‘Dood kind’ voorpublicatie #1

Op 6 november aanstaande verschijnt bij Uitgeverij U2pi te Den Haag Norbert Splint’s eerste verhalenbundel Dood kind. De Gaykrant publiceert twee fragmenten uit het verhaal Nina’s moeder. Vandaag aflevering 1 en volgende week aflevering 2.

In Nina’s moeder probeert Nina Portier van Party Planning Ibiza (pay off: ‘Fun, fun, fun!’) haar belangrijkste dj en minnaar zover te krijgen naar zijn optreden te gaan. Zijn naam is Nick Nguyen, alias dj Nick Nack. De problemen ontstaan als blijkt dat Nick zijn roes ligt uit te slapen, terwijl ze bij de Amsterdamse Club Air op hem wachten.

Nina’s moeder

Aflevering 1

Nina vond dat ze niet op haar moeder leek. Wel ging ze efficiënt om met geld. Een enkele waaghals uit haar entertainersbestand noemde haar voorzichtig ‘op de penning’. Maar Nick vond haar gewoon gierig. Hij had het haar midden in haar gezicht gezegd na het ontvangen van een contractje dat hij meteen voor haar neus had verscheurd.  Ze was kalm gebleven en had gezegd dat hij geen recht van spreken had. Wie afpingelde op een Nokia uit 2002 kon je ook niet bepaald gul noemen. En overigens: iemand die was opgegroeid in een asielzoekerscentrum vond álle Nederlanders gierig.

Vroeger had ze hem er wel eens mee geplaagd. Ze zei dan: ‘Ik heb altijd gewerkt en jij leefde op kosten van de belastingbetaler. Dus ik moest altijd zuinig zijn en jij kon geld uitgeven alsof het niks was.’ Tamelijk abrupt was ze met dat pesten gestopt. En wel op de dag dat ze een auto had gehuurd om samen langs de plekken van hun kindertijd rijden.

*

Nick had geen rijbewijs, omdat hij eraan twijfelde of hij met zijn korte beentjes een normale auto kon besturen. Hij had het ook nooit geprobeerd, ook niet nadat Nina had laten zien hoever je een bestuurdersstoel naar voren kon schuiven.

Ze waren begonnen bij de plekken van haar jeugd die zich had afgespeeld in Veghel en omstreken. Onwennig, maar niet onbekwaam, hanteerde ze het stuur en het versnellingsapparaat van de huurauto. Goed gedoseerd gaf ze gas en ook de koppeling en het rempedaal stelden haar voor weinig problemen. Zo had ze het ’t liefst: zelfs een machine die ze niet kende, had ze snel onder controle.

*

Ze wees op de eindeloze fietspaden waarover ze naar school was gereden, net als generaties Nederlandse scholieren voor en na haar. De twee passeerden huizen die je niet zag vanwege de lengte van de oprijlaan of de hoeveelheid bomen eromheen. Ze gaf uitleg bij tijdelijke politieposten omdat daar een bedreigde minister of staatssecretaris woonde. Als partyplanner wist ze natuurlijk alles van security.

Tot slot stuurde ze de auto langs de brug over het kanaaltje waar ze altijd had geroeid. Aan de overkant lag haar ouderlijk huis, verscholen in een bos. Een van de vier schoorstenen was nog net zichtbaar, net als een kwart van de gevel. Ze wist niet zeker of ze Nick over haar moeder in dat kasteeltje had verteld. In de auto zei ze er niets over, anders had ze de brug moeten oversteken en het pad op moeten rijden. Met als gevolg dat haar moeder naar buiten zou komen om te vragen wat er aan de hand was.

Als het daar al bij bleef. Nina kon het verwijtende toontje van haar moeder wel dromen: ‘Een auto gehuurd? Er staan er hier drie! Waarom bel je niet even als je komt? En wie is dat, die kleine?’ Ze merkte dat Nick weinig in de gaten had en met zijn gedachten ergens anders was. Warm en comfortabel zoefden ze voorbij het perceel, de USB-stick met zijn muziek in de audio-installatie.

*

Idioot genoeg was Nicks asielzoekerscentrum vlakbij: in Boxtel. Hij zei dat er niets was veranderd, al kon Nina zich voorstellen dat het kamp, want dat was het, de laatste tijd flink was uitgebreid. Aziaten waren er niet. Wel wapperde hier en daar een Palestijnse vlag. Voor het hek lagen vuile matrassen en afgedankte stoelen en banken. Daar bovenop lag een oude tv met een stukgetrapte beeldbuis. Een donker jongetje fietste op een driewieler het terrein af, de poort uit. Stapvoets reed Nina hem voorbij.

Daarna zette ze koers naar het dorp. Ze moest van Nick stoppen voor een dertien-in-een-dozijn-woning uit de jaren zeventig. Toen ze afremde zei de dj – net als Nick Nack had hij een Donald Duckstem: ‘Je stelt je bij mijn ouders voor als mijn manager, oké?’ Het was niet eens gelogen. Op de terugweg hadden ze geen woord gewisseld. Thuis, in Amsterdam, had ze hem gemasseerd en geknuffeld totdat hij in slaap viel.

*

Ze parkeerde haar scooter op de stoep. Wat zou er nu weer aan de hand zijn, vroeg ze zich af. Had ze ooit met hem op een min of meer normale manier een contract afgesloten? Ze kon het zich niet herinneren. Ook mondelinge overeenkomsten gingen in negen van de tien gevallen de mist in als ze niet op tijd ingreep.

Met het kettingslot zette ze de scooter aan een lantaarnpaal vast. Gehaast liep ze de trap van het wooncomplex op en belde aan. De zoemer van de videofoon ging een paar keer over. Natuurlijk kwam er geen antwoord. Opnieuw drukte ze op de knop. ‘Pinda, spleetoog, poepchinees, schiet op,’ mompelde ze terwijl ze haar eigen sleutel tevoorschijn haalde.

Norbert Splint: Dood kind
Uitgeverij U2pi, Den Haag
ISBN 978 90 8759 808 2 – NUR 303
€ 17,50
Vanaf 6 november in de (online) boekhandel

Foto auteur: Kjell Leknes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.