Michael van Praag (KNVB): “Ik was wel uit de kast gekomen”

Zelden geeft KNVB-voorzitter Michael van Praag een interview over homoseksualiteit en voetbal. Omdat veel sportjournalisten het maar een moeilijk onderwerp vinden, mijden ze volgens hem dit onderwerp. Vandaag, op de Internationale Dag tegen Homofobie, spreekt Van Praag over acceptatie en integratie van homo’s in de voetballerij. “Betaald voetbalclubs raden spelers af om uit de kast te komen.”

Tekst: Peter Schouten

Meneer Van Praag, u heeft dit onderwerp ooit binnen de KNVB op de agenda gezet en een plan geschreven. U vindt het heel belangrijk en u bent erg goed op de hoogte. Waarom wilde u toch uw adviseur Diversiteit bij dit gesprek?

Van Praag: “Ik kan heel erg goed mijn eigen woordje doen. Toch vind ik het belangrijk dat Mar Schuringa als spil van onze diversiteitscampagne erbij zit. Zij kan heel duidelijk neerzetten waar de KNVB voor staat. Ik wil daar nog wel eens makkelijker overheen springen. Dus het leek mij goed dat zij er ook bij zou zijn.”

Niets zo heterogeen als de homowereld. Toch lijkt iedereen het wel eens te zijn dat de KNVB de afgelopen jaar weinig hoor- en zichtbaar op dit onderwerp is geweest. Trekt u zich dat aan?

Van Praag: “De KNVB is misschien niet zo hoor- en zichtbaar, maar de mensen die het meest schreeuwen doen vaak het minst. Dus wij roepen misschien niet zoveel, maar doen wel veel. Wij proberen om vanuit binnenuit – de voetbalvereniging – bewustzijn te creëren dat homofobie iets verderfelijks is. Dat werkt goed. Ik ben zeer tevreden dat we niet zoveel roepen. Als we een keer iets zeggen valt het ook gelijk op.”

“Wij proberen om vanuit

de voetbalvereniging bewustzijn te creëren

dat homofobie iets verderfelijks is.”

Uw laatste interview hierover was volgens mij in 2013.

Van Praag: “Ik geef niet veel interviews. En er zijn ook niet zoveel mensen die mij over dit onderwerp willen interviewen. Omdat veel mensen – en zeker in de sportjournalistiek – het maar een moeilijk onderwerp vinden. Dus die branden hun handen daar niet aan. Het enige dat zij kunnen roepen is: wanneer komt er nu eens een betaald voetballer uit de kast? Alsof we er dan zijn.”

Waarom vinden zij dit een moeilijk onderwerp?

Van Praag: “Ja waarom vinden zij dit een moeilijk onderwerp? Waarom vinden veel mensen dit een moeilijk onderwerp?”

Ja ik vraag het u.

Van Praag: “Ja, dat weet ik ook niet. Ik vind het raar. In het voetbal is het nooit zo’n besproken onderwerp geweest. Misschien omdat men het nooit als probleem heeft ervaren of het juist heeft weggestopt. Toen ik als voorzitter begon stond het niet op de agenda. Maar ik wilde erover praten. Ik stipte het aan bij de algemene vergadering amateurvoetbal en er ontstond een vreemde stilte in de zaal. Mensen schoven onrustig over hun stoel. De mening was: er is geen probleem, want we zijn niet tegen homo’s. Ik zei: het probleem is nu juist dat u zegt dat u geen probleem heeft. Zo’n tien procent van de Nederlandse bevolking is homoseksueel, dus ga mij nu niet vertellen dat jullie geen homoseksuele mensen in de club of op het veld hebben. Dat bestaat niet. Toen is dat balletje gaan rollen. Nu merk ik dat die koudwatervrees verdwenen is. Dat vind ik al een hele winst.”

Ja, is dat genoeg?

