Hoe ‘gay’ is de Canal Parade van Pride Amsterdam?

Komende zaterdag 4 augustus vindt de jaarlijkse grote botenparade van Pride Amsterdam plaats, een groot en feestelijk evenement waar echter ook elk jaar weer de nodige kritiek op is. Zo zouden er teveel niet-homogerelateerde boten aan meedoen, die meer als varende recepties van het bedrijfsleven fungeren dan dat ze een toegevoegde waarde voor de Pride hebben. Om het debat hierover van meer feitelijke onderbouwing te voorzien, deed Gaykrant een onderzoek  naar de deelnemers aan de Canal Parade van 2018. 

Door: Peter Koop

Het bepalen van hoeveel boten uit de LHBT-gemeenschap afkomstig zijn en hoeveel niet, is niet altijd even makkelijk. Niet alleen is er een grijs gebied waarbij getwist kan worden of een deelnemer wel voldoende “gay” is, ook is niet altijd duidelijk wie of welke organisatie er achter een bepaalde boot zit. Tot en met vorig jaar werd bovendien niet bekend gemaakt in welke categorieën de boten door de organisator ingedeeld werden.

Op basis van een reconstructie bleek dat in 2017 het aantal homoboten uitkwam op 30 (37%). Dat er 16 gemengde boten (20%) waren en 34 niet-homoboten (43%). Het Vlaamse LHBT-magazine ZiZo deed ook onderzoek en noemde de Amsterdamse Pride “zowat de best georganiseerde Pride ter wereld”, maar kwam na een strenge beoordeling tot de conclusie dat het gay gehalte van de botenparade op 40% lag, oftewel 32 van de in totaal 80 boten.

Nieuwe categorieën

Dit jaar heeft de Pride-organisatie wel gepubliceerd in welke categorie de deelnemende boten vallen, alleen is dat op zichzelf nog niet erg inzichtelijk. In de eerste plaats omdat de lijst op alfabetische volgorde van de deelnemers is, zodat je niet ziet hoeveel boten er in welke categorie zitten. Bovendien zijn alle categorieën van een nieuwe naam voorzien, waardoor niet meer duidelijk is waar een bepaalde categorie voor staat.

In de oude indeling zag je meteen of de deelnemer gay of non-gay was, non-profit, overheid of commercieel, en dat dan weer uitgesplitst naar lokaal of landelijk en groot of klein. In de huidige indeling is elke categorie zonder duidelijke reden voorzien van de term Pride of Rainbow, of beide, en geven alleen de termen Friend, Ally en Partner nog een indicatie van de mate van verbondenheid met de LHBT-gemeenschap. Qua transparantie is er dus zowel een stap vooruit, als een stap terug.

Welke soort deelnemers er achter de nieuwe benamingen schuilgaan is te vinden in de beschrijving die in het Deelnemersreglement van de botenparade  staat. Hoewel alle deelnemende organisaties en bedrijven ongetwijfeld LHBT-vriendelijk zullen zijn, lijken verschillende omschrijvingen nogal dik aangezet.

Zo geldt voor de categorieën Rainbow Ally L en XL dat er een “aantoonbare relatie met de LHBT-community” moet zijn. Voor bijvoorbeeld het Aidsfonds en Amnesty International is die er wel, maar voor deelnemers als het Dames Zaalvoetbal, de Nederlandse Roeibond of de Rotaryclub Jacobswoude klinkt het tamelijk vergezocht. Ook de tekstjes waarmee dergelijke deelnemers zich op de Pride-website voorstellen, komen vaak niet veel verder dan dat ze vinden dat iedereen gelijk is en dat je mag houden van wie je wilt.

LHBT-gerelateerd

Aan de hand van de genoemde omschrijvingen kan bepaald worden hoeveel boten dit jaar uit de LHBT-gemeenschap zelf afkomstig zijn en hoeveel niet. Boten die meevaren namens algemene organisaties, overheidsinstellingen of bedrijven, maar waarbij duidelijk is aangegeven dat ze een LHBT-gerelateerd thema onder de aandacht brengen, dan wel door een roze personeelsnetwerk geïnitieerd zijn, worden als “gemengd” aangemerkt.

