Richard, Gabriel en Achmed 

Twintig jaar geleden werkte ik in een net geopende tbs-kliniek in het westen van het land. Ik was verantwoordelijk voor de afdeling Onderwijs en Arbeid. 

Op zekere dag kwam er een nieuwe tbs-gestelde (“bewoner”) binnen. Laat ik hem Richard noemen. Richard was Surinamer en Richard wilde in de gewenningsperiode helemaal niks met arbeid of onderwijs te maken hebben. De collega-therapeuten die de bewoners elke ochtend ophaalden om naar de Onderwijs- en Arbeidsafdelingen te begeleiden, werden door Richard vriendelijk doch duidelijk te verstaan gegeven dat het niks voor hem was.

Ik had in mijn team welgeteld één Surinaamse collega – laat ik hem Gabriel noemen – die op een dag naar me toekwam. “Zal ik eens een keer met Richard praten?” stelde hij voor. Dat was uiteraard geen probleem. Samen liepen we naar de afdeling waar Richard verbleef. Aangekomen bij zijn cel (“kamer”) zagen we dat Richard nog op bed lag. Gabriel klopte aan en liep naar binnen. “Zo, luie donder,” zei hij met zijn mooie Surinaamse tongval tegen Richard. “Denk jij dat jij heel de dag hier maar een beetje op bed kunt blijven liggen, en met die luie handen van je over je luie, dikke buik kunt wrijven? Opstaan en meekomen jij.” En ja hoor: Richard stond zowaar op en liep gedwee achter Gabriel aan naar de onderwijsafdeling. We hebben vanaf dat moment geen kind meer aan hem gehad.

En ik wist: ik zal datgene wat Gabriel tegen Richard heeft gezegd nooit van mijn leven op die manier tegen een Surinamer kunnen zeggen.

Van de week was er ophef over acteur Achmed Akkabi die op de site ‘Marokkanen bijeen’ geprezen wordt om zijn rol in de nieuwe serie ‘Mocro Maffia’, maar die tegelijkertijd op dezelfde site bedreigd en uitgescholden wordt omdat hij in 2013 een homo-rol speelde in de film ‘Chez Nous’.

Dat we in dit land een probleem hebben met Marokkanen die niks van ons LHBT+ers moeten hebben, is bekend. Vaak zijn het zestienjarige, midden- tot grootstedelijke, scooterrijdende testosteronbommetjes met een bontkraagje om hun capuchon die voor de grootste overlast zorgen, maar op ‘Marokkanen bijeen’ laten ook nogal wat mocro-meiden zich negatief over homo’s uit.

Waar de sterke LHBT+aversie bij Marokkaanse jongeren vandaan komt, daar is inmiddels genoeg onderzoek naar gedaan. Van begrippen als ‘code-switching’, ‘de grootstedelijke socialisatiemodellen van Kagitcibasi’ en ‘fijnmazige culturen’ hebt u hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks gehoord, maar deze en andere termen hebben ons in staat gesteld de problemen van multicultureel samenleven goed in kaart te brengen.

De vraag blijft dan: als we zo goed weten wat er mis is, waarom is het dan zo lastig het probleem op te lossen?

Natuurlijk, wij autochtone Nederlanders kunnen Marokkanen blijven voorlichten, straffen en de LHBT+acceptatie desnoods door de couscous mengen en haar ze door de strot duwen, maar ik denk dat we in dit land meer baat zullen hebben bij een Marokkaanse Gabriel. Of meerdere Marokkaanse Gabriels. En Gabriela’s uiteraard.

Inderdaad, mannen als Akkabi die hun nek durven uitsteken en “gewoon” een homo-rol durven spelen. Een man als Ludovic-Mohamed Zahed: imam en homoseksueel.  Een vrouw als Shirin Musa, een juriste die opkomt voor islamitische vrouwen die willen scheiden. Een vrouw als dichter Hayat El-Majoubi die schrijft waarover ze maar wil schrijven. Een man als Omar Nahas van stichting Yoesef die workshops, seminars en bijeenkomsten organiseert over ‘islam en seksuele diversiteit’. Mijn Marokkaanse vriend Farouk, orthopedagoog, die zich inzet op middelbare scholen om Marokkaanse LHBT+leerlingen te begeleiden.

We hebben niet alleen Nederlandse onderwijzers, leraren, conrectoren en directeuren nodig die racisme, discriminatie en xenofobie bij leerlingen bestrijden, maar net zo goed Marokkaanse onderwijzers, leraren, conrectoren en directeuren die homofobie bij de Marokkaanse leerlingen bestrijden.

En van deze Gabriels en Gabriela’s hebben we er veel te weinig.

We hebben heel hard Nederlands-Marokkaanse Gabriels nodig die desnoods in het Marokkaans tegen onze Marokkaanse jongeren zeggen: “Hé, denk je nou écht dat je met die lamzakkerige anti-LHBT+houding van je het in dit land gaat redden?”

Want ik weet een ding: noch ik, noch een autochtoon Nederlandse docent, noch een autochtone Nederlandse minister die binnenkort met Johan Derksen om de tafel gaat zitten had met goed resultaat Surinaamse tbs-er Richard zo’n schop onder z’n kont kunnen geven als Surinaamse Gabriel.


Ramadan in Agadir

 
Hicham neemt vrienden mee
naar mijn appartement
dat een dikke maand
distributiecentrum speelt
 
‘Verkort voor mij
veel te lange dag,’
hijgt hij in mijn hals
als hij mij omhelst
 
Geur van wijn en olijven is
sterker dan geweten
dat verdwijnt in rookgordijn
van marlboro en maroc  
 
Eind middag sluiten we luiken
ik vervroeg voor lange maand 
elke zonsondergang

we spelen sikkel en ster
 
In de schaduw treden we
uit de duisternis, 

dansen op Khaled

het is vier uur
heetste en lichtste moment van de dag
 
Om zeven uur wassen ze zich
spoelen geur van verleiding van zich af
ik zie ze stof van stad instappen 
zich in vermeend vermoeid en verveeld verhullen

en handen die op schouders slaan



Rick van der Made (Breda, 1968) is dichter en columnist. Hij studeerde Frans, Engels en Pedagogiek. De dichtbundels ‘Wereldreiziger’, ‘Memoires van Huisman’ en ‘Het jaar van de arend’ zijn van zijn hand.

One thought on “Richard, Gabriel en Achmed 

  1. Peter Goedkoop schreef:

    Klopt helemaal: het hemd is nu eenmaal nader dan de rok en wat van dichterbij komt, komt beter aan. De samenleving zou veel beter af zijn met Gabriels (en Gabrielas) uit eigen kring. Dáár moet de emancipatie vandaan komen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.