Aan de leut met Asha ten Broeke | Dateleven #3

In haar rubriek Dateleven gaat Wendy op stap met spraakmakende en inspirerende niet-hetero’s. Wat het ontdekken van haar seksuele voorkeur betreft is ze een laatbloeier, en daarom vindt ze het interessant om anderen te bevragen op date. Als yung-gay ontdekt ze zo dingen over zichzelf en homoseksualiteit die voor iedereen –ongeacht de geaardheid– leuk en herkenbaar zijn.

Tekst: Wendy van der Waal

Tijdens mijn queeste naar seksuele geaardheid loop ik tegen een filmpje aan waarin ik een mevrouw gepassioneerd zie vertellen over biseksuele bonobo’s. Op eenvoudige wijze legt ze uit hoe homoseksualiteit in het dierenrijk veel natuurlijker is dan de meeste mensen denken. Een Google-zoekopdracht later, lees ik in haar artikelen hoe de wereld van bischierige scholeksters, muizen en fruitvliegjes alles behalve heteronormatief is. Ze lijkt een encyclopedie van gender- en dierenfeitjes. Ik moet haar spreken.

Zij is Asha ten Broeke, wetenschapsjournaliste. Ze schrijft voor de Volkskrant, Opzij en Quest, vaak met gender, seksualiteit en seksisme als thema. Daarnaast heeft ze twee boeken op haar naam staan. Zo legt ze je —gewapend met onderzoeksresultaten uit wetenschappelijke studies— uit waarom we zo bevooroordeeld zijn wanneer we naar sekse kijken. Wat blijkt: niets is zo tweedelig (m/v, he/ho) als men beweert, en stereotyperend gedrag is niet aangeboren maar aangeleerd. Mannen en vrouwen komen niet van verschillende planeten, maar gewoon allemaal van de aarde. Ook op haar blog laat ze zien hoe die planeet barst van het huis-, tuin-, en keukenseksime.

Vanuit een rieten stoel op het terras van het idyllische Vogeleiland te Deventer zie ik hoe Asha bij me aanschuift. Op de achtergrond klinken een kabbelend beekje en vogelzang. We bestellen koffie (verkeerd) en thee (munt). Ik vertel waarom ik haar op date gevraagd heb: ‘Ik ga in gesprek met interessante niet-hetero’s.’

Asha ten Broeke en Wendy

Ik ga ervan uit dat je jezelf als niet-hetero beschouwt, hoewel je bent getrouwd met een man. Je werkt namelijk aan een boek met de titel Iedereen is bi. Hoe is het daarmee?’
‘Zo heette het, maar ik heb de titel geschrapt omdat het de lading van het boek niet meer dekt. Het gaat over de (mislukte) wetenschappelijke zoektocht naar de oorzaken van hetero- en homoseksualiteit, en de vraag of we echt zo geboren zijn. Het schrijven is even gestaakt omdat er allemaal levensdingen gebeurden. Maar het is te goed om niet te publiceren dus ik ga er wel mee verder.’

Haar boekproject maakt me nieuwsgierig. Ik vind het bijzonder hoe ze met haar schrijven (op een vlotte manier, met veel humor) mijn kijk op de wereld en mezelf heeft weten te verbreden.

Een van de dingen die tijdens mijn coming-out een hoop vragen opriep was de oorsprong van mijn homoseksualiteit. Is mijn brein anders dan dat van hetero’s? Ben ik met een pakket aan lesbo-genen ter wereld gekomen? En zo ja, waarom kwam ik daar pas achter in mijn 26ste levensjaar?
In een tv-uitzending zag ik de veelbesproken hersenwetenschapper Dick Swaab, die daarin vertelde dat homoseksualiteit te traceren is in een gebiedje van het brein. Ofwel: volgens hem bestaat er zoiets als een homoseksueel brein, waarmee je geboren wordt.

‘Ik betwijfel dat alles vastligt in het brein en onherroepelijk één kant op gaat.’ (Asha)

Je hebt je veel beziggehouden met hersenonderzoek, hoe denk jij hierover?
Asha: ‘Ik kwam erachter dat veel wetenschappelijke studies niet erg overtuigend is. Zo wilde ik onderzoeken hoe we aan het idee zijn gekomen dat mannen van Mars en vrouwen van Venus komen. Ik betwijfel dat alles vastligt in het brein en onherroepelijk één kant op gaat.’

Jij bent een beetje de anti-Dick Swaab toch?
Ze grinnikt. ‘Ik denk dat seksualiteit veel ingewikkelder is, en dat het veranderlijk is. Toen ik dook in dat onderzoek van hem ontdekte ik een enorm hiaat. Het is alleen maar gedaan op overleden witte, hoogopgeleide westerse mannen. Maar de conclusie en hypothese zijn op alle mensen geplakt. Dat is brutaal. Je kunt seksualiteit niet los zien van de sociale of culturele context. Hoe durf je geaardheid in aangeboren genen en hormonen te metselen?’

