kind, en zoek niet meer
Want rust begraaft de strijd
Wie dag verliest, die vindt hem weer
Niets is voor altijd kwijt”

Soms heb ik een verloren dag
Een dag dat niets gebeurt
Een dag waarop mijn moeders raad
Mijn diepste wezen kleurt


Rick van der Made

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.