Hoezo, geen kinderen?

Het is de hoogste tijd dat lhbt+ers met een kinderwens openhartig en met trots deze wens kunnen uiten. Gek genoeg en geheel onterecht heb ik nog vaak het idee dat ik, als homoman met een kinderwens, me hiervoor tegenover anderen moet verantwoorden. Dit terwijl voor hetero’s én voor homo’s het krijgen van kinderen een steeds bewustere keuze wordt. Toen mijn ouders mijn leeftijd (25) hadden was dit wel anders; bij een vrijgezel of bij een stel zonder kinderen “was het blijkbaar helaas niet gelukt”. Kinderen met twee vaders of twee moeders kwam je destijds maar zelden tegen. Zeker in de Achterhoek waar ik opgroeide. Nu er steeds meer mogelijk is, lijkt het tij te keren. Redenen genoeg dus om vandaag de dag iedere kinderwens heel serieus te nemen.

Hoewel ik als man zonder moeite met mijn vriend over straat kan, reageren mensen nog steeds bedenkelijk als ik aangeef dat ik samen met hem een gezin wil starten. Eén van mijn collega-studenten merkte ooit op dat mijn vriend en ik geluk hebben, want “homostellen kunnen zich volledig op hun carrière focussen en hoeven tenminste geen tijd en geld voor kinderen opzij te zetten”. Deze uitspraak is niet alleen een vooroordeel en prehistorisch, het is ook nog eens volledig onjuist. Mijn kinderwens heeft niets met mijn seksuele voorkeur te maken, de mogelijkheden om deze in vervulling te laten gaan daarentegen wel. Routes die stellen van gelijk geslacht kunnen bewandelen, zoals adoptie of draagmoederschap, zijn namelijk vaak tijdrovend, kosten veel energie en vragen veelal om een flinke financiële bijdrage. Als je dit soort trajecten ingaat, helpt steun vanuit de omgeving en helpt de erkenning dat de wens van de een niet minder is dan die van de ander.

“Homostellen kunnen zich volledig op hun carrière focussen en hoeven geen tijd en geld voor kinderen opzij te zetten…”

Niet alleen persoonlijk, maar ook namens stichting Meer dan Gewenst – de belangenbehartiger van lhbt+wensouders en regenbooggezinnen – hoop ik dat we een decennium ingaan waar het regenbooggezin ‘gewoon’ wordt. Zowel in het straatbeeld als in onze wet. Stappen hiervoor lijken langzamerhand ook gezet te worden. Rond de zomer wordt namelijk de kabinetsreactie op het rapport van de Staatscommissie Herijking Ouderschap verwacht. Door het kind centraal te zetten, heeft de Commissie niet minder dan achtenzestig aanbevelingen gedaan om de verouderde wet aan te laten sluiten bij hedendaagse ouderschapsvormen. Focuspunten: het juridisch verankeren van draagmoederschap en het meerouderschap.

Die draagmoederschapswet is broodnodig. Niet alleen om de kinderen, de draagmoeders en de ouders juridische bescherming te bieden, maar ook om deze gezinnen de maatschappelijke erkenning en het vertrouwen te geven die zij zo verdienen. Draagmoederschap komt namelijk al voor in Nederland, maar op het moment is er nog geen wettelijke constructie die alle partijen in een dergelijk proces voldoende beschermt. Ook is openbaar een oproep doen om een draagmoeder te vinden op dit moment verboden. Dit staat haaks op geluiden van zowel medische experts als de publieke opinie. De NVOG (vereniging van gynaecologen) is namelijk voorstander van ivf-draagmoederschap en het onderzoeksbureau Ipsos wees uit dat er onder Nederlanders ruim voldoende draagvlak is voor een draagmoederschapsbank. Goede wetgeving is nu nog het enige wat ontbreekt.

Dan de meerouderschapswet. Acteur Rick Paul van Mulligen, vader binnen een meerouderschapsgezin, merkte kortgeleden in de Volkskrant treffend op dat zijn zoon opgroeit “in een wereld waarin net de Nashville-verklaring is ondertekend, en er nog steeds geen Meerouderwet bestaat”. De Staatscommissie adviseert juist het invoeren van de wet zodat kinderen die in die gezinsvorm opgroeien juridische bescherming wordt geboden. Nu dienen de constructies binnen de bestaande wettelijke kaders geknutseld te worden, en daar zijn de huidige wetten bij lange na niet toereikend voor. Bij dit soort onzekerheid is helemaal niemand geholpen. Vanwaar dan toch die enorme terughoudendheid van de politiek om hier werk van te maken? Het is een kwestie van willen, niet van kunnen.

“Nederland heeft weer de kans, net als bij het homohuwelijk in tweeduizend een, geschiedenis te schrijven”

De komende jaren heeft Nederland dus weer de kans, net als bij het homohuwelijk in tweeduizend een, geschiedenis te schrijven. Dat is wel nodig in een land dat volgens het rapport van internationale belangenbehartiger ILGA niet eens meer in de top tien van meest lhbt+tolerante landen van Europa staat. We hebben daarom nog wel wat in te halen. ‘Meer dan Gewenst’ zal zich hier in elk geval hard voor blijven maken.

Afsluitend, om op mijn oproep aan het begin van dit pleidooi zelf de daad bij het woord te voegen: mijn vriend en ik zouden het geweldig vinden als we de kans krijgen om in de toekomst één of meerdere kinderen te adopteren. Zoals je kunt voorstellen hebben we hiervoor nog wel een aardig pad te bewandelen.

Luc Nibbeling 


Luc Nibbeling is sind juni 2018 op vrijwillige basis actief als voorzitter van stichting Meer dan Gewenst.  Hij is voormalig bestuurder van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en toezichthouder van stichting Studiekeuze123. In 2019 studeert hij af aan de master Banking & Finance, Universiteit Utrecht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.