Astrid Nijgh

Aarzelend kwam ze de kamer in gesloft. Een gezette oudere dame die wat gemelijk om zich heen keek. Pas toen onze gastheer haar introduceerde, herkende ik de vrouw die in de jaren zeventig via de tv onze huiskamer binnenkwam.

Astrid Nijgh.

Ik wist niet dat ze nog leefde.

Als één naam de Nederlandse cultuur belichaamt dan is het Nijgh wel.

Voor wie de naam Nijgh niets zegt, ga je schamen, want als er íets is wat de Nederlandse cultuur belichaamt is het die naam.

Astrid Nijgh was ooit getrouwd met tekstdichter Lennaert Nijgh. Maar meer dan “echtgenote van”, was ze in mijn jeugd de vrouw die een andere moraal dan de dorpse onze huiskamer in slingerde.

Het was begin ‘74. Ik was tien. ‘De Stratemakeropzeeshow’ was linkse propaganda en GBJ Hiltermann ons politiek kompas. Hoewel mijn ouders zich graag liberaal opstelden, lukte het hen niet zich aan de calvinistische fatsoensnorm van de jaren vijftig te ontworstelen. Het normatieve juk uit hun jeugd drukte loodzwaar op het verlangen naar zelfexpressie. Astrids lied ‘Ik doe wat ik doe’ peuterde aan dit verlangen. Dit lied gaat over het al dan niet noodgedwongen maling hebben aan de mening van een ander, over een leven zonder angst voor de dominante overtuiging.

‘Ik doe wat ik doe,’ was niet aan de orde.

Strenge fatsoensnormen lagen vast.

In het dorpse leven waren overtuigingen leidend. Mensen hielden elkaar daarmee binnen strenge fatsoensnormen. ‘Ik doe wat ik doe’ was niet aan de orde. Kaders lagen vast. Afkeuring, hoon of uitsluiting waren loon voor overtreding. Het was veiliger om ongelukkig binnen die kaders te leven dan in het onbekende vrijheid te zoeken.

Iemand als Astrid Nijgh, een sterke vrouw met letterlijk een eigen stem, stond haaks op dat leven. Haar lied werd met afkeuring aangehoord. Er werd om haar contra-alt gelachen.

Toch werd er in de beslotenheid van onze vier muren naar haar geluisterd. In de slepende eenzaamheid van een ingekaderd leven was het lied voor één vrouw een kortstondige ontsnapping uit een uitzichtloos bestaan. Deze vrouw, mijn moeder, neuriede mee en gaf daarmee stem aan het verlangen naar een leven zonder compromissen. Daarna dreunde steevast, traag en slepend als de psalmen uit haar jeugd ‘Waarheen waarvoor’ door het huis. Boete voor de hoop; absolutie is nooit gekomen.

Astrid Nijgh.

Surprise-act op een verjaardag. Ze zong en bracht met haar doorleefde alt die onvervulde hoop terug. Daarna slofte ze de kamer weer uit.

Paul de Vries


Paul de Vries (Bennekom, 1963) is schrijver en columnist. Daarnaast is hij verpleegkundige en freelance sportinstructeur.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.