Michel

Van één april tot tien mei zat ik in Spanje. In het stadje Playa del Inglés op het eiland Gran Canaria om precies te zijn. Begin mei kwam mijn jeugdvriend Michel bij mij op bezoek. Wij zijn even oud, zijn allebei begin juni jarig, zijn samen opgegroeid in een net wijkje in Breda-Oost, zijn allebei linkshandig, gingen naar dezelfde scholen, hebben allebei talen gestudeerd, waren beiden docenten en zijn beiden dichters.

Het is een heel fijne vriendschap.

We zijn – godzijdank – ook verschillend. Hij is blond. Ik ben kaal. Hij heeft Rotterdamse wortels. Ik Brabantse. Hij heeft blauwe ogen. Ik bruine. Hij houdt meer van metal en jazz. Ik meer van soul en rap. Hij zegt ‘doezen’. Ik zeg ‘douchen’. Hij is nog steeds docent. Ik niet meer. Hij is straight. Ik ben gay. En ook al snappen we niks van elkaar als het om de seksevoorkeur van de partnerkeuze gaat, Michel is en blijft altijd uitermate gay-friendly en ik ben en blijf altijd uitermate straight-friendly. Dat houdt de dingen gezellig.

Vlak voor zijn vakantie begon, had mijn vriend tegen zijn studenten gezegd dat hij naar Gran Canaria ging. Een mannelijke student had hem gezegd: ‘Ik ben daar een keer met mijn ouders geweest, meneer, en er zitten echt héél veel homo’s op dat eiland.’

‘Ja, dat weet ik,’ had mijn vriend lachend geantwoord.

We moesten er allebei smakelijk om lachen. De jongen had het niet veroordelend bedoeld. Puur als feit. En we hoefden maar om ons heen te kijken om de student meteen gelijk te kunnen geven: het stikte ervan.

Begin mei was namelijk ook de twaalf dagen durende Pride in Playa begonnen. Vanaf het moment dat mijn vriend voet op Canariaanse bodem had gezet, was het aantal gays met elk uur toegenomen.

‘Ik ben ver in de minderheid,’ zei Michel op een avond tijdens het eten in ‘De Yumbo’, hét centrale LHBT+plein van de stad. Ik keek rond. Ja. Daar kon hij wel eens gelijk in hebben. ‘Grappig dat het je opvalt,’ zei ik. ‘Ik ben overal en altijd in de minderheid dus mij valt het eigenlijk nooit meer op.’

‘Behalve vroeger bij jullie thuis. Daar hadden de homokinderen de meerderheid.’

Daar had Michel een punt.

‘Met jouw zusje en met buurtgenootje Marcel speelden we de band ‘Kiss’ na,’ zei hij.

Dat kon ik me nog goed herinneren want ik had een pesthekel aan Kiss en dus aan de pokkenherrie die van onze zolder de trap af kwam denderen, terwijl ik met mijn buurmeisje Natascha de Dolly Dots probeerde na te doen.

In tegenstelling tot ons jongste zusje en de stoere jongens in de straat, konden mijn broer en ik niet voetballen, hadden we een hekel aan spelen met plastic soldaatjes en verloren wij altijd met knikkeren, landje-pik en tikkertje.

En toch hoorden we er gewoon bij.

Voor mijn gevoel hoorden wij kinderen in de buurt er allemaal bij. Die buurjongen deed mee met cowboytje spelen, dat buurmeisje deed mee met verstoppertje. Met dat buurjongetje liep ik naar school. Met dat buurmeisje fietste ik wedstrijdjes om het bloemenperk. Je haakte in wanneer je zin had om in te haken en als je geen zin had, was dat ook goed.

Michel en ik

‘En toch,’ zei ik tegen Michel, ‘Voelde ik me anders.’

‘Hoe anders?’

‘Geen idee. Misschien voelde ik als kind op straat tussen al die goed voetballende, soldaatje spelende, vechtende, baldadige, stoere jongens al diep van binnen een soort van … eh … minderheid.’

We keken elkaar aan. Michel keek naar de soms zeer fraai en soms zeer schaars uitgedoste mannen om hem heen.

‘Ik denk te weten wat je bedoelt,’ zei hij.

Ik knikte. ‘Daarom zijn we toch ook vrienden?’

‘In voor- en tegenspoed.’

‘In meer- of minderheid.’


we wilden Wiro zijn – onverslaanbaar als zijn plastic leger- doelgericht als zijn gejatte knikkers die met beheerste blik en stijve lip recht in kuil werden geschoten –

onbetwiste generaal van pauperwijk waar schoonheid in dop alles bepaalde – en iedereen – waar kracht aantrok – en verstootte.

onder hem speelden we graag slaaf die zweepslagen kreeg -opstand brak nooit uit – oefening van plaats van gemiste

kansen die later vrouw en kind zouden moeten ranselen om te vergeven dat we niets meer wilden zijn dan Wiro’s gebutste bolders op strakke weg naar kuil van het collectief gewiste.


Rick van der Made

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.