Johannes van Dam: keukenprins of zeiknicht?

Vijf jaar na zijn dood kwam de biografie van Johannes van Dam uit. Veel culinaire liefhebbers keken er naar uit. Het door Jeroen Thijssen geschreven boek geeft een onthullend kijkje in het leven van de man die door zijn vaak venijnige recensies menig restaurateur tot wanhoop bracht. De auteur brengt een man tot leven wiens leven in het teken van eten stond. “Hij was een moeilijk mens”.  De Gaykrant spreekt met Jeroen Thijssen die Van Dam als collega kende.

Tekst: Paul Hofman

Hoe ben je op het idee gekomen over Johannes van Dam een boek te gaan schrijven? Wat betekende hij voor jou?

Jeroen Thijssen – foto: Keke Keukelaar

“Hij schreef voor het Parool over eten en ik deed dat voor Trouw. Toen ik rond 2000 begon deed hij vaderlijk en gaf mij goede raad. In de jaren daarna kwam ik hem tegen bij proeverijen, op beurzen of presentaties. Dan wisselden we wat van gedachten, daarmee hield het op. Toen zijn magnum opus, De Dikke van Dam, uitkwam heb ik hem uitgebreid geïnterviewd voor mijn krant.
In 2007 zou mijn eerste roman verschijnen, Broeder. In de Haarlemse vestiging van Athenaeum zouden we een presentatie houden. De manager zei: Is het niet leuk als Johannes het eerste exemplaar in ontvangst neem? Zelf zag ik het verband niet zo, Broeder ging niet over eten. Maar ach, als zij het wilden. En Johannes zei: ‘Ja’.

We hebben hem opgehaald in de Spuistraat, in de auto gepropt, in Haarlem weer uitgeladen. Hij ging zitten in een stoel, de boekhandel was gevuld met wel negen mensen, allemaal vrienden van mijn ouders die in Haarlem woonden. De manager pakte een boek, hield het omhoog en zei: ‘Dit is het boek van Jeroen Thijssen, Johannes. Wil je er iets over zeggen?’ Johannes stond op, nam het boek in ontvangst en zei: ‘Dit is de eerste roman van Jeroen Thijssen. Ik ken hem niet.’ En hij ging weer zitten. Op dat moment was ik nog niet eens kwaad, eerder verbijsterd. Hoe haalt iemand zich in zijn hoofd om zoiets te doen? Later kwam ik hem nog wel eens tegen. Dan keek hij me aan en zei: ‘Ik ken je wel maar ik weet niet meer wie je bent.”

“Ik voelde mij een kleine jongen die gekwetst was. Voor een romanschrijver een geweldig personage.”

Hoe heb je dat ervaren?

“Met deze gebeurtenis begon mijn fascinatie. Het was kort kwetsend geweest, maar daar had ik niet lang last van. Wel bleef de vraag hóe iemand zo kon optreden. Wat won hij daarmee Daarnaast: Johannes schreef voor een regionale krant en iedereen kende hem, ik schreef voor een nationale en niemand had ooit van mij gehoord. Hoe deed hij dat. En ergens, onder al dat lompe gedoe, voelde ik een kleine jongen die gekwetst was. Voor een romanschrijver is dat een geweldig personage.”

In hoeverre heeft het ongeluk, de dood van zijn vader en dat hij zijn zusje redde, invloed op zijn leven gehad?

“Johannes zat naast zijn vader in de auto toen die slipte, over de kop sloeg en in het Pekelderdiep terecht kwam. De auto begon meteen te zinken. Hij heeft zijn zusje Ferina en zichzelf kunnen redden, zijn vader verdronk. Daarover heeft hij zich nog heel lang schuldig gevoeld. Zijn vader was zijn held. Aan nazorg werd in die tijd niet veel gedaan. De kinderen kregen een valiumpje en dat was het dan. Er was ook weinig geld. De schoolboeken, die mee gegaan waren in de auto, moest Johannes de rest van het jaar nog gebruiken. Elke keer als hij zijn Ovidius opensloeg kwam de stank van het Pekelderdiep hem tegemoet.”

Johannes van Dam in zijn woonkamer

Hij kon heel vilein zijn en als recensent werd hij gevreesd. Gaf het hem een gevoel van macht?

