Jos Poelman | ProfieLHBT+

Jos Poelman

Het woord aan Jos Poelman, 68, Ambassadeur ‘Lang Leve de Liefde’ voor Soa Aids Nederland en voorzitter van de ‘Lang Leve de Liefde’-award. In het verleden was hij – bij dezelfde organisatie – programmaleider ’jongeren’, met speciale aandacht voor seksuele vorming in het onderwijs, inclusief seksuele,- gender en culturele diversiteit. 

Lang Leve de Liefde is het meeste gebruikte, wetenschappelijk onderbouwde en effectief bewezen lespakket in Nederland over seksualiteit en relaties. Met de bijbehorende award zetten Soa Aids Nederland  en Rutgers de voortgezet onderwijs -en mbo-scholen in het zonnetje die structureel en effectief aandacht besteden aan relaties, seksualiteit, seksuele diversiteit, veilig vrijen en wensen/grenzen.

  1. Wat zijn je belangrijkste karaktereigenschappen?

Geëngageerd, enthousiasmerend, vrolijk, soms wat secundair reagerend, gevoel voor humor.

  1. Wie zijn de grootste voorbeelden in jouw leven?
  • Simone de Beauvoir. Van haar is de uitspraak: “Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.” Volgens De Beauvoir zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen niet natuurlijk. Ze zijn niet aangeboren, maar het resultaat van opvoeding en de maatschappij waarin een individu opgroeit. Tot deze conclusie komt zij in De tweede sekse (1949). En wat voor vrouwen geldt, is ook van toepassing op mannen: je wordt tot man gemáákt, en ik doel dan vooral op de verstikkende, afgedwongen normen/stereotypen van mannelijkheid/masculiniteit. Het keurslijf van mannelijkheid waar mannen ‘ingeduwd’ worden. Wat het feminisme ‘anno nu’ betreft, vind ik de Nederlandse Meredith Greer – schrijver en columniste – heel inspirerend.
  • David Bowie. Icoon van rock, mode en kunst. Zijn verschillende alter-ego’s, de manier waarop hij zichzelf telkens opnieuw uitvond vind ik uitermate boeiend. Bowie was zoekend in zijn identiteit en seksualiteit. Hij was een voorvechter van seksuele vrijheid. Als genderbender ging hij tegen iedere gendernorm in, bijvoorbeeld op het gebied van kleding. Zo had hij lang haar, droeg lange jurken en make-up. Beyoncé en Lady Gaga zijn voor mij popartiesten van deze tijd die er op het gebied van seksualiteit en diversiteit echt ‘toe doen’.
  • Jongeren. Zij willen de wereld beter maken. Dat zag ik toen ik nog in het onderwijs werkte. Ik erger me wanneer mensen negatief  spreken over jongeren. Kijk bijvoorbeeld naar de GSA- (Gender and Sexuality Alliance) jongeren. Zij steken hun nek uit, stellen zich kwetsbaar op en maken zich er hard voor dat iedereen op school (vooral ook jongeren met lhbt+-gevoelens) zich veilig en erkend kan voelen en zichzelf kan zijn.
  1. Hoe identificeer je jezelf in gender en seksualiteit?

Als een heteroseksuele man.

  1. Vind je het belangrijk om jezelf ook als zodanig te profileren naar anderen toe?

Ik vind het belangrijk om mezelf te zijn. Regelmatig blijken mensen verrast te zijn over het feit dat ik hetero ben. Mogelijk heeft dit te maken  met de manier waarop ik me presenteer.

  1. Wat vind je het meest aantrekkelijk in een andere persoon?

Dat kan per persoon verschillen. Bij de ene persoon waardeer ik zijn/haar creativiteit. Bij een ander zijn/haar wijsheid. Bij weer een ander de bevlogenheid of het optimisme. Of de deskundigheid. Of empathie of kwetsbaarheid. Of hoe iemand omgaat met tegenslagen. Of zijn/haar humor. Ik heb een zwak voor sterke vrouwen. Specifiek voor mannen geldt dat ik meer sympathie heb voor mannen die zich niet sekse-stereotiep en genderconform gedragen; zowel hun mannelijke als vrouwelijke eigenschappen laten zien.