Van Praag: “Dat heb ik toch niet gezegd? Als het genoeg was waren we ermee opgehouden. Dan hadden we hier nu niet gezeten. Nee, het is zeker niet genoeg. We zullen er altijd mee bezig moeten blijven. Ook omdat er elk jaar weer een nieuwe generatie voetballertjes komt. Op de school van mijn dochter riepen ze ook dingen als ‘je lijkt wel een mietje’ of ‘je bent toch geen homo?’ Dat doen kinderen. Als je niet heel vroeg begint om ze dat af te leren dan kom je er niet. Daarom richten wij ons op de jeugdleiders en trainers om dit soort dingen te onderkennen en ermee aan de slag te gaan.”

“Sommige clubs raden spelers af

om uit de kast te komen.”

Hoe doen jullie dat?

Van Praag: “Door het onderwerp in workshops bespreekbaar te maken bij de clubs. Door aan bewustwording te werken. Daar begint het, maar we hebben ruim 3.100 amateurverenigingen. Die bereik je niet in één keer. We hebben 34 betaald voetbalclubs, maar wat zeggen die? Als we een homoseksuele voetballer in het eerste elftal zouden hebben en hij uit de kast zou komen, wordt hij meteen door het publiek uitgescholden. Dat is slecht voor zijn carrière en dan is het hele stadion tegen hem. Want een stadionpubliek is soms wreed. Zeer wreed. Dus wij – zeggen sommige clubs dan – raden hem af uit de kast te komen.”

ADO Den Haag staat bekend – mede vanwege zijn roze fanclub – als voorbeeld van een club die dit onderwerp serieus aanpakt. Wat zijn andere goede voorbeelden?

Schuringa: “We zijn bij alle clubs langs geweest. Ik heb het idee dat het thema bij hen nu bespreekbaar is. Dat is een belangrijke eerste stap.”

Van Praag: “Ik vind niet dat ik in een interview clubs moet noemen. Want dan krijg je meteen andere clubs die zeggen dat ze ook veel doen. Dat is niet eerlijk. We zijn zover dat er een sfeer heerst dat de homoseksuele medemens zich veilig begint te voelen en indien nodig een luisterend oor vindt binnen zijn club. Dat vind ik ten opzichte van vijf jaar geleden een enorme winst. Ik ben echt enthousiast.”

Wereldwijd zijn er amper openlijk homoseksuele profvoetballers. Stel een voetballer wil uit de kast komen en belt u om advies. Wat zegt u dan?

Van Praag: “Volg je hart. Als jij het niet meer voor je kunt houden, moet je het vooral doen. Dan gaan we samen naar jouw club om met de voorzitter en trainer te praten hoe we dit gaan aanpakken. Maar dat is nog nooit gebeurd.”

Kent u profvoetballers die gay zijn?

Van Praag: “Nee, ook omdat ik in het leven echt niet bezig ben met de vraag of je homo of hetero bent.”

Mar Schuringa en Michael van Praag

Nee, maar ik ben ook met heel veel dingen niet bezig, maar ik weet soms wel dingen.

Van Praag: “Nee, nee echt niet. Ik ken ook niet zoveel voetballers omdat ik als bestuurslid van de KNVB heel ver van het kleedkamergebeuren verwijderd ben. Daar hoor ik mij helemaal niet mee te bemoeien.”

Schuringa: “Belangrijker is wat je als club kunt doen om te ondersteunen mocht dit gebeuren. En dat de club zo’n speler beschermen en helpen.”

Van Praag: “En ook met de supporters. In mijn tijd als Ajax-voorzitter had ik vrijwel dagelijks contact met de harde kern. Ik zou dan de jongens bij elkaar roepen om het te bespreken en uit te spreken dat ik verwacht dat zij ons steunen. Maar wat ik veel verderfelijker vind is dat er zaakwaarnemers zouden zijn die tegen zo’n jongen zeggen: doe het maar niet, want dat is slecht voor je marktwaarde. Want als je nog eens in een land als Rusland wilt voetballen, kun je dat wel vergeten. Schandelijk.”

Zou dat de belangrijkste reden zijn dat er geen openlijke gay profs zijn?

