STIJN | Feuilleton #18

STIJN

“Zooooo…!”, riep Tom bewonderend uit en floot ook nog eens tussen zijn tanden toen Stijn in zijn nieuwe sporttenue vanuit de slaapkamer de woonkamer in liep. “Om op te eten hoor, je kunt maar beter snel gaan, anders laat ik je hier sporten!” Stijn keek hem met een zuinig mondje gespeeld geïrriteerd aan, waarbij hij lichtjes door zijn linkerbeen zakte voor een extra dramatisch effect. “Ik moet er zelf ook een beetje aan wennen, ja? Maar áls ik het doe, dan maar beter met goede spullen toch; je had het zelf kunnen zeggen!” “Ik zit je maar te pesten schat, het staat je geweldig!”, zei Tom snel. “Hoewel ik het helemaal niet zo nodig vind, je ziet al heel goed uit. En ik val helemaal niet op ‘muscle boys’!” “Daar gaat het ook niet om, ik wil me echt wat minder vermoeid gaan voelen van dat eeuwige zitten op het Stadhuis”, reageerde Stijn. “Jaajaaaa, ik zou anders bijna gaan denken dat ik jaloers moet gaan worden; lees je immers niet altijd dat zoiets een teken van vreemdgaan is…?” Stijn greep het dichtsbijzijnde kussen van de bank en gooide dat naar Tom. “Genade, ik ben maar een zwakke homo, en jij zodadelijk een ‘hashtag fitboy’!”

Stijn liep met snelle pas de trap af op weg naar zijn fiets. Niet alleen omdat hij haast had, maar ook omdat hij zich rood voelde worden. Hij had juist tijdens het omkleden ineens via Insta Direct een paar berichtjes van Bruno ontvangen. Wat een timing, bedacht hij zich, en dan komt die opmerking van Tom over vreemdgaan er nog achteraan ook. Buiten stond hij even peinzend tegen zijn fiets geleund om zijn gedachten te ordenen. Of beter nog, om zijn hoofd even leeg te maken, want hij wilde nu eens helemaal niet aan Bruno denken. Dat gebeurde toch al teveel, had hij zichzelf de afgelopen dagen moeten toegeven, en dat kon hij niet úítstaan van zichzelf. Hij had de hele jongen slechts éénmaal ontmoet op een feestje en vooruit, hij had vele uren over hem gedroomd en gedagdroomd, maar dat kon toch ook wel gewoon weer overgaan? Het betekende ook helemaal niks, want hij was immers stapelgek op zijn eigen Tom! Wat raar dan toch dat je ineens zo gefocust kunt zijn op een ander… Hij onderbrak met kracht zijn eigen mijmeringen, zwaaide zijn been over zijn fiets (waarbij hij bijna omviel omdat hij normaal nooit een sporttas over zijn schouder had) en fietste in de richting van de sportschool, waar Sven waarschijnlijk al ongeduldig stond te wachten.

Want dit hele sportgedoe kwam (uiteraard, dacht Stijn, met een mix van verwondering, geamuseerdheid en een lichte weerstand) van Sven, die na een groepssessie van het COC – die ze samen hadden begeleid – hem had bestookt met verhalen over hoe hij zijn eigen gezondheid zou gaan verbeteren door middel van fitness, omdat je als jonge gay nu eenmaal goed op je uiterlijk moet letten. Waarop Stijn meteen tegen Sven had gezegd dat hij dat een rare motivatie vond en nog onlogisch ook, want je kunt ook gezond zijn zonder er per se heel goed uit te zien. Sven – die na zijn verjaarsfeestje met al zijn knappe vrienden een beetje onzeker was geworden over zichzelf en nu vreesde dat zijn nieuwe beste vriend niet mee zou gaan omdat hij zich had versproken – draaide meteen bij door te zeggen dat het werk op het Stadhuis dat ze allebei deden voor veel te weinig lichaamsbeweging zorgde en dat het motiverend zou zijn om samen te gaan sporten. Stijn had het eerst vooral een vermoeiend idee gevonden, maar toen hij tijdens het opruimen van de groepsspullen er goed over nadacht beviel het idee hem eigenlijk steeds beter. Hij had later aan Tom gevraagd of die misschien ook mee wilde doen, maar die had luid lachend hartelijk voor de eer bedankt, gretig gebruik makend van het argument dat hij als ‘razende reporter’ voor de krant naar zijn idee al meer dan genoeg beweging kreeg.  En, waar is waar, had Stijn er met enige jaloezie achteraan gedacht: Tom zat toch echt wel nèt iets strakker in zijn vel dan hijzelf.

Toen hij eenmaal bij de sportschool was aangekomen zat Sven op een muurtje te genieten in de zon. Hij had zijn hoofd met zonnebril theatraal achterover in zijn nek gelegd en had in eerste instantie niet door dat Stijn naast hem was komen staan. “Probeer je zelf voor model door te gaan of zat je die kleerkast die net naar binnen ging stiekem te bekijken?”, zei Stijn. Sven strekte zijn benen, deed zijn zonnebril in zijn haar, greep met zijn handen langs zijn lijf beide randen van het muurtje vast en sprak met zijn beste ‘Adam Rippon-stem’: “Well, …”. Stijn moest enorm lachen, ondanks dat Sven deze grap nu al meerdere weken in zijn repertoire had. Maar hij deed het zó goed dat het toch steeds weer leuk was. Sven sprong nu ineens met een soepele zwaai van het muurtje en voegde er nu aan toe: “Nee, zo’n spierbundel is niks voor mij, maar die jongen met die zwarte krullen achter de balie is wel echt helemaal  to die for. Stijn was inmiddels gewend aan de voorliefde van zijn nieuwe vriend voor alles wat Engels klonk of Amerikaans was en hij keek dus ook direct geïnteresseerd in de richting van de ingang – waar vanwege het getinte glas echter niets te zien was. “Ik heb al twee proefabonnementen voor ons gekocht, voor twee maanden, krijg je van mij”, zei Sven. Stijn had zijn fiets inmiddels vastgemaakt en legde bij het naar binnen gaan een arm om Svens schouder, terwijl hij hem oprecht hartelijk dankte voor dit vriendschappelijke gebaar.