Terwijl ik onwennig een shotglas slagroom door mijn koffie roer (‘er zijn maar weinig dingen die niet beter worden van slagroom’, aldus Asha) praten we verder.

‘Biologie is niet zo zwart-wit: je komt niet exclusief met een heteroseksueel/homoseksueel, of vrouwelijk/mannelijk brein ter wereld.’

Asha: ‘Ik vind het belangrijk dat mensen weten hoe zo’n wetenschappelijke theorie is ontstaan. Biologie is niet zo zwart-wit: je komt niet exclusief met een heteroseksueel/homoseksueel, of vrouwelijk/mannelijk brein ter wereld. De meeste mensen zijn een beetje van alles. Na de geboorte spelen de omgeving, de opvoeding en iemands ervaringen óók een belangrijke rol. Ons brein is veranderlijk.’

Hardop denk ik met haar mee. Best logisch eigenlijk dat een brein nooit uitgetransformeerd is. Waarom zou er in de baarmoeder van alles een invloed hebben op je genen en als je geboren bent niet meer? Die bischierige eksters kwamen waarschijnlijk ook niet lesbisch uit het ei. Nee, de vrouwtjes besluiten gewoon met elkaar een nestje te bouwen als de mannetjes elkaar weer eens de tent uit vechten.

Dat onze seksuele oriëntatie zich een heel leven lang kan blijven vormen door onze omgeving vind ik zowel een aangenaam als eng idee. Het lijkt dan alsof geaardheid maakbaar is, niet?
‘Mijn stukken zijn weleens gebruikt door gelovigen die zeggen dat mensen dus wel te genezen zijn. Genezen? Dat hoeft helemaal niet! Het feit dat iets kan veranderen in het leven betekent niet dat het gestuurd kan worden.’

‘Ik vergelijk seksualiteit graag met smaakontwikkeling: wat mensen lekker eten vinden is heel erg cultureel bepaald.’

Om haar verhaal te verduidelijken trekt ze een parallel. ‘Ik vergelijk het graag met smaakontwikkeling: wat mensen lekker eten vinden is heel erg cultureel bepaald. De cultuur waarin je bent opgegroeid is een van de beste voorspellers. Als kind al lust je bepaalde dingen wel of niet, en niemand weet waarom. Daar zit óók een aangeboren kant aan: hoe je smaakpapillen interacteren met een stofje bepalen wat je lekker vindt. Maar het verandert in de loop der jaren.’

Daar heeft ze een punt. Als kind at ik de prakkies van mijn moeder enkel en alleen met met appelmoes. Na mijn puberteit werd mijn smaakpalet, godzijdank, een stuk rijker. Pas in mijn adolescente jaren durfde ik bijvoorbeeld vis of olijven te eten. Weer een decennium later lust ik werkelijk alles. Asha geeft nog een voorbeeld. ‘Ik lust bijvoorbeeld absoluut geen schimmelkaas. Bij de geur alleen al moet ik bijna kotsen.’

Zou je zélfs geen gorgonzola willen proberen in je pasta?
‘Ik denk niet dat ik te genezen ben van mijn afkeer, maar ik ben helemaal oké met mijn gorgonzolaloze leven.’

Ik laat haar vergelijking op me inwerken. Ik heb eigenlijk nooit meer trek in appelmoes, en voor piemels geldt hetzelfde. Misschien dat ik me er ooit weer aan waag, maar voor nu ben ik helemaal oké met een appelmoes- én piemelloos leven. Terwijl dat vroeger toch echt anders was.

Volgens Asha is het een mix van aangeboren én aangeleerd gedrag. ‘Bij sommige mensen ontwikkelt smaak zich heel sterk, en bij anderen niet. Ik denk dat het afhangt van je persoonlijkheid.’ Zegt ze, terwijl ik stilzwijgend het universum bedank voor de veranderlijkheid van mijn smaakpalet.

Wat een mooi gegeven, toch, dat mensen zich kunnen aanpassen aan verandering?
‘Hersenen zijn niet af. Mensen hebben een megacapaciteit om te leren en zich aan te passen. Dan lijkt het me absurd dat elke vorm van complex gedrag voorgeprogrammeerd is.’

Kan ik dat (inmiddels?) lesbische brein van mij nog ergens inleveren?
‘Je zou het aan de hersenbank moeten vragen. ‘Born this way’ is volgens de wetenschap de norm. Daarom wordt er helaas nog weinig onderzoek gedaan naar de interactie tussen biologie en cultuur. Jammer, want er is nog veel over te ontdekken.’

