Bellefleur en boerkaverbod 

Ik was afgelopen zaterdag in Amsterdam op het feestje van vriend Jos en daar trad diva Dolly Bellefleur op. 

‘Wat houd ik toch van Dolly,’ dacht ik, terwijl ik naar haar liedjesconference luisterde.

‘En van Dusty. En van Ashley Knight. En van Lady Galore. Van Nutella Versace, van Amy Huiswijn, van Monique de la Fressange en van alle andere prachtige drag queens met hun prachtige namen, nog prachtigere outfits en al hun talenten.

Ik heb in een ver verleden tijdens een dolle carnavalsavond in mijn geboortestad Breda ook wel eens een jurk aangetrokken en een pruik opgezet, maar dat haalde uiteraard bij lange na niet het niveau en de klasse van bovengenoemde beauty queens. Gezellig werd het wel die carnavalsavond, net als het feestje van Jos afgelopen zaterdagavond.

Dolly Bellefleur en ik.

Misschien ligt het aan mijn Brabantse carnavalsverleden, maar ik heb nooit zo snel last van vreemde uitdossingen. Of het nu om een man met een pruik op gaat, om een vrouw die een snor opplakt, om een man in een leren tuigje, een vrouw in latex, een man in djellaba of soutane, of om een vrouw gehuld in een boerka.

Afgelopen week werd de wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding aangenomen. Alhoewel er ook bivakmutsen en helmen onder vallen, spreken de meesten toch over het ‘boerkaverbod’.

Nogmaals, ik heb zelf nooit zo’n last van deze ‘door vrouwen in vrijheid gekozen zelfopgelegde onomkeerbare onvrijheid’ zoals ik ergens las.

Ik heb wél soms last van de maatschappelijke roep om verboden. Nou ja, last is misschien een groot woord. Tuurlijk, ik begrijp de roep meestal wel (begrijp me goed!), maar ik vraag me soms wel af wat het nut of wat de relevantie van een verbod is als het probleem daarmee niet bij de wortels aangepakt wordt, als de probleemgevallen niet geholpen of begeleid worden óf als de naleving van het verbod nauwelijks gehandhaafd wordt.

Ja, criminaliteit moet aangepakt worden, overlast snel ingeperkt en raddraaiers rap opgespoord.

Zo heeft het merendeel van de leden van motorbendes een strafblad en wordt een motorbende door justitie ‘maatschappelijk sterk ontwrichtend’ genoemd. Alle reden voor een verbod, lijkt me zo.

Dan is het mijns inziens toch vreemd en verontrustend dat volgens vrij recent onderzoek van de Universiteit van Leiden blijkt dat juist relatief nieuwe (en meest criminele) bendes als No Surrender en Bandidos een grotere  aantrekkingskracht hebben op nieuwe leden dan andere motorclubs en de vraag is of met het verbod op een club als Bandidos, zonder juiste interventie, ook het (verlangen naar) crimineel gedrag van deze leden plotseling verdwijnt.

Zijn pedoseksuelen, nadat vereniging Martijn verboden werd, plotseling minder pedoseksueel gedrag gaan vertonen?

Zou boerka-dragende Soumia met de ‘wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ plotseling minder gelovig worden?

Wat betekent een verbod als het alleen maar gebruikt wordt als symptoombestrijding? Als alleen gevolg en niet oorzaak aangepakt wordt?

Wat is er voor jongeren eigenlijk zo aantrekkelijk aan (zware) criminaliteit? En wat is er in de opvoeding en vorming misgegaan als we zien dat er een zeventienjarig bendelid met geweren rondloopt of zelf overhoop geschoten wordt?

Vormen pedoseksuelen die ‘ondergronds’ gaan niet een veel groter probleem dan een platform waarvan we weten dat we hen op de één of andere manier nog kunnen bereiken?

Is een boerka in feite niet al een teken dat er in de integratie van een bepaalde bevolkingsgroep in ons land iets faliekant misgegaan is? En wat kunnen we doen om deze en toekomstige ‘zelfopgelegde onvrijheden’ te voorkomen?

Of moeten we de conclusie trekken dat diversiteit ook betekent dat we deze in zwart gehulde dames in ons straatbeeld en in onze levens zullen moeten accepteren?

Ik ben zelf geen lid van een motorbende (quelle idée), voel me niet aangetrokken tot kinderen (godzijdank) en ik ga nog eerder in een bikini het podium op dan dat ik zelf een boerka aan zou trekken (te vormeloos, te warm en te vrouwonvriendelijk).

Ik heb wel vrienden die soms een pruik opzetten en een jurk aantrekken. Daar kun je een hoop plezier mee hebben en aan hen valt gelukkig weinig crimineels te ontdekken.

Afgelopen zaterdag stond ik op een feestje met mijn vriendje en ik luisterde naar Dolly Bellefleur. Ik was omringd door lieve mensen, was lichtelijk aangeschoten en ik dacht: “Boerkaverbod? Misschien moeten we de boerka-dragende dames gewoon verplichten een boerka aan te trekken van een leuk DollyBellefleurdesign: een schelpenwitte, tafzijde ondergrond met van top tot teen overal grote, kleurrijke, vilten bloemen erop genaaid. Veel gezelliger dan een verbod.’

Na het optreden van La Bellefleur, hoorde ik op de achtergrond de vrolijke deuntjes van de groep Pink Martini. Ik wiegde in m’n eentje een beetje niet-ritmisch in het rond en zong zachtjes mee met een van hun liedjes:

“Life is much richer,
with a certain mixture.
Not to mention
lots more fun.”


En dan 
ben je vijftig 

En zie je 
de foto van je jongste nichtje 
dat geslaagd is en lacht 

Je hoort de klaterende belofte 
van vierentwintigkaraats toekomst 

En van gezegend 
weinig verleden

Het maakt niet uit
wat je doet – zeg je zacht 

terwijl je even 
de foto streelt 

Zolang je maar doet 
wat je wilt

En,
weet je,

de keuze vol 
overtuiging 

die enkel uit liefde 
kan ontstaan 

behoedt je niet 
voor pijn van blauw oog 

mocht je tegen de dichte deur 
van falen oplopen 

maar zal je wel laten inzien 

dat het verdragen van de pijn 
van een blauw oog 

veel minder erg is 
en minder lang duurt 

dan het voor de rest van je leven 
moeten meezeulen van de gedachte 

Ach,
had ik het maar gedaan 


Rick van der Made

Rick van der Made (Breda, 1968) is dichter en columnist. Hij studeerde Frans, Engels en Pedagogiek. De dichtbundels ‘Wereldreiziger’, ‘Memoires van Huisman’ en ‘Het jaar van de arend’ zijn van zijn hand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.