Van profielwerkstuk tot LHBT-roman: “Ik zie te weinig representatie”

Op je zeventiende al een roman op je naam. Dat kunnen niet veel mensen zeggen, maar de Goirlese Anne Glerum (17) wel. In haar boek ‘Mijn sterfelijke illusie’, worstelt Richard Hugo in het turbulente London van de jaren twintig met zijn homoseksualiteit. Waarom wilde zij nou juist dit verhaal vertellen? Hoe kijkt zij naar de acceptatie van homoseksualiteit in West-Europa? En wat wil ze bereiken met haar boek?

Tekst: Sasha Haasnoot 

De schrijfstijl van Anne Glerum is weelderig. “Ik hou van schrijven over taboe-onderwerpen zoals David Ebershoff dat deed in zijn boek ‘The Danish Girl’, het bekende boek over een Deense schilder die erachter komt dat hij een vrouw is.”

Toen ze net in de schoolbanken zat, was Glerum al gefascineerd door boeken en wilde ze schrijfster worden. “Ik had in groep drie al de boeken van Harry Potter gelezen en ik was ervan overtuigd dat dat ik zelf ook zoiets kon neerzetten. In mijn verhalen kwamen altijd wel LHBT-personages voor, maar destijds stond ik er niet bij stil dat de meisjes in mijn verhaal lesbisch of biseksueel waren. Voor mij was het gewoon een meisje dat op een meisje viel.” Op die jonge leeftijd kwam Glerum er al snel achter dat een boek schrijven niet zo makkelijk was. “Ik ben wel vijftien keer begonnen en heb het ook vijftien keer niet afgemaakt.”

“Ik hou van schrijven over taboe-onderwerpen zoals in het boek ‘The Danish Girl’”

Donna Tartt

In de vierde klas van het vwo maakte ‘The Secret History’ van Donna Tartt zo’n indruk op Glerum, dat ze de pen weer oppakte. In het boek van Tartt zit een homoseksueel personage. Glerum raakte gefascineerd door het taboe waarmee de jongen te maken kreeg. Zij moest voor haar profielwerkstuk historisch onderzoek doen. “Ik wilde onderzoeken hoe de denkwijze honderd jaar geleden was.” Hieruit vloeide voort het idee om een boek over homoseksualiteit te schrijven. “Ik vond dat er in de literatuur nog te weinig over geschreven werd.” Ze begint te lachen: “En toen heb ik het eindelijk een keer een verhaal afgemaakt.” 

Discussies aanwakkeren

In haar roman ‘Mijn sterfelijke illusie’ probeert de jonge Richard Hugo zijn geaardheid te negeren door een succesvolle filosofiedocent te worden en zo veel mogelijk vrouwelijke muzes te bezitten. In het woelige Londen van de jaren twintig heerste een groot taboe op homoseksualiteit. Wanneer de artistieke Julian op een dag voor Richards deur staat, wordt Richard geconfronteerd met zijn seksualiteit en de vraag of hij hieraan moet toegeven.

“Ik vond het wel spannend om openlijk in de media te zeggen dat ik biseksueel ben.”

De worsteling die de hoofdpersoon Richard Hugo voelt rondom zijn seksualiteit ervaart Glerum zelf niet. “Ik vond het wel spannend om openlijk in de media te zeggen dat ik biseksueel ben. Vooral omdat veel mensen op school – Glerum zit in haar eindexamenjaar van het vwo – dat nog niet wisten. Ik weet nog dat ik met vrienden in de pauze in gesprek raakte over mijn boek. Iemand vroeg of er mensen op school LHBT waren, maar daar niet voor uit durfde te komen. En ik zei gelijk zonder na te denken: ‘Ja, ik’. Ze reageerden allemaal heel positief. Ik hoop dat mijn boek dit soort discussies aanwakkert.

Richard in de 21ste eeuw?

Zou dit verhaal zich dan ook in deze tijd kunnen afspelen? “Ik zou graag willen zeggen dat dat niet zou kunnen, maar helaas wel. Honderd jaar geleden stond men in West-Europa negatief tegenover homoseksualiteit. Nu ben je gelukkig in de minderheid als je kritiek uit. Maar dat dit verhaal zich in deze tijd kan afspelen geldt voor enkele individuele gevallen nog wel. De discriminatie van honderd jaar geleden is er nog wel, alleen in mindere mate. We zijn er dus nog niet.” Wanneer zijn we er volgens Glerum dan wel? Uiteraard als er geen kwetsende opmerkingen worden gemaakt over en tegen LHBT+’ers én als zij gezien worden als gelijken. Hier komt het aspect van uit de kast komen bij kijken. Dat moet anno 2019 nog steeds. “Er zijn nog steeds zoveel mensen die dat spannend of zelfs doodeng vinden. Ik hoop dat mijn boek een bijdrage kan leveren aan de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland, en tegelijkertijd hoop ik dat vooral jongere LHBT+ers zich in mijn boek vertegenwoordigd voelen. Ik vind het belangrijk dat ik als biseksueel kan laten zien dat wij er zijn en dat wij ons wel degelijk kunnen profileren.”

“Ik vind het belangrijk dat ik als biseksueel kan laten zien dat wij er zijn en dat wij ons wel degelijk kunnen profileren.”

Niet verstoffen

Er zijn weinig mensen die zo jong al met een roman komen. Ze heeft de stoute schoenen aangetrokken en haar boek in eigen beheer uitgegeven. Waarom niet nog vijf jaar of tien jaar wachten om haar stijl te polijsten en dan naar een uitgever stappen? Ze fronst even, denkt lang na, en zegt dan: “Het plan om een boek in eigen beheer uit te geven heeft mij uiteindelijk tot een betere schrijver gemaakt. Ik heb zoveel geleerd van het anderhalf jaar werken aan een boek. Nu mensen het ook echt kunnen lezen, krijg ik feedback over wat zij goed of minder sterk vinden. Die sprong in het diepe wagen en jezelf openstellen voor kritiek zorgt er juist voor dat je sneller leert. En dan kan ik over tien jaar iets schrijven wat nog veel beter is.”

Zijn er al ideeën voor een tweede boek? “Ja, maar dat is nog te ingewikkeld om uit te leggen. Daarnaast wil ik een teleurstelling voorkomen als ik toch besluit om over iets anders te schrijven. Maar een LHBT+ tintje zal het zeker hebben. Ik vind dat belangrijk, net als het aankaarten van stigma’s en taboes. Ik vind het fantastisch dat ik dat door literatuur kan doen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.