Voor Jan-Simon Minkema

Voor de iets oudere (lees: rijpere) lezers onder u is Jan-Simon Minkema vast een bekende naam. Velen van u weten dat hij goed kan acteren en zingen. U kent hem van de hitserie ‘De familie Knots’ die hij samen met Hetty Heyting en Marnix Kappers in de jaren tachtig van de vorige eeuw voor de NCRV op de televisie bracht.

Hij speelde de rol van opa “ouwe zemelaar” Knots (“Wie spreekt mij?” zei opa als hij de telefoon opnam), van “hands up” Onkel X (“Als zodanig”) en van meester Arend Vogel. Op ludieke wijze werd in de serie een aantal taboes en maatschappelijke problemen blootgelegd waar ikzelf destijds – puber zijnde – ook mee worstelde. De luchtigheid waarmee de serie geschreven werd, ervoer ik als bevrijdend.

Naast acteur en zanger is Jan-Simon Minkema ook tekst, – en liedjesschrijver en – misschien een wat minder belichte kant van zijn oeuvre – een begenadigd dichter.

Toen Jan-Simon en ik elkaar leerden kennen, stuurden we wat gedichten naar elkaar en zijn gedichten raakten mij. Recht in het hart. Ik was dan ook zeer verheugd en vereerd toen hij aangaf dat hij op de presentatie van mijn derde dichtbundel “Het jaar van de arend” in het Zaantheater afgelopen maart enkele gedichten ten gehore wilde brengen. Op het toneel werd meteen duidelijk hoe krachtig de combinatie van acteertalent en declamatie van poëzie is: het publiek hing aan zijn lippen.

We delen niet alleen onze liefde voor poëzie. Ook De Gaykrant is een gemeenschappelijk iets in onze vriendschap: ik ben nu columnist voor deze online krant, Jan-Simon was het voor de ‘papieren versie’ zo’n vijfenveertig jaar geleden.

Jan-Simon Minkema en ik

Een roze strijder ‘avant la lettre’.

Jan-Simon en ik spreken elkaar regelmatig en we schrijven elkaar nog vaker. We hebben het wel eens gekscherend over onze ‘roze briefwisseling’.

En dan komt uiteraard het onderwerp ‘De Gaykrant’ ook wel eens voorbij. Waar schreven Jan-Simon en zijn collega’s over in die jaren? Waar streden zij voor? Waar schrijf ik nu zelf over? Waar wil ik voor strijden? Gesprekken tussen twee verschillende generaties columnisten leveren interessante inzichten op.

Natuurlijk, er is veel veranderd in veertig jaar tijd. Hij typte zijn kopij op zo’n ouderwets tingeltangeltypemachine waar je je nagels op stukhakte en stuurde de kopij in een envelop op naar de toenmalige redactie in Best. Ik schrijf alle columns op mijn mobiel en stuur het via mail of app op hetzelfde mobieltje meteen door naar de huidige redactie die zich ergens in een of andere cloud bevindt en die vrijwel meteen reageert.

Het homohuwelijk is er gekomen en ook de “teveeltestosteronmarokkaantjes”. Zo’n beetje heel Nederland viert tegenwoordig Gay Pride in Amsterdam, en als Tofik Dibi uit de kast komt of als burgemeester Onno Hoes gaat daten, heeft zo’n beetje heel Nederland daar nog steeds een mening over. Kardinaal Simonis heeft zijn invloed inmiddels grotendeels verloren, de ChristenUnie heeft in mijn gemeente met vrijwel alle andere partijen het regenboogakkoord ondertekend en burgemeester Aboutaleb opent liefdevol de Rotterdam Pride. Maar ‘homo’ is nog steeds een geliefd scheldwoord op scholen, we worden op straat nog steeds uitgescholden en aangevallen en de minder liefdevolle boodschap van haatimam Fawaz Jneid heeft in sommige delen van Nederland wortel geschoten.

Het homomonument ligt reeds jaren schitterend roze te blakeren naast De Westerkerk, maar in 2012 was volgens het kabinet verplichte les over seksuele diversiteit op scholen hard nodig “omdat lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders onvoldoende veiligheid, tolerantie en respect ervaren.”

En als Jan-Simon vertelt dat de Gaykrant naar de abonnees verstuurd werd tussen twee vellen wit papier in zodat niemand kon zien wat er in de envelop zat, dan vertel ik hem dat ik de Gay News nog steeds zo in de brievenbus ontvang.

Jan-Simon en ik blijven schrijven. En we blijven strijden. In columns, on-line, in brieven, in gedichten, in de cloud. Omdat de gelijkheidsstrijd – ook na veertig jaar – nog steeds niet gestreden is en nieuwe uitdagingen kent.

Omdat het moet.

We blijven net zolang schrijven totdat we zoveel lef verzameld hebben dat de Gay News niet meer tussen twee witte velletjes papier naar de abonnees gestuurd hoeft te worden.

Deze column draag ik op aan Jan-Simon Minkema. Vriend, acteur, zanger, columnist en strijder avant la lettre.

Avant la lettre rose.


Gedicht van Jan-Simon Minkema

De man stond naast mij op de trein te wachten
en keek mij onderzoekend aan.
Ik deed alsof ik dat niet door had
en ging een stap of wat bij hem vandaan.

Toch bleef ik, met mijn gedachten,
in zijn blije, treurige omgeving staan.

Ik keek opzij, dacht: ‘Had je wat?’
‘Oude jonge man? Zeg mij, waar denkt u aan?’
Zonder er bij na te denken riep ik:
‘Aan de zinloosheid van het bestaan.’

De man kwam mij weer heel nabij en lachte,
verlaten maar ook zelfvoldaan.
Hij zwaaide met het ochtendblad:
‘Hier, er is al weer een bermbom afgegaan!’

‘Meneer, ik sta gewoon te wachten.’
Ik werd gered, daar kwam mijn trein al aan.

Hij zuchtte zacht: ‘Ach lieve schat,
wat dacht jij van samen naar de bliksem gaan?’
De stoptrein stopte en ik stapte in,
maar de man bleef ziel-verloren staan.


Rick van der Made

Rick van der Made (Breda, 1968) is dichter en columnist. Hij studeerde Frans, Engels en Pedagogiek. De dichtbundels ‘Wereldreiziger’, ‘Memoires van Huisman’ en ‘Het jaar van de arend’ zijn van zijn hand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.