Mijn realiteit

Twee maanden geleden leerde ik een erg leuke jongen kennen, waar ik nog steeds mee aan het daten ben. Op een van de eerste dates gingen we naar een museum, omdat enerzijds musea best leuk zijn en anderzijds ik graag geloof dat ik een intellectuele jongen ben. Aan het einde van deze date werd het echter een beetje ongemakkelijk – wat ik zelf had veroorzaakt.

Angst

Tijdens dit afscheid wilde ik hem namelijk erg graag een kus geven, maar koos ik voor een ongemakkelijke knuffel. De oorzaak van deze ongemakkelijke knuffel was angst: ik ‘bevroor’ door de gedachte dat er mensen zouden kijken als ik hem een kus gaf, of er iets van zouden zeggen. Dus ik gaf hem een knuffel en in de trein terug naar huis sloeg ik mezelf meerdere keren voor mijn hoofd.

Vervolgens sloeg de realisatie in: ik had mij laten leiden door mijn angst. Ik zie mezelf graag als iemand die angsten overwint, strijdt voor alles wat moeilijk is en schrijft om mensen aan het denken te zetten. Maar dit beeld kwam niet overeen met die onbenullige gedachte die ik had, de angst die daaruit voortvloeide en het gedrag wat ik vertoonde.

Door mijn bachelor psychologie wist ik dat dit overduidelijk een gevalletje cognitieve dissonantie was: het onaangename gevoel dat men ervaart bij twee tegenstrijdige overtuigingen, ideeën of opvattingen. Daarnaast was het ook oneerlijk tegenover hem: wat voor signaal heeft het hem gegeven dat ik hem niet een kus durfde te geven?

Al deze gedachten spookten rond in mijn hoofd (je zou kunnen stellen dat ik over veel dingen nadenk) en later heb ik hem ook eerlijk verteld wat er precies door me heen ging op dat moment. Hij vertelde me dat hij het gevoel herkende, maar hij zich er niet meer druk om wilde maken. Vrij snel daarna had ik een besluit genomen.

Weet je wat er toen gebeurde? 

Onze volgende date was in Amsterdam en onderweg was ik een beetje nerveus. Na een rit van drie kwartier stapte ik uit de trein en liep ik vastberaden door het station. Aangezien Amsterdam CS een enorme mensenmassa blijft, kon ik hem niet zo snel vinden. Uiteindelijk vond hij mij en stond hij achter mij. Het eerste wat ik deed toen ik hem zag, was wat ik die dagen ervoor besloten had om te doen: ik gaf hem een lange kus op het plein voor het treinstation. En weet je wat er toen gebeurde? Helemaal niks.

Vroeger vertelde ik vaak dat het mijn realiteit was dat ik het niet aandurfde om affectie te tonen in het openbaar omdat ik bang was voor eventuele consequenties. Echter: ik ben ook iemand die preekt over angsten overwinnen en strijden voor waar voor je staat.

Maar wie ben ik als ik preek over angsten overwinnen en strijden waar je voor staat, als ik mijzelf laat leiden door angst? Elke keer als ik hem nu weer zie, geef ik hem een kus met een lach. Elke keer als we weer afscheid nemen, geef ik hem een kus. Als ik zijn hand wil vasthouden, houd ik zijn hand vast, ongeacht waar we zijn. Mijn realiteit is nu dat ik een leuke jongen kan laten zien hoe leuk ik hem precies vind.

Rocher Koendjbiharie


Rocher is afgestudeerd in International Public Management & Policy aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Daarnaast heeft Rocher een jaar lang columns geschreven voor Erasmus Magazine en schrijft hij zijn eigen columns via zijn Medium-account

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.