Het resultaat is in dit pdf-document te zien en levert de volgende totalen op:

21 LHBT-boten (26%)

23 Gemengde boten (29%)

36 Niet-LHBT-boten (45%)

Terzijde moet opgemerkt worden dat deze verdeling de deelnemende organisaties betreft, wat niet per se iets zegt over de uitvoering en aankleding van de boten. Enerzijds kunnen grote bedrijven uitbundige versiering, drag queens en mooie mannen op hun boten hebben, terwijl anderzijds LHBT-boten soms ook niet altijd even spannend of spectaculair zijn. In welke mate op de niet-homoboten ook LHBT’ers meevaren valt nauwelijks na te gaan.

Roze netwerken

Bij de kleine en grotere bedrijven die onder de categorieën Pride Ally L en XL vallen, alsmede voor de grote sponsors van de categorie Pride Corporate Partner geldt dat zij “aantoonbaar een alliantiepartner zijn van de LHBT-gemeenschap in beleid, product en/of samenstelling van de organisatie” – een veelbelovende formulering, waar je echter als toeschouwer van de botenparade weinig of niets van terugziet.

Pas door de presentaties van de deelnemers  op de Pride-website te lezen kom je te weten bij welke bedrijven en overheidsinstellingen er een roze of LHBT-personeelsnetwerk is. Aan hun boten is dat namelijk lang niet altijd te zien. Bij de sponsorpartners vermeldt alleen accountantsorganisatie Deloitte dat ze een LHBT-netwerk hebben. En pas door zelf te googlen blijkt dat nog eens 5 van de 13 sponsorpartners lid zijn van Workplace Pride, het internationale platform voor LHBT-integratie op de werkplek.

Hoe belangrijk dit voor het welzijn van LHBT-werknemers kan zijn laten voorbeelden bij Philips en Shell zien. Vanuit de Pride-organisator wordt dan ook telkens benadrukt hoe waardevol de steun van deze bedrijven voor de emancipatiestrijd is, maar als dit niet goed uitgelegd en zichtbaar gemaakt wordt, is het logisch dat mensen denken dat grote ondernemingen alleen maar om commerciële redenen meevaren.

Verbeteringen

Toch zijn er bij de Canal Parade ook concrete verbeteringen. Een veelgehoorde suggestie van critici was dat de grote ondernemingen in plaats van zelf met een boot mee te varen, beter boten van LHBT-organisaties kunnen sponsoren. De Rabobank heeft dit opgepikt en financiert dit jaar een boot voor de stichting Meer Dan Gewenst, die zich inzet voor roze ouderschap. Er hadden zes organisaties naar deze zogeheten “Support Card” meegedongen.

Deelname van de grote sponsorboten is op zich goed te rechtvaardigen omdat ze een groot deel van de kosten dragen, maar bij andere bedrijven, zoals vorig jaar bijvoorbeeld biefstukkenrestaurant Loetje, is het financiële voordeel gering. De organisator probeert zulke deelnemers nu duurzamer aan de Pride te verbinden, door te bepalen dat bedrijven “die zich in hun communicatie niet uitsluitend richten op de LHBT-community” alleen nog aan de botenparade kunnen deelnemen als zij lid zin van de Pride Business Club. Zo’n lidmaatmaatschap kost 1500,- euro per jaar en moet voor minimaal 3 jaar worden aangegaan.

Wat menig criticus tenslotte ook zal waarderen is dat er dit jaar nog maar 1 boot van een politieke partij meevaart. Er hadden zich vier partijen aangemeld, maar om “meer deelnemers met goeie concepten toe te kunnen laten heeft de ballotage-commissie geen oogje meer dicht geknepen bij de beoordeling van de politieke concepten” waardoor bij de komende editie alleen GroenLinks present is.

De organisator heeft dus stappen gezet om aan de kritiek tegemoet te komen, maar een duidelijk zichtbaar verschil maakt het vooralsnog niet. De aanpassingen hadden ook wel iets creatiever kunnen zijn, zoals bij de Utrechtse botenparade, waarbij de politieke partijen gezamenlijk op 1 boot meevoeren en er kano’s waren om ook kleine LHBT-initiatieven laagdrempelig te laten meedoen.

Opbrengsten

Hoe belangrijk is de deelname van de gemengde en de niet-LHBT-boten financieel gezien? Het eerdergenoemde Deelnemersreglement vermeldt welk bedrag de boten uit elke categorie als inschrijfgeld moeten betalen. Op die manier kunnen we berekenen hoe noodzakelijk de deelname van grote organisaties en bedrijven is, aangezien de organisator de inschrijfgelden voor boten uit de homogemeenschap zo laag mogelijk wil houden.