‘Hoe heb jij jezelf geïdentificeerd, wat je seksualiteit betreft?’
‘Ik heb mezelf nooit hetero genoemd, maar ben al wel 15 jaar met een man. Ik noem mezelf bi. Maar er was een tijd dat ik zo klaar was met mannen dat ik mezelf lesbisch noemde.’

In die fase zit ik, hehe.
‘Oh, prima fase! Toen we elkaar ontmoetten was mijn man klaar met vrouwen, en ik met mannen. Het mannelijke in mij en het vrouwelijke in hem leken toch goed te passen. Het overkwam me een beetje. Oef, dit klinkt heel cliché zo.’

Waarom is een genderidentiteit zo verbonden aan homoseksualiteit, denk je?
‘Het is in de subcultuur wat meer geaccepteerd om je niet aan gendernormen te houden. Maar het gaat natuurlijk niet altijd op, ik ken heel mannelijke homo’s en heel vrouwelijke lesbo’s.

‘Ik ben een verzameling aan menselijke eigenschappen. Of ik me mannelijk of vrouwelijk voel, wisselt van dag tot dag.’

Daar zijn toch die stereotyperingen weer…
‘Het is heel raar en weet dat het nergens op slaat. Ik ben een verzameling aan menselijke eigenschappen. Of ik me mannelijk of vrouwelijk voel, wisselt van dag tot dag. Ik voel me bijvoorbeeld vrouw als ik me erg verbonden voel met de strijd om emancipatie. En omdat mijn kinderen in mijn buik hebben gewoond.’

Het hoeft ook niet per se in uiterlijke vertoning te zitten natuurlijk.
‘Als puber zag ik er wat vrouwelijker uit, maar na een nare ervaring met een man is dat veranderd. Ik wilde mijn vrouwelijke kenmerken niet meer tonen. Het is een van de redenen dat ik twijfel aan dat concept van aangeboren eigenschappen: ik heb zelf gemerkt dat het zo kan omslaan.’

Zelf heb ik dus ook een omslag gemaakt. Wellicht zullen er nog meer volgen…
‘Hoe ik eruit zie moet een weerspiegeling zijn van hoe ik me van binnen voel. Het gaat om het uitdragen van een identiteit, want ik doe verder wel tamelijk veel typisch vrouwelijke dingen. Breien, haken, kinderen baren.’

En typisch mannelijke dingen? Kun je een beetje klussen?
‘Ik heb laatst nog een caviahok in elkaar getimmerd!’

Heb je ooit je eigen cavia’s geobserveerd?
‘Ze klimmen vaak op elkaar, maar ik heb het idee dat het een dominantiedingetje is. Het schijnt dat caviamannen elkaar de tent uit kunnen vechten. Daarom wil niemand ze.’

Verdomme, ook huisdieren ontkomen niet aan vooroordelen, zeg ik terwijl we aanstalten maken. Omdat het prachtig weer is, besluiten we richting de IJssel te wandelen.

Heb je nog meer dierenfeiten voor me?
‘Ik heb een heel dik naslagwerk over seksualiteit bij dieren. Er staan 1500 soorten in. Homoseksualiteit komt voor onder diersoorten, en in de praktijk blijken veel dieren biseksueel te zijn. Mensen kennen seksualiteit, maar dieren hebben gewoon seks. Ze doen dat om baby’s te krijgen, maar als het klikt of even makkelijker uitkomt met een geslachtsgenoot dan doen ze dat. Het is een sociaal smeermiddel.’

Baby’s maken lijkt vaak toch nog de standaard te zijn, hè?
‘Bij ons in de wijk woont een zwanenstel wat uit twee mannetjes bestaat, ze maken elk jaar een nest. De ene legt er altijd stenen in omdat het anders leeg blijft. Ook onder bijvoorbeeld pinguïns kunnen homokoppels zich ontfermen over weeskinderen.’

Mensen verbinden allerlei conclusies aan seksualiteit en relaties.
‘Veel mensen zijn bezig met hun identiteit, dat gaat gepaard met de cultuur waarin je opgroeit. Zo zien we onszelf in de wereld.’

Voor ons doemt de Wilhelminabrug op. We staan er even stil en turen over het water. Tot op heden heb ik óók vrij fel conclusies verbonden aan mijn liefdesleven en mezelf een imago aangemeten dat daarbij past. Eerst heteroseksueel, en daarna gay as fuck. Vanaf nu wil ik daar iets grenzelozer in zijn. Een regenboogvlag bestaat immers ook uit méér dan twee kleuren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.