“Als ik zelf geen stijve krijg van mijn ideeën, is het geen goed idee”

Hunkerende mannen, geile jongens, ronde kontjes, stijve penissen, spieren zo hard als stenen. Dat is de wereld van Eric Kollen, schrijver van de erotische reeks ‘Jongenssprookjes. “Eigenlijk is het heel simpel, als ik zelf geen stijve krijg van mijn ideeën is het geen goed idee.”

Tekst: Dennis van den Berg

Het begon ooit allemaal op een eenzaam landgoed in Hongarije. Overdag verbouwde hij zijn eigen voedsel en kapte zijn eigen brandhout, ’s nachts dompelde hij zich onder in een wereld vol seks en geilheid. De nachten werden bloedheet in de schaars verlichte boerderij, niets was te gek, niets was verboden. Eric houdt ervan de grenzen op te zoeken in zijn verhalen.

Eric Kollen – Foto: Robert Sompolski

Porno als kunstvorm

De kaften van zijn boeken verraden het al: schaarsgeklede jongemannen, een hand in een broek, nat ondergoed, de contouren van een goed geschapen penis. “Ik ben al heel lang een groot liefhebber van erotische verhalen. Ik heb er duizenden gelezen.” Het is een fascinerend genre. In seksuele fantasieën kunnen mensen voor de volle honderd procent zichzelf zijn. “Op internet vind je daarom heel veel pornoverhalen van anonieme schrijvers. Meestal zijn die verhalen vrij beroerd geschreven. Af en toe vind je een verhaal van een schrijver die wel goed kan schrijven. Het is door de geloofwaardigheid en overtuigingskracht dat een verhaal écht geil wordt.”

“Soms schrijf ik poëtisch over seks, soms heel feitelijk, maar soms ook uitermate plat.”

“Ik schrijf mijn verhalen met de toewijding van een kunstenaar. Soms schrijf ik poëtisch over seks, soms heel feitelijk, maar soms ook uitermate plat. De seksscènes schrijf ik meestal als laatste. Bij gewone porno dragen de seksscènes het verhaal, bij literaire porno draagt het verhaal de seksscènes; ze komen eruit voort. Ze geven het verhaal slagkracht, glans.”

Een woestijn van preutsheid

Eric krijgt zijn ideeën op de meest onverwachte momenten. Zoals het fantasieën betaamt. “Soms tijdens een wandeling. Of wanneer ik met mijn man aan het vrijen ben. Dan rol ik van hem af en zeg: ‘Sorry schatje, ik heb ineens zo’n briljant idee, dat moet ik even opschrijven!’ Hij vindt dat helemaal prima, de lieverd. Maar ook wanneer we samen op een party zijn, of gewoon wanneer ik op straat een hele geile jongen zie lopen.” Het gaat om de vrijheid, de vrijheid om geil te mogen zijn. “Ik voel me erg prettig op plekken als Club Church, of het Milkshake Festival, of in de duinen op Gran Canaria. Dat zijn oases in een woestijn van preutsheid. Ik hoop met mijn werk de lezer ook zo’n oase te bieden.”

“Want fantasie is onschadelijk. In je fantasie kun je grenzeloos zijn. Die grenzeloosheid is een wezenlijk element van mijn werk. Natuurlijk drijft porno op taboes. Je kunt waanzinnig perverse fantasieën hebben zonder een slecht mens te zijn. Ik kan geen geile porno schrijven over nette mensen. Het wordt pas interessant wanneer mensen de grenzen opzoeken, elkaar bedriegen of terecht komen in hun ultieme fantasie.”

“Het enige taboe dat ik wil bevechten, is het taboe op perverse fantasieën.”

Hij noemt een voorbeeld: “Stel, je hebt een 23-jarige accountant. Hij heeft een monogame verhouding met een junior-boekhouder van 22 jaar oud. Die twee jongens kunnen een fantastische seksrelatie hebben, maar daar kan ik onmogelijk een geil pornoverhaal over schrijven. Pas als die boekhouder tot elke prijs een belangrijke klant moet binnenhalen, en die klant is een geslepen zakenman met veel geld en zeer perverse trekjes, dan wordt het interessant! Het enige taboe dat ik wil bevechten, is het taboe op perverse fantasieën.”

Social media

“Preutsheid komt en gaat. Sinds de jaren negentig zitten we weer in een preutse fase. Dat komt vooral door de sociale media. Daar heerst een genadeloze censuur op elke vorm van naakt.” Dat is weleens anders geweest. “Bij de Etrusken in het antieke Italië kregen jongens pas kleren aan op hun zestiende levensjaar, daarvoor liepen ze gewoon spiernaakt op straat. Dat moet je je toch eens voorstellen! Tegenwoordig heeft iedereen een megafoon in handen gekregen om het burgermansfatsoen te verdedigen. Die megafoon is social media. Twitter, Facebook, Instagram.”

Kleerscheuren

Al dat wilde schrijven is niet zonder gevaren. “De afgelopen jaren heb ik het een beetje te bont gemaakt, met zeven lange dagen per week achter mijn computer. Daar heb ik een RSI aan overgehouden. Dat is een fikse beperking. Het schrijven gaat nu een stuk langzamer. Maar ik heb nog evenveel geile ideeën. De verhalen bevatten nu dus meer geilheid per pagina.” Hij lacht. “Ik ga nog twee delen schrijven.” Daarmee komt het totaal op zeven. “Deel 6 is al voor een kwart klaar. Deel 7 is helemaal af.” Maar eerst komt deel 5 uit. Met dat deel is Eric nu bezig. “De cover heb ik al laten zien in mijn kraam op Roze Zaterdag en bij de Pride. De kaft is opnieuw ontworpen door Robert Sompolski. Hij maakt prachtige foto’s, heeft ook de foto op de cover van Deel 3 geschoten. Ik ben er waanzinnig blij mee.”

“Ik wil geen boekenserie schrijven die uitgaat als een nachtkaars, Voor het laatste deel heb ik mijn ‘allerergste verhalen’ bij elkaar gezocht.”

Het laatste boek

“Ik wil geen boekenserie schrijven die uitgaat als een nachtkaars, omdat de schrijver op het laatst niks meer kon verzinnen. Het laatste deel moet een daverend slotakkoord zijn. Ik wil mijn lezers in verbijstering achterlaten.” Voor dat laatste deel heeft Eric zijn ‘allerergste verhalen’ bij elkaar gezocht. “Vanaf het begin heb ik een stapeltje gemaakt en bewaard voor deel 7.”

Voorlopig kunnen we dus nog even genieten van de geile fantasieën van Eric Kollen. Maar die mokerslag, dat laatste deel, komt er onherroepelijk aan. “Ik hoop maar dat ik het durf uit te geven!”

www.jongenssprookjes.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.