Jeffrey en Lesly 

Ik heb geen televisie. Ik word er maar onrustig van. Nu heb ik met alle toegang tot internet en allerlei apps vrijwel nooit het gevoel dat ik iets mis. En als iemand mij attendeert op een programma dat ik móet zien, heb ik altijd nog uitzending gemist. 

Vriend René vroeg of ik Jeffrey Wammes had gezien.

Nee, dat had ik niet. Hoezo?

‘Nou,’ zei mijn achtenzestigjarige vriend René, ‘Aan het begin van het programma zegt Jeffrey: “Ik ben nu rond de dertig dus in gay-jaren is dat zeventig. Dan ben je op de weg terug.”

René en ik keken elkaar aan en we schoten in de lach.

Ik heb de uitzending van Adam zoekt Adam even teruggekeken. Je moet je bronnen toch altijd even checken, nietwaar? En op uitzending gemist naar een naakte Jeffrey Wammes kijken is niet het meest vervelende karwei.

Op de ochtend nadat ik de uitzending bekeken had, keek ik mezelf eens goed aan in de spiegel.

Dit jaar ben ik vijftig geworden.

Ik telde de nieuwe kraaienpootjes rond mijn ogen en pakte de ingelijste familiefoto erbij die gemaakt was toen mijn vader vijftig werd (in negentienvijfentachtig) en ik vergeleek mezelf met hem.

Op de overbelichte foto leek mijn vader wel zeventig: wit haar, verweerd gezicht met een ietwat strenge blik, gestoken in een saai, stijf pak met nog saaiere stropdas.

Merkkleding, sportschool, visoliecapsules, detox, ontstressen, gezichtscrème, schoonheidsspecialist, creatine, botox, vitaminepreparaten: het zei mijn vader allemaal niets.

Bourgondisch leven vond hij belangrijker dan een mooi pak. Mijn moeder kookte lekker oud-Hollandsch: met een goeie schep zout en veel, heel veel boter. Hij nam dagelijks een flinke scheut rode wijn en hij rookte zijn sigaretje (niet veel, maar toch) en met de twee schoonzonen werd er af en toe een sigaar opgestoken. Ik geloof niet dat mijn vader zich ooit druk heeft gemaakt om welke rimpel rond zijn ogen dan ook.

Ik daarentegen kan soms een verschrikkelijke ijdeltuit zijn. Maar met het klimmen der jaren merk ik dat ik het eigenlijk wel best vind dat dat buikje toch écht niet meer vanzelf zal verdwijnen, dat ik de boodschappen bij Albert Heijn ook prima in een oude joggingsbroek en in afgetrapte Primarkinstappers kan doen en dat ik niet bij elk nieuw ontdekt rimpeltje in paniek mijn nagel stuktype op mijn mobiel om direct de botoxdokter te bellen.

‘Mensen bereiden zich slecht voor op het ouder worden,’ zei mijn Rotterdamse zeventigjarige buurvrouw ooit eens tegen mij. Ik was destijds, net als Jeffrey Wammes nu, rond de dertig en ik begreep eigenlijk niet zo goed wat ze bedoelde. De jeugd snapt niets van ouderdom. En dat is misschien maar goed ook. Je kunt geen belofte van de toekomst zijn als je de last van teveel verleden met je meetorst.

Die ochtend voor de spiegel staand, deed het lichaam van Jeffrey mij denken aan het altijd gezellige buikspierkwartiertje van mijn sportschool. Ik had er al maanden niet meer aan meegedaan. Daar moest maar eens verandering in komen. Ik pakte de fiets en toog naar de fitnesszaal, alwaar instructeur Lesly en een tiental over het algemeen wat rijpere dames en heren reeds klaar zaten om de vermaledijde vetrollen eens goed aan te pakken.

Na de warming-up moest ik zittend met mijn vingertoppen mijn tenen aanraken. Ik boog wat naar voren. Mijn vingers kwamen niet verder dan mijn knieën. “Verder Rick! Naar je tenen!” riep bijna-dertigjarige trainer Lesly die breedlachend zijn schoenen vastpakte zonder zijn benen te hoeven buigen. Ik keek mijn zestigjarige buurman aan die nu al hijgend op zijn matje naast me zat. Hij tikte met de vinger tegen zijn voorhoofd en pakte zijn boeltje bij elkaar.

Ik ging achterover liggen op mijn matje. Ik dacht aan in Croma gebakken koteletten, aan gekookte aardappels met jus, aan een enorme fles rode wijn, aan koffie met appeltaart en veel, heel veel slagroom.

“Komop, Rick!” riep Lesly, “Je bent toch geen bejaarde!”
“Ik ben vijftig hoor,” riep ik terug.
“Bijna bejaard dus!’ riep de grapjas.

“En na al dat lekkers een dikke sigaar toe,” dacht ik, terwijl ik probeerde weer net zo vruchteloos als voorheen met mijn vingertoppen mijn tenen aan te raken.

“Bijna bejaard?” dacht ik. “Je moest eens weten, beste Lesly. In gay-jaren ben ik minstens honderdveertig. En dan hoor je eigenlijk niet meer op een matje in een sportschool te liggen om je buikspieroefeningen te doen.

Want als je in gay-jaren vijftig bent, dan ben je niet meer op de weg terug, maar lig je in een roze kist op het regenboogkerkhof.”

Nee, ik heb geen televisie.
Ik word er maar onrustig van.


50 jaar  

En dan 
ben je vijftig 

En zie je 
de foto van je jongste nichtje 
dat geslaagd is en lacht 

Je hoort de klaterende belofte 
van vierentwintigkaraats toekomst 

En van gezegend 
weinig verleden

Het maakt niet uit
wat je doet – zeg je zacht 

terwijl je even 
de foto streelt 

Zolang je maar doet 
wat je wilt

En,
weet je,

de keuze vol 
overtuiging 

die enkel uit liefde 
kan ontstaan 

behoedt je niet 
voor pijn van blauw oog 

mocht je tegen de dichte deur 
van falen oplopen 

maar zal je wel laten inzien 

dat het verdragen van de pijn 
van een blauw oog 

veel minder erg is 
en minder lang duurt 

dan het voor de rest van je leven 
moeten meezeulen van de gedachte 

Ach,
had ik het maar gedaan 


Rick van der Made (Breda, 1968) is dichter en columnist. Hij studeerde Frans, Engels en Pedagogiek. De dichtbundels ‘Wereldreiziger’, ‘Memoires van Huisman’ en ‘Het jaar van de arend’ zijn van zijn hand.

Rick van der Made

•••

Adverteren op Gaykrant en daarmee onafhankelijke journalistiek met een regenboograndje mogelijk maken?

Klik hier voor meer informatie!

 

One thought on “Jeffrey en Lesly 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.