Jij bent zo?

Halverwege de LHBT+ voorlichting grabbelt een volgende leerling een vraag uit de tas: ‘Bent u gepest omdat u zo bent?

Ik antwoord: ‘Ja en nee. Ik zat diep verborgen in de kast, ik kwam vroeg in de pubertijd dus had vrij snel een lage stem; ik was fors gebouwd en behoorde tot de grootsten van de klas. Mijn genderexpressie is vrij mannelijk en ik was best populair. Dus ik ben niet direct uitgescholden of gepest, maar elke keer als ik homo of flikker hoorde, dan deed dat wel pijn.’

Intentie

‘Wie van jullie gebruikt wel eens homo of gay als scheldwoord?’ vraag ik de klas. Ongeveer tachtig procent steekt de hand in de lucht.

‘Bedoelen jullie er iets mee tegen LHBT+ers?’ vraag ik.

De klas schudt van nee. 

‘Er is niemand die het lastig, raar of stom vindt dat ik LHBT+er ben?’ 

Weer schudden de leerlingen hun hoofd. ‘Een grapje moet kunnen, toch? Jullie hebben niet de intentie om iemand te kwetsen. Denkt er iemand dat ik me gekwetst voel?’ Nee, dat denkt de klas niet. ‘Als je er even goed over nadenkt, denk je dan dat ik het leuk vind als je mijn seksualiteit of genderidentiteit als scheldwoord gebruikt?’

Het wordt stil in de klas.

Gevolg

‘Op jullie school zitten ongeveer veertienhonderd leerlingen en laten we er van uitgaan dat een gemiddelde leerling één keer per week een grap over LHBT+ers maakt of een LHBT+scheldwoord gebruikt. Sommige leerlingen doen dit nooit, andere leerlingen soms en er zijn ook leerlingen die het meerdere keren per dag doen. Denken jullie dat deze schatting klopt?’ 

Er wordt veel ja geknikt.

‘Gebruiken jullie homo en gay positief of negatief?’ 

Een leerling zegt: ‘Negatief’. 

‘Klopt het dat je homo gebruikt als je iemand niet mag, als iemand irritant doet of als ander woord voor sukkel? En gay gebruik je bijvoorbeeld bij dingen en situaties: ‘Biologie is zo gay’ of ‘Die schoenen zijn gay.’’ 

Wederom krijg ik bevestiging uit de klas.

‘Veertienhonderd grappen en scheldwoorden per week, meestal niet in een lokaal, maar op de gang, in de kantine, op het plein of bij de fietsenstalling. Stel je nu een voor dat een leerling met LHBT+ gevoelens slechts twee procent van deze grappen en scheldwoorden hoort. Dan is dat achtentwintig keer per week: meer dan vijf keer per schooldag. Elke dag, elke week, elke maand, elk schooljaar.’

In de kast 

‘Wanneer je meer dan vijf keer per dag de boodschap krijgt dat wie jij bent negatief is. Hoe voel jij je dan?’ 

Er gaan vingers de lucht in. 

‘Onzeker, boos, verdrietig, bang,’ zijn de antwoorden uit de klas. 

Ik vul aan: ‘Wat denken jullie van onveilig? En denk je dat je nog ruimte voelt om jezelf te kunnen zijn?’ 

Weer schudt de klas nee. 

‘Steek je vinger op, als jij het fijn vindt om je elke dag zo te voelen.’ 

Begrijpelijk gaat er geen vinger de lucht in. ‘Op deze school zitten honderd tot honderdveertig leerlingen met LHBT+ gevoelens. Steek je vinger op als jij vijf of meer leerlingen kent die LHBT+ zijn.’ Wederom gaat er geen vinger de lucht in. ‘Dat betekent dat er ongeveer honderd leerlingen met LHBT+ gevoelens zijn, die verborgen zijn en in de kast zitten. Ze voelen zich vaak onzeker, onveilig en eenzaam en ze kunnen jullie niet vertellen dat die scheldwoorden hen enorm kwetsen en veel verdriet veroorzaken. Daarom geef ik voorlichting, om jullie te vertellen over je medeleerlingen die onzichtbaar in de kast zitten en dat school voor hen vaak helemaal niet leuk is door alle opmerkingen. Ik voel me enorm welkom in deze klas en jullie hebben niets tegen LHBT+ers. Ik hoop dat je begrijpt dat met pesten en schelden het er eigenlijk niet toe doet of je er iets mee bedoelt, maar dat je inziet wat het veroorzaakt bij de ander. Ik ben hier niet om jullie op de kop te geven, ik wil graag dat jezelf nadenkt: behandel ik een ander zoals ik zelf behandeld wil worden? En als ik mezelf kan zijn en me veilig kan voelen op school, betekent dit dan ook dat ik het belangrijk vind dat alle leerlingen die ruimte voelen? Het schelden en pesten heeft niet alleen invloed op de leerlingen met LHBT+ gevoelens.’

Nogmaals 

Wil je de vraag nogmaals stellen?’ vraag ik aan een leerling. 

‘Bent u gepest omdat u zo bent?’ leest de leerling voor. 

‘Wat klopt er niet aan deze vraag?’ vraag ik. 

Na enkele seconden gaat er een vinger omhoog.

‘Zo,’ zegt de leerling. 

‘Wat bedoelt de vragensteller met ‘zo’?’ vraag ik. 

‘Homo,’ zegt de leerling schuchter. 

‘Vinden jullie het lastig om het woord homo te gebruiken?’ 

Ja, knikt de klas. 

‘Wie weet waarom, dat een moeilijk woord is?’ 

‘Het klinkt zo hard,’ zegt een leerling. ‘Bedoel je met hard, dat het negatief klinkt?’ 

De leerling knikt. 

‘Homo betekent letterlijk ‘hetzelfde’: mijn gender is man en ik voel me alleen maar aangetrokken tot mannen, dus ik val alleen op wat ik zelf ook ben, dat is wat homoseksueel betekent. Wat is daar negatief aan?’ 

Het blijft stil in de klas. 

Bewustwording 

‘Jullie horen het woord ‘homo’ bijna altijd als scheldwoord, dat betekent dat jullie dit woord als negatief zien, ook wanneer je het gebruikt zoals het bedoeld is. Snappen jullie dat het schelden met homo, dus een negatieve invloed op jullie allemaal heeft?’

Ik zie de spreekwoordelijke kwartjes vallen.

Vooroordelen en discriminatie tegengaan werkt veel effectiever als erover gesproken wordt, als er bewustwording van het probleem gecreëerd wordt, als leerlingen na kunnen denken over

de implicaties van taal en gedrag en als zij hun eigen conclusies trekken. 

Het werkt veel beter dan repressie. Helaas is dat soms ook nodig.

Maar niet in deze klas.

Hilbrand Bonthuis


Hilbrand Bonthuis (41, Bolsward) zet zich in voor diversiteit door o.a. LHBT-voorlichting te geven op scholen. Hij spreekt zich uit voor een meer inclusieve samenleving. “In the end we will remember not the words of our enemies but the silence of our friends.” (Martin Luther King)

https://twitter.com/LHBTInfo

Hilbrand Bonthuis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.