  1. Wat is het meest positieve dat je ooit hebt ondervonden aan niet-hetero zijn?

Vanwege de heteronorm hoef ik mij als hetero nooit te verantwoorden over mijn seksuele voorkeur. Ik hoefde nooit uit de kast te komen. En lhbt+ -personen moeten dat wel; niet eenmalig, maar in principe moet je bij iedere nieuwe ontmoeting, in iedere nieuwe omgeving, besluiten of je  het vertelt. Maar geen mens hoeft zich te verantwoorden over welke seksuele identiteit of oriëntatie dan ook!

  1. Wat is het meest negatieve dat je ooit hebt ondervonden aan niet-hetero zijn?

Als hetero word je geacht een echte man te zijn en aan verstikkende en beperkende stereotypen te voldoen; de heteronorm is onlosmakelijk verbonden met de mannelijkheidsnorm. Diezelfde norm eist dat je als man je vrouwelijkheid maar beter kunt onderdrukken (en overcompenseren, bijvoorbeeld met allerlei vormen van geweld tegen andere mannen en tegen vrouwen). Die mannelijkheidsnorm kan leiden tot homo-, bi-, trans- en queerfobie en (seksueel) geweld. Gelukkig  zijn er steeds meer hetero-mannen die uit dat keurslijf van stereotype mannelijkheid willen stappen en kiezen voor een vorm van mannelijkheid waarbij ook de zachte kanten zichtbaar zijn. En ervaren dat je daar als man ‘rijker’ van wordt én dat het beter is voor de wereld om ons heen.       

  1. Wat zou er per morgen gedaan moeten worden om de positie van LHBT+’ers te veranderen?

Het is belangrijk dat er op alle scholen een cultuur is waarbinnen iedereen zich welkom voelt en geaccepteerd weet, dus ook leerlingen/docenten/ondersteunend personeel met lhbt+ -gevoelens. Het woord ‘homo‘ is één van de meest gebruikte scheldwoorden op scholen. Dit woord moet zo snel mogelijk worden verboden. Als kinderen/jongeren elkaar uitschelden voor homo, pot of vieze bi, dan is dat een vorm van geweld. Op de middelbare school krijgen lhbt+ -leerlingen ongeveer tweeënhalf keer zo vaak als andere leerlingen te maken met vervelende ervaringen zoals uitschelden, buitensluiten, geroddel en grappen. Pesten op school is de belangrijkste oorzaak van zelfmoord onder lhbt+ leerlingen. Ter voorkoming hiervan is een veilig schoolklimaat voor hen essentieel.

Op alle schooltypes (voortgezet, middelbaar) en in alle leerjaren moet er kwalitatief goede effectieve seksuele- en relationele vorming worden aangeboden – verankerd in het curriculum of binnen een doorlopende leerlijn – , inclusief aandacht voor seksuele- en genderdiversiteit. Een enkel lesje of een eenmalige voorlichting/gastles over homoseksualiteit/diversiteit is verre van genoeg. Eén les zorgt niet voor veiligheid en respect voor omgang met seksuele- en genderdiversiteit. Bovendien sluit dit niet aan bij de ervaringen, ontwikkelingsfasen en behoeften van jongeren. Ook thema’s als veilig vrijen, puberteit, wensen/grenzen en sexting moeten aan de orde komen.  Belangrijk is dat in het curriculum aandacht is voor zowel de leuke, spannende, positieve kanten van relaties en seksualiteit en de diversiteit daarbinnen als aan de schaduwkanten.

Maar voorlichting alleen is niet genoeg: docenten moeten worden ondersteund en er moet een schoolbeleid zijn waarvan lhbt+ -specifieke leerlingbegeleiding/leerlingzorg voor jongeren die vragen of problemen hebben op het gebied van relaties en seksualiteit, onderdeel uitmaakt. Bijvoorbeeld als jongeren in de knel zitten met hun identiteit, niet geaccepteerd worden of zichzelf niet accepteren.  

  1. Hoe zou je het liefst herinnerd willen worden?

Als iemand die respect heeft gehad voor mens, dier en natuur.

  1. Wat is je motto?

“Behandel anderen zoals je zelf behandeld zou willen worden.”

Door: Christian Curré


Marcel Proust kennen we onder andere van zijn beroemde vragenlijst, aan de hand waarvan een beeld van een persoon ontstaat in wat we vandaag de dag ‘soundbites’ zouden noemen. De Gaykrant bevraagt aan de hand van een eigen variant op de vragenreeks steeds een persoon die zich onderdeel voelt van de regenboogcommunity. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.