Van Praag: “Het zijn allemaal veronderstellingen. Ik weet het niet. Vandaag de dag heb je ook nog te maken met dat ongeleide projectiel van sociale media. Dus als jij als Nederlandse homoseksuele voetballer Europees voetbal speelt in een homovijandig land, dan loop je de kans enorm uitgescholden te worden. Wil je dat? Of zeg je van: ik dien eerst mijn carrière wel uit en dan zie ik wel.”

Begrijpt u die keuze?

Van Praag: “Ja. Ieder mens heeft recht op zijn eigen gevoel en privacy.”

“Ik walg van de uitspraken van Johan Derksen.

Zijn programma is wansmaak, cabaret en heeft niets met voetbal te maken.”

Dan werken de kwetsende uitspraken van voetbalanalist Johan Derksen over homo’s ook niet echt bepaald mee. Hoe ziet u dat?

Van Praag: “Ik walg daarvan. Het is wansmaak van de eerste orde. Dat programma is een cabaretprogramma. Dat heeft niets serieus met voetbal te maken. Cabaret is leuk, maar een echt goede cabaretier maakt grappen over een ander, maar kwetst niet.”

Heeft u hier wel eens met hem over gesproken?

Van Praag: “Nee, dat heeft geen enkele zin. Klein houden en negeren die boel.”

Maar u staat bekend als iemand die vaak dingen voor elkaar krijgt achter de schermen.

Van Praag: “De zendgemachtigde is hiervoor verantwoordelijk. En als die zo’n slechte smaak heeft…Als vroeger in mijn bedrijf of nu bij de KNVB dit zou gebeuren zouden we meteen optreden. Ik vind het verderfelijk dat de zendgemachtigde niet optreedt. Dat vind ik bijna een wetsovertreding.”

Heeft u dat laten weten aan Veronica?

Van Praag: “Nee, dat heb ik niet gedaan.”

Schuringa: “De vraag is of je elke keer als er op tv iets wordt geroepen je iets moet doen.”

Maar op een gegeven moment leek het wel elke week raak.

Schuringa: “Het heeft geen zin om steeds alleen op incidenten in te gaan. Wat wij nog beter kunnen doen als we het hebben over naar buiten treden, is laten zien wat wij allemaal doen. Dat moet misschien vaker en beter.”

Van Praag: “De KNVB is communicatief ook in een transitieperiode. We zijn aan het omschakelen van een reactief naar een proactief communicatiebeleid. We zijn nu een protocol aan het ontwikkelen voor als dit soort dingen weer gebeuren. Dat we stap voor stap weten hoe en waar we reageren.”


Over anti-homospreekkoren en het systeem van stilleggen van wedstrijden zegt Van Praag: “Die spreekkoren vallen wel mee. Ik weet ook niet of homo het meest gebruikte scheldwoord is in een voetbalstadion. Mijn dochter is hostess van de business lounge in de Amsterdam Arena. Daar proberen mensen zonder kaartje naar binnen te gaan. Zij weigert hen de toegang. Vuile teringhoer, klinkt het dan. In het voetbal zitten zoveel ordinairo’s die maar van alles roepen. Er zit verschrikkelijk volk tussen.

Het grootste probleem in Europa is vuurwerk en niet de discriminatiespreekkoren. De scheidsrechter en de clubs zijn verantwoordelijk voor het stilleggen van een wedstrijd, niet de KNVB. Er is heel lang de roep geweest om ook wedstrijden echt te staken. Maar dan krijg je met de lokale autoriteiten te maken: de politie en burgemeester. Die willen niet staken, want dan hebben ze oorlog buiten het stadion of in de stad. Dus dat gaat niet gebeuren. We hebben wel tegenwoordig camera- en microfoonsystemen waarbij we precies kunnen zien wat er gebeurt en wie wat roept. Dus we proberen te signaleren en indien nodig iemand te laten aanhouden bij het verlaten van het stadion of de volgende dag thuis.”


