Cornald Maas: “Mijn moeder gaf me alle ruimte”

Cornald Maas is journalist, schrijver, veelgevraagd juryvoorzitter en televisiepresentator. Na het succesvolle programma Opium presenteert hij dit seizoen weer het kunst- en cultuurprogramma Volle Zalen waarin hij op zoek gaat naar de mens achter de acteur. De Gaykrant draait de rollen eens om en spreekt hem in een Amsterdams café over zijn net verschenen boek ‘Ach kind toch’. Wat is de rafelrand in zijn leven?

Tekst: Paul Hofman

In het boek schrijft hij openhartig over het leven van zijn moeder, zijn jeugd en haar invloed op zijn bestaan. Van jongs af aan was hij niet alleen de oogappel maar ook het zorgenkind. Cornald was namelijk vaak ziek. Zo kreeg hij astma, longontsteking, paratyfus en jeugdreuma. Nu is hij er helemaal over heen gegroeid.

Waarom schreef je dit boek?

“Ik wil met ‘Ach kind toch’ de bijzondere band met mijn moeder eren-een band die ik al sinds de vroegste kinderjaren heb. Dat doe ik aan de hand van vele brieven zie ze mij zond en mijn observaties en herinneringen. Zo schets ik haar leven. Bovendien wil ik ook haar generatie vrouwen eren: vrouwen die niet de kansen kregen die hun kinderen wel kregen. In een andere tijd, in andere omstandigheden zouden ze de talenten en ambities waar ze wel degelijk over beschikken, veel meer hebben kunnen verzilveren. Dat vind ik een roerende gedachte. Middels het verhaal van mijn moeder wil ik hen een podium geven.”

“De generatie van mijn moeder had veel meer kunnen verzilveren in een andere tijd”

Je komt heel dicht bij je moeder. Was dat emotioneel voor je?

“Mijn moeder is in haar brieven aan mij heel openhartig. Zo maakt ze mij bijvoorbeeld deelgenoot van haar zorgen en dilemma’s. Het is aandoenlijk terug te lezen hoeveel ze mij heeft toevertrouwd. Dat doet ze, in haar dagelijkse appjes en mailtjes, nog steeds.”

In welk opzicht lijk je op je moeder?

“Ik deel een hoop karaktereigenschappen met haar. Beiden zijn we tamelijk temperamentvol, willen nieuwe uitdagingen aangaan en altijd weer nieuwe mensen ontmoeten. Dingen op zijn beloop laten, daar zijn we alle twee niet zo goed in. Als we eenmaal ergens onze tanden in hebben gezet, dan pakken we door. Verschil is misschien wel dat ik iets zelfverzekerder ben. Ik kreeg dan ook, veel meer dan mijn moeder, de kans in het leven te doen wat ik echt wilde.”

“Mijn moeder en ik zijn beide heel temperamentvol”

Wat is de grootste ‘rafel’ in het boek?

Denkt even na: “Dat is toch de scheiding van mijn vader en moeder. Ze heeft zich er lange tijd schuldig over gevoeld, maar ik heb uiteindelijk bewondering voor het lef dat ze had om, ondanks omstandigheden en de oordelen in haar omgeving, voor haar eigen weg en geluk te kiezen.”

Was jij, zoals ze het noemen, een mama-kindje?

“Ik spreek mijn moeder zowat dagelijks. Ze heeft ook veel contact met mijn vrienden. En ze volgt alles wat ik doe op de voet mét zo nu en dan een kritische kanttekening. Het meest in haar bewonder ik haar vrijzinnigheid. Mijn moeder is nooit gehinderd geweest door vooroordelen of dogma’s. Mijn homoseksualiteit heeft ze van meet aan af volledig geaccepteerd, en ze heeft me altijd de ruimte gegeven om de keuze te maken die ik wilde maken.”

Ach kind toch, Cornald Maas, uitgeverij Prometheus

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.