Het bleek dat Sven ook extra had geïnvesteerd in een persoonlijk advies van een instructeur, die blijkbaar niet standaard aanwezig was maar nu toevallig beschikbaar. Dat viel Stijn wel enigszins rauw op zijn dak, want hij had zich in gedachten een beetje stiekem en vooral voorzichtig en langzaam zien opbouwen, omdat hij in zijn leven eigenlijk nooit echt veel aan sport had gedaan. Op de middelbare school was hij bepaald geen ster geweest bij lichamelijke oefening en spelplezier was hem in die lessen ook niet echt bijgebracht. Daar was bij gekomen dat hij zich altijd wat ongemakkelijk had gevoeld tussen al die naakte klasgenoten, naarmate hij er steeds zekerder van werd dat hij op mannen viel. Het had hem altijd een beetje onzeker gemaakt in de buurt van andere jongens en in zijn relatie met Sander in zijn studententijd was dat nauwelijks verdwenen; pas bij Tom had hij dit ook echt uit durven spreken, waardoor hij zich vrijer was gaan voelen. De jongen die nu bij hen kwam staan was welhaast oogverblindend knap, en Stijn vroeg zich dan ook af of Sven wel iets van de inhoud meekreeg toen ze door deze trainer uitgelegd kregen wat de ‘nulmeting’ precies inhield. Maar na een uurtje stonden ze allebei met een kaartje in de hand waarop stond wat hun kracht, vetpercentage en doel was, met op de achterkant een reeks oefeningen waar ze mee zouden beginnen. Ze keken elkaar aan, ademden tegelijk eens diep in als teken van motivatie en liepen richting roeiapparaat en crosstrainer. Na twintig minuten en druipend van het zweet verplaatsten ze zich naar de krachtafdeling, waar ze met gewichten en core-oefeningen aan de slag gingen – waarbij Stijn probeerde zich niets aan te trekken van het overdreven gekreun van de twee enorme beefcakes naast hen.

Toen ze de donderdag erop in hun koffietentje zaten – waar Sebas meer uren had gekregen en in combinatie met zijn ook uitgebreide uren bij Koos in de Dancing Queen nu een méér dan volle baan had – had Stijn nog steeds spierpijn van zijn nek tot aan zijn voet. Tom had hem er al flink mee gepest, iedere keer als hij in of uit bed stapte of eigenlijk wat dan ook deed dat meer was dan zijn mond opendoen om iets te eten. Marleen – ze zaten deze eerste donderdag in juni met zijn drieën aan de door Sebas zelfgemaakte ijsthee – vond het echter wel stoer van Stijn dat hij was gaan sporten. “Dat lijkt me heel goed voor je, misschien ben je dan ook wat minder snel ziek”, zei ze, waarop Stijn haar verontwaardigd aankeek. “Nou, je bent vaak moe en ook best snel verkouden toch?”, herstelde ze onmiddellijk haar nogal boude uitspraak. “Ja, maar dat komt ook door die vreselijke airco op het Stadhuis volgens mij”, reageerde Stijn nu gelaten, “Dat ding staat altijd op graadje vrieskou, volgens mij omdat ze denken dat dat goedkoper is ofzo.” Hij nam nog een grote slok van zijn ijsthee, omdat het binnen nu juist best warm was. Alsof Sebas zijn gedachten kon raden, zei deze “Een terras hier is niks, zo aan die weg – ik wil nog eens kijken of we hier achter geen binnenterras kunnen aanleggen.” Tom reageerde direct enthousiast: “Ja, met opblaaszwembadje voor in de hete zomer!” Terwijl de rest daarover zat te lachen voelde Stijn zijn telefoon zoemen. Hij had sinds de sportochtend totaal niet meer aan het Insta-berichtje gedacht van Bruno, maar nu had hij een appje van hem. Tom keek naar Stijn en vroeg of er iets was, blijkbaar had hij er uitgezien of dat zo was. “Nee, werk”, zei hij zo luchtig als hij kon, “En ik moet even naar de wc, zo terug!” Hij haastte zich naar achteren, voelde tot zijn ergernis het bloed naar zijn hoofd stijgen en pas toen hij stond te plassen vroeg hij zich af hoe dit eigenlijk kon. Voor een appje heb je toch iemands telefoonnummer nodig…?

Door: Christian Curré
Illustraties: Wilbert van der Steen

One thought on “STIJN | Feuilleton #18

  1. Peter cluytens schreef:

    Leuk hoor, een gezellig lees-momentje en cartoon-momentje om je eens even in je homococonnetje te verkneukelen. Lang geleden – ben nu 56 – dat ik de gaykrant met een bonkend hartje doorbladerde op de achterbank van de bus naar kantoor. Blij dit mee te maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.