Dodenherdenking

Op 4 mei ben ik twee minuten stil. Dat is me met de paplepel ingegoten. In mijn jeugd herdachten we Nederlandse militairen en verzetshelden. Voornamelijk mannen, want vrouwen speelden een bescheiden rol in het heroïsch palet. Later bleek dat vrouwen niet minder heldhaftig waren. Inmiddels is de lijst van wie herdacht mag worden aardig volledig waardoor vrijwel iedereen zich met de herdenking verbonden kan voelen.

Op 4 mei herdenk ik ook mijn eigen doden. Eén overledene in het bijzonder. Mijn moeder. Zij overleed op 4 mei 2014. In haar leven speelde de oorlog een kleine rol. De enige negatieve associatie die zij ermee had was dat de Duitsers op haar verjaardag het land waren binnengevallen. Verder is zij de oorlog ongeschonden doorgekomen.

Met haar laatste ademhaling kwam een einde aan een leven dat al langer geen leven meer mocht heten.

Ik was erbij toen ze overleed. Ik stond aan het voeteneinde van haar bed, mijn vader zat naast haar en hield haar hand vast. Met haar laatste ademhaling kwam een einde aan een leven dat al langer geen leven meer mocht heten. Ze had alzheimer en lag in haar laatste jaar alleen nog op bed. De ziekte had haar mentaal en fysiek leeggeroofd. De rolstoel waar ze een poosje van afhankelijk was geweest, was allang opgehaald.

Als ik bij haar was zat ik naast een vreemde. Als zij naar me opkeek zag ze niets bekends. We zaten eenzaam samen. Het was kenmerkend voor onze relatie. Tijdens haar leven vermeed ze nabijheid, ik gaf haar de afstand die ze nodig had.

Het was een leerproces en ik was geen snelle leerling. Ik heb haar vaak door mijn aanwezigheid geërgerd. Ik begreep haar afstandelijkheid niet en zij kon het mij niet uitleggen. Pas toen ik haar vertelde dat ik niet op meisjes verliefd kon worden kregen we een kapstok om die afstandelijkheid aan op te hangen. Zij vond daarin een excuus voor haar gereserveerdheid. De vanzelfsprekendheid waarmee ze vervolgens haar houding verantwoordde nam ik dankbaar aan. Ook ik dacht de reden gevonden te hebben die het haar onmogelijk maakte om van mij te houden.

Toen ik het huis uit was brachten elkaar beleefdheidsbezoeken en deden of de lucht blauw was.

Vanaf die tijd, ik was 13, leefden we ook wat mij betrof langs elkaar heen. Toen ik een aantal jaren later het huis uit ging kon de afstand ook fysiek steeds groter worden. We brachten elkaar beleefdheidsbezoeken en deden of de lucht blauw was. We bespraken niets wezenlijks en tussen de familiefoto’s stond geen afbeelding van mijn man en mij. Zij had geen inzicht in mijn leven en ik wist niet dat het hare haar langzaam aan het ontglippen was.

Pas toen onmiskenbaar duidelijk werd dat ze ziek was kreeg ik meer toegang. Zakelijke toegang. Ik besprak haar als de cliënt voor wie ik zorg droeg. Ik regelde ziekenhuisopname, opname in verpleeghuizen en het bed waarin ze zou sterven. Daarna was het wachten op haar dood, waarna ons niets meer zou binden. Kort voor haar dood zat ik bij haar. Het zou één van de laatste keren zijn. Ze staarde met lege ogen naar het plafond. Toen ik naar het uitgemergelde mensje keek wist ik dat dit één van de laatste keren zou zijn dat ik bij haar was. Het was een intuïtief weten, ik kon het nergens op baseren. Met dat weten kwam het besef dat áls ik nog iets wilde zeggen, ik het nu moest doen.

Kort voor haar dood zat ik bij haar. Het zou één van de laatste keren zijn.

Het heeft een paar minuten geduurd voor ik durfde te zeggen wat ik voelde, want dáárvoor moest ik de muur die ons perfect gescheiden hield slechten. Terwijl ik haar hand pakte vertelde ik haar dat ik ondanks alles altijd vreselijk veel van haar gehouden heb. Daarna zei ik haar dat ik wist dat ook zij al die jaren van mij gehouden had. Haar uitgeteerde lichaam veerde op en terwijl ze me strak aankeek fluisterde ze ‘ja dat klopt.’

Met een benige vinger veegde ze mijn wang droog en zei dat ik niet moest huilen, omdat huilen niets oplost. Ik zei haar dat huilen wel degelijk iets oplost waarna ook over haar wangen een paar tranen rolden. Daarna nam de ziekte de regie weer over en zakte ze in de kussens weg. Een vervolg is er niet gekomen. Dat was ook niet nodig. Alles was gezegd.

4 mei. Op die dag herdenken we de doden. En ik denk aan degene die mij vlak voor haar dood vrijheid schonk.

Paul de Vries


Paul de Vries (Bennekom, 1963) is schrijver en columnist. Daarnaast is hij verpleegkundige en freelance sportinstructeur.

One thought on “Dodenherdenking

  1. M schreef:

    Na de oorlog lag er veel “goed bloed” onder het zand van de duinen. Of elders. Ander “goed bloed” emigreerde liever. Waarna Nederland zelf in een diep oppervlakkige “keurigheid” terugviel in de jaren ’50. De verschilmakers waren er niet meer.

    In de homowereld is iets vergelijkbaars gebeurd met de hiv- en aids jaren. Een heel ander verhaal natuurlijk dan wat op 4 mei herdacht wordt.

    Maar de parallel is duidelijk aanwezig. Er zijn flink wat verschilmakers niet meer onder ons. Die nu nog ouder en wijzer waren geweest. De generatie van daarna hangt weer (soms sterk) naar keurig. Net als wat in de jaren ’50 gebeurde.

    Het wordt tijd dat de sixties weer terug komen. Maar dan met nieuwe verassingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.