Youp van ’t Heks platvloersheid

Als minderheid moet je niet te gevoelig zijn. Ook als grofheden over homoseksualiteit je grieven, moet je niet direct willen verbieden. Vrijheid van meningsuiting is immers een kostbaar goed. Maar als er dan een reactie is, die de platvloersheid ervan scherp weet te belichten, kan dit je als homo enorm goed doen. Dit voelde ik weer eens toen ik de recensie in de Volkskrant (1-3-2019) las van Joris Henquet, over het nieuwe program van Van ’t Hek, ‘Met de kennis van nu’, geheten. Henquet weet treffend en subtiel te verwoorden waar het om gaat. Hieronder het slot van deze recensie:

Toch is het moeilijk om ontroerd te raken, omdat Youp ook zo vaak de plank misslaat met oudbakken grappen en schuine moppen. Hij lijkt zelfs een poging te doen de voetbalmannen van Veronica Inside naar de kroon te steken, met zijn tirade waarin hij schreeuwt dat hij woorden als ‘pisnichten’ zal blijven gebruiken, ook al krijgt hij dan het ‘gilde van de bruine ster’ achter zich aan. Het is tekenend voor Van ’t Heks lompe omgang met homoseksualiteit, die ook al blijkt uit een verhaal over zijn tijd als jongen op het seminarie in Heemstede. Op die momenten is het treurig om te zien hoe iemand is verstard in zijn denkbeelden en stug weigert ook maar de kleinste draai te maken, zelfs met de kennis van nu.’

Desondanks is Van ’t Hek nog steeds vaste columnist bij het NRCHandelsblad. Bovendien kreeg hij gul een kritiekloos interview toebedeeld in de weekendeditie van de krant, naar aanleiding van zijn nieuwe programma. ‘Met het Oog Op Morgen’ (NPO Radio 1) besteedde er eveneens aandacht aan. In de hoop dat ze echt kritisch zouden zijn, besloot ik te luisteren. Niks ervan. Ook wat zijn columns betreft, kwam hij ermee weg, dat columns nu eenmaal columns zijn. Alsof daarmee alles gepermitteerd is.

“Met NRCHandelsblad en de publieke omroep denk je aan de pretentie van de betere media, dat bij hen het begrip beschaving iets zou voorstellen.”

Met NRCHandelsblad en de publieke omroep denk je aan de pretentie van de betere media, dat bij hen het begrip beschaving iets zou voorstellen. Maar dit sluit kennelijk niet uit dat ik via hun columns en rubriek als homo rustig ‘pisnicht’ kan worden genoemd en tot ‘het gilde van de bruine ster ’wordt gerekend! Beide dus direct geassocieerd met ‘pis en poep’, zoals ze vijftig jaar geleden in primitievere kringen homo’s ‘strontstampers’ noemden. Neem me niet kwalijk dat ik die ‘ster’ dan ook nog associeer met de kampsymbolen uit de Tweede Wereldoorlog.

Je vraagt je dan af, tegenover welke andere minderheid men zich dit nog publiekelijk zou kunnen permitteren. Sterker, het is onvoorstelbaar dat in de jaren zeventig een landelijk bekende cabaretier zich aan zulke vulgaire teksten zou hebben gewaagd, als hij al zou hebben gewild. Geen van de betere media zou dit ook zo maar hebben laten passeren. Dat dit ondanks de emancipatie nu wel kan, maakt het minder verbazingwekkend dat homo nog steeds het populairste scheldwoord is op voetbalveld en schoolplein en dat de suïcidescore onder jonge homo’s nog altijd ruim vier keer hoger ligt dan onder hetero’s. Het zou schijnheilig zijn de oorzaak hiervoor alleen te zoeken bij de opstellers van de Nashvilleverklaring, in het Vaticaan of onder salafisten. Het komt vanuit de diepste krochten van de maatschappij.  ‘Met de kennis van nu’ hebben we nog een hele klus te klaren!

Coos Huijssen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.