Stel: u zou zelf homo zijn. Zou u in deze betaald voetbalwereld willen rondlopen?

Van Praag: “Ja, ik ben het type dat er tegenin gaat hoor. Ik zou dat niet laten gebeuren. Ik zou wel als homoseksuele voetballer in die wereld kunnen rondlopen, maar dat is misschien ook mijn karakter. Binnen de club zou ik op zoek gaan naar iemand met wie ik eens hierover zou kunnen praten. En dan zou ik het daarna publiekelijk willen maken. Zeker.”

Het lijkt lastig om voetballers te vinden die over dit onderwerp iets willen zeggen. Ook al zijn ze zelf geen homo. Begrijpt u dat?

Van Praag: “Nee, maar dat heeft misschien ook te maken met hoe je bent opgevoed. Ik kom ook in streken waar het gereformeerde en andere geloof nog heel sterk is. Ook daar zijn dit taboeonderwerpen. We kunnen van alles vinden, maar we moeten dat ook respecteren.”

Schuringa: “Het heeft met beeldvorming te maken denk ik. Dat voetballers toch bang zijn dat er iets aan ze gaat kleven of dat er dingen worden geroepen. Het blijft een gevoelig onderwerp.”

Tijdens de interland Nederland – Duitsland op 24 maart jl. werd er nog door een groep Oranjefans duidelijk hoorbaar ‘Alle Duitsers zijn homo’ gezongen op de muziek van de aanwezige toeterband.

Schuringa: “Ja dat hebben we gehoord en ook opgepakt. Het is meteen intern besproken. Toen dat deuntje werd ingezet, begonnen supporters dat te zingen. Dat hadden wij band niet gerealiseerd. We hebben met onze collega’s besproken dat we met dit onderwerp bezig zijn. Dus moeten wij er wel voor zorgen dat het bij onze eigen Oranjefans ook goed gaat.”

“Alsof een homoseksueel een roofdier is die een prooi bespringt. Hoe durf je dat te zeggen?”

Wat is het grootste misverstand dat u heeft gehoord over homoseksualiteit in het voetbal?

Van Praag: “Ik durf het bijna niet te zeggen, maar dat homoseksualiteit vies is. Word niet boos op me. Ik word er namelijk misselijk van als ik het zeg. Dat soort dingen heb ik gehoord in de voetballerij. Dan kun je me wegdragen. Dat ze zeggen dat je niet met zo’n iemand zou kunnen douchen en vooral niet bukken als de zeep op de grond ligt. Wat een denigrerende valse opmerking. Schandalig. Alsof een homoseksueel een roofdier is die een prooi bespringt. Hoe durf je dat te zeggen?”

U vertrekt aan het einde van dit jaar als voorzitter van de KNVB. Wat geeft u uw opvolger mee?

Van Praag: “Ik wil heel graag dat hij het gezicht wordt van dit beleid dat we nu jarenlang redelijk succesvol hebben ingezet. Het is onze doelstelling om de homofobie over tien jaar uit het voetbal te hebben.”

Is dat realistisch?

Van Praag: “Ik houd er wel van om een steen in het water te gooien, want anders gebeurt er niets. Waarom niet gewoon over tien jaar de homofobie uit het voetbal? Dat zou toch fantastisch zijn?”

Lees hier meer over voetbal en LHBT+

8 thoughts on “Michael van Praag (KNVB): “Ik was wel uit de kast gekomen”

  1. Koos Koets schreef:

    Ik ben zelf een homoseksuele voetballer (inmiddels gestopt), ik ben er altijd open in geweest, en ik moet zeggen dat ik nog NOOIT 1 negatieve ervaring heb gehad, zowel niet van teamgenoten als andere mensen op de club. Mijn persoonlijke idee is dat er uberhaupt gewoon niet zo heel veel homo’s voetballen, ik wist het bij toeval van 1 ander lid (die schrok zich dood toen ik hem in een club tegenkwam 😉 ). Overigens weet ik het ook van een aantal profvoetballers, kortom ze zijn er wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.