Voetballen in Argentinië: “Ik voelde mij twee voetballegendes, paus en koningin in één”

Een gevecht op leven en dood. Letterlijk. Welkom in het Argentijnse voetbal. Al jaren zijn hier bij nationale competitiewedstrijden geen fans van de bezoekende voetbalclub welkom, omdat er tijdens voetbalrellen teveel doden vielen. In de macho maatschappij die Argentinië zo kenmerkt, is voetbal oorlog. Voetbal is passie, voetbal is zijn, voetbal is alles. Het maakt iets los in de trotse Argentijn, die op geen enkel vlak bekend staat om zijn bescheidenheid. De grap gaat dat als het bliksemt de Argentijnen massaal uit het raam gaan hangen omdat ze denken dat God een foto van hen maakt, omdat ze zo mooi zijn. Dat geldt voor veel Argentijnse mannen ook wel, dus vooruit, met hoofd naar buiten dan maar.

Tekst: Peter Schouten

En waarom zouden Argentijnen ook bescheiden zijn? Argentinië is overal. Het heeft een koningin in Nederland, een paus in het Vaticaan en op de voetbalvelden draait het om twee voetballegendes: Lionel Messi en Diego Maradona. De man – sorry, de heilige – die het voor elkaar kreeg om op het wereldkampioenschap voetbal van 1986 met de hand te scoren. Niet zijn eigen hand, maar die van God, zo liet hij weten.

Argentinië heeft een koningin in Nederland, een paus in het Vaticaan en de voetballegendes Lionel Messi en Diego Maradona.

Michelangelo

Om de suprematie en invloed van beide heren op het voetbal te visualiseren heeft een lokale Argentijnse voetbalclub sinds kort een nieuwe versie van het bekendste fresco van Michelangelo. Op een enorme plafondschildering in een buitenwijk van Buenos Aires geeft niet langer God het leven door aan Adam, zoals in de Sixtijnse Kapelvariant, maar geeft Maradona nu het voetbal door aan Messi.

Het zal ook ongetwijfeld diezelfde fotograferende God zijn geweest die ervoor gezorgd heeft dat voor het eerst in de geschiedenis van de Copa Libertadores – de Champions League van Zuid-Amerika – de Argentijnse aartsvijanden River Plate en Boca Juniors elkaar in de finale treffen. Bij deze rivaliteit verbleekt elke strijd tussen Ajax en Feyenoord. Twee weken geleden liep dat totaal uit de hand. Onderweg naar het stadion werd de spelersbus van Boca bruut aangevallen door fans van River. Twee spelers belandden in het ziekenhuis, de politie zette massaal traangas in en de wedstrijd werd uitgesteld en moet nu buiten Argentinië worden gespeeld.

Los Dogos

In die door hysterie en testosteron gedreven Argentijnse voetbalwereld is Bernardo (voetbalnaam ‘Tato’) een baken van rust en bescheidenheid. Het kan dus wel. Ook boven zijn bed hing vroeger een poster van Maradona. De 34-jarige centrale verdediger is speler van Los Dogos, het eerste gayvoetbalteam ooit in Latijns-Amerika. De clubnaam verwijst naar de Argentijnse Dog, de nationale hond van het land. Krachtig en moedig, geen harde blaffer, wakend op ieder moment. Opgericht in 1998 kennen de mannen van Los Dogos inmiddels een rijke historie.

In de afgelopen twintig jaar deed het team veelvuldig mee aan lokale competities, internationale toernooien en dit jaar eindigden Los Dogos als achtste – van de 32 – op de Gay Games van Parijs. Tato glundert van oor tot oor als hij vertelt dat hij zo trots is om zijn land internationaal te mogen vertegenwoordigen. Het had nogal wat financiële voeten in de aarde, want Argentinië bungelt economisch boven de afgrond, dus moest er flink gespaard worden om naar de Franse hoofdstad te kunnen afreizen.

Velen voelen zich niet thuis in de nog veel te heteronormatieve voetbalwereld en besluiten een eigen roze team op te richten.”

Twijfelaars

Los Dogos kent momenteel vijfentwintig spelers, een trainer en een conditietrainer. Ze trainen twee keer per week. Het verhaal is eigenlijk identiek aan andere gay voetbalteams in de rest van de wereld: velen voelen zich niet thuis in de nog veel te heteronormatieve voetbalwereld en besluiten een eigen roze team op te richten. Al spreekt Tato liever van een ‘divers’ team, want er spelen ook hetero’s mee, hetzij ruim in de minderheid. En enkele twijfelaars, fluistert een teamgenoot mij later knipogend toe.

Ze voetballen graag samen, want ook in Argentinië is de combinatie homoseksualiteit en voetbal nog taboe. Het voetbal blijft een gesloten bastion voor veel homo’s. Discriminatie en onveiligheid zijn er aan de orde van de dag. Het scheldwoord ‘puto’ (homo) is een van de meest gebruikte termen in voetbalstadions. Ik hoor dat het land nog niet klaar zou zijn voor een homoseksuele profvoetballer. Maar ja, welk land ter wereld is dat wel?

“Pas op, hij verstaat Spaans en schrijft alles op “

Argentijnse voetbalbond

Ik ontmoette Tato onlangs tijdens de Marcha del Orgullo, de Gaypride van Buenos Aires. Hij nodigde mij uit om mee te komen trainen. We trainen op een hele bijzondere plek, verklapte Tato al een beetje. De week erop werd ik opgehaald door een paar teamgenoten. Wat giebelend (“pas op, hij verstaat Spaans en schrijft alles op”) zaten ze in de auto met die blonde voetballende journalist uit Nederland. Ver buiten de stad en vlakbij het internationale vliegveld doemden opeens de enorme blauwe letters AFA op: Asociación del Fútbol Argentino. Ik keek de mannen even aan. Dit is hét complex van de Argentijnse voetbalbond. Het nationale voetbalelftal! Huh, maar hoe kan dat? In dit land?

Een paar maanden geleden zochten de heren een nieuw voetbalveld, omdat hun toenmalige onderkomen te duur werd om te huren. Tato had via-via contacten bij de Argentijnse voetbalbond. Eenmaal een voet achter de deur zettend, mocht hij komen vertellen over dit bijzondere voetbalelftal. Tot ieders toch wel grote verbazing stelde de voetbalbond wekelijks een veld beschikbaar, inclusief de officiële trainingsoutfits. Een stukje erkenning dat ik toch niet helemaal hier had verwacht.

“Ik voelde mij tegelijkertijd twee voetballegendes, een paus en koningin in één.”

En dus mocht ik voetballen op een van de officiële trainingsvelden van het nationale Argentijnse voetbalelftal. Op het gras van Messi en Maradona! Ik voelde mij tegelijkertijd twee voetballegendes, een paus en koningin in één. Het is dat nat gras – ook al is het goddelijk – in combinatie met zweet zo ontiegelijk meurt, anders had ik mijn voetbalschoenen natuurlijk nooit meer gepoetst. Zou er dan toch een God bestaan die het beste met voetballende homo’s voor heeft? Zo ja, dan is ‘ie vast Argentijn.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.