“Ongetwijfeld. Alleen al de manier waarop hij zo’n restaurant bezocht. Hij reed voor op een zwarte scooter, een hoed op zijn hoofd, een lange jas om zijn schouders als Zorro zelf. Het hele restaurant stond op zijn kop als hij binnenkwam, de keukenbrigade hing van stress aan het plafond. Zelf ontkende hij dat hij uit was op macht. Hij sprak alleen maar de waarheid, in elk geval volgens zichzelf. Zijn vriend Dick Matena zegt, dat hij ervan genoot om gehaat en gevreesd te worden.”

“Johannes was een angstbijter.

Hij sloeg toe voor hij zelf geslagen kon worden.”

Waarom maakte hij zo vaak ruzie?

“Johannes was een angstbijter. Hij sloeg toe voor hij zelf geslagen kon worden. Ook claimde hij ‘altijd de waarheid te spreken.’ Dat was niet waar, hij vertelde ook wel eens een leugentje om bestwil. Maar als hij de kans kreeg om iemand een fout onder de neus te wrijven, dan deed hij dat met genoegen. Johannes had altijd iets af te rekenen.”

Hoe verliep zijn coming-out? Hoe ging hij om met zijn homoseksualiteit?

“Daar is niet zoveel over bekend. Zijn zus weet nog, dat Johannes haar een keer meenam naar een rondetafelgesprek van VPRO-radio. Daar ging het over homoseksualiteit. Ferina wist niet wat dat was. Wanneer Johannes rond de veertig is vraagt zijn moeder aan Ferina: ‘Is Johannes soms homoseksueel?’ Na de middelbare school kwam hij terecht in een progressieve studentenvereniging waar herenliefde geaccepteerd was. Daar had hij, naar eigen zeggen, ‘vanillasex.’ Hij is bleu. Hij voelt zich niet aantrekkelijk en zit niet achter seks aan, hij is ‘geen doorzetter op dat gebied.’  Seksualiteit was niet van groot belang in het verdere leven van Johannes. Hij omschreef zichzelf als ‘niet-praktiserend homoseksueel.’’

Jan Holleman en Johannes van Dam in een fotohokje. Foto uit privé-archief van Wim Holleman

30 jaar lang had hij een relatie die vervelend afliep. Heeft hij daarna ooit nog de ware liefde gekend ?

“Nee. Na de breuk met Jan Holleman, zijn geliefde van dertig jaar lang, heeft Johannes nooit meer een echte geliefde gehad. Hij was nog wel regelmatig een beetje verliefd, maar dat werd nooit geconsumeerd. Johannes noemde het zelf een relatie, maar daar kun je wel wat vraagtekens bijzetten. Ze zagen elkaar soms jaren niet, van seks was na een half jaar al geen sprake meer.”

Wat is zijn erfenis?

“Hij heeft de restaurantkritiek op een hoger niveau gebracht. Voordat hij begon werd het vak op een amateuristisch niveau beoefend. Recensenten als Wina Born bedekten fouten met de mantel der liefde. Johannes stelde die juist aan de kaak. Verder is de Gastronomische bibliotheek, ondergebracht bij de Universiteitsbibliotheek van de UvA, Bijzondere collecties. Daarin zijn al Johannes culinaire boeken ondergebracht. Dat zijn niet alleen kookboeken maar bijvoorbeeld ook handleidingen voor keukenmachines. ‘Dingen die niemand bewaart,’ zegt boekhistoricus Garrelt Verhoeven, destijds directeur van Bijzondere Collecties, ‘en daarom extra belangrijk.'”

Bij het afscheid merkt Jeroen Thijssen op de valreep op dat hij zich Johannes van Dam vooral als een moeilijk mens herinnert.


Johannes van Dam word in 1946 geboren in Amsterdam. Na een periode van twaalf ambachten en dertien ongelukken vindt hij eindelijk zijn roeping in 1991. Als culinair journalist gaat hij bij hij weekblad Elsevier over eten schrijven. Het Parool volgt later. Zijn favoriete gerecht was aardappelpuree met rauwe andijvie (stamppot) en een gehaktbal. In 2013 overlijdt hij -onverwacht- op 66-jarige leeftijd. “Zoals Johannes was, zo was er niet één.” Restaurants hoeven niet meer te sidderen.


Johannes van Dam, De biografie. door Jeroen Thijssen, uitgever Nieuw Amsterdam

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.