Voor de hoofdsponsors is deelname aan de Canal Parade onderdeel van het sponsorpakket, dus het geld dat zij inbrengen komt de Pride als geheel ten goede en wordt daarom niet meegerekend bij de inschrijfgelden van de botenparade. Op basis van de eerdergenoemde indeling krijgen we dan grosso modo het volgende resultaat:

13 partnerboten: ca. 360.000,- sponsorgelden

24 overige niet-LHBT-boten: ca. 85.000,- inschrijfgelden

23 gemengde boten: ca. 77.000,- inschrijfgelden

21 LHBT-boten: ca. 10.000,- inschrijfgelden

Hieruit blijkt dat de LHBT-boten maar ongeveer 6% van de totale inschrijfgelden opbrengen en dat de andere boten dus het overgrote deel van de inkomsten voor hun rekening nemen. Volgens de jaarrekening over 2017 beliepen de totale kosten voor de botenparade zo’n 315.000,- euro. Daar stonden toen 122.000,- euro aan inschrijfgelden en 93.000,- euro aan overige inkomsten tegenover. De bijna 100.000,- euro aan veiligheids- en milieukosten zullen waarschijnlijk door de subsidie van de gemeente zijn gedekt.

Langs de kant

De kritiek op de commercialisering heeft inmiddels niet alleen meer betrekking op de botenparade zelf, maar ook op wat er langs de kant gebeurt. Groepen (hetero)bezoekers grijpen het evenement namelijk steeds vaker aan om privéfeestjes te vieren, waarbij commerciële partijen de openbare ruimte rustig voor 100,- euro per persoon exploiteren. En omdat zulke bezoekers niet alleen een picknickmand, maar soms ook complete DJ-sets meenemen, leidt het bovendien tot extra overlast.

Vanuit de gemeente en de organisator werd toegezegd hier tegen te zullen optreden, maar daar bleek in voorgaande jaren niet veel van terecht te komen. Opmerkelijk is daarom dat de Pride-organisator nu zelf voor 450,- euro ligplaatsen langs de route aanbiedt, waarbij bedrijven voor 750,- euro extra bovendien nog hun naam of logo kunnen aanbrengen – ook weer om de “oplopende kosten van de botenparade te kunnen blijven betalen.”

Het beeld van dat het niet meer “om gay, maar om geld” draait wordt tenslotte nog eens versterkt doordat het exclusieve Pulitzer Hotel dit jaar een eigen VIP-podium aanbiedt, voor 199,- euro per persoon. Dat er daarnaast voor het eerst ook een gratis gereserveerd gedeelte voor mindervalide toeschouwers is, weegt dan niet meer tegen de negatieve beeldvorming op.

Conclusie

Als we de boten uit de LHBT-gemeenschap en de boten die zich daar duidelijk op richten optellen, dan is iets meer dan de helft van de deelnemers aan de Canal Parade 2018 LHBT-gerelateerd. Het is het andere deel van de boten waar de jaarlijkse kritiek zich op richt. Hoezeer die overige bedrijven en organisaties de Pride en de LHBT-gemeenschap ook een warm hart toe dragen, komt dit nog steeds niet zichtbaar genoeg naar voren.

Het willen sponsoren van de Pride is op zich al een blijk van betrokkenheid, want grote ondernemingen blijken daar nog steeds erg terughoudend in te zijn. De 13 hoofdsponsors zijn voor Pride Amsterdam als geheel dan ook onontbeerlijk, alleen is de vraag of het meevaren in de Canal Parade niet wat minder puur “naamsvermelding” kan zijn. De stap van de Rabobank zou wat dat betreft ruimschoots navolging verdienen.

Daarnaast is voor de Canal Parade ook deelname van nog weer andere bedrijven en overheidsinstellingen nodig, aangezien met louter of hoofdzakelijk boten uit de LHBT-gemeenschap de kosten bij lange na niet meer gedekt kunnen worden. Hierbij probeert de organisatie de betreffende niet-LHBT-deelnemers tot nauwere betrokkenheid te bewegen, maar ook dit is iets dat nog verdere uitbouw en verdieping behoeft.

2 thoughts on “Hoe ‘gay’ is de Canal Parade van Pride Amsterdam?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.