De wereld werd een ander land

Ik kijk naar de trouwerij van Harry en Meghan. Ze wachten zo lang met kussen dat ik me afvraag of het überhaupt nog op de planning staat. Zodra bisschop Michael Curry spreekt, glijdt de tijd even voorbij. Zijn boodschap – there is power in love – blijft in mijn hoofd hangen als een goed poprefrein.

In de kerkbanken zitten koppels. Man en vrouw, keurig naast elkaar. Twee mannen of twee vrouwen is haast uitgesloten. Waren er geen homo’s uitgenodigd? Of bestaan er geen homo’s met blauw bloed?

Eindelijk. Harry en Meghan kussen elkaar. Niet te kort of te lang. Precies goed. Zullen ze dat geoefend hebben, de lengte van de kus? En zou ieder stel dat dan doen voor de bruiloft? Ik zou dat zeker doen.

Het is donderdag, een uur of tien in de ochtend. Ik fiets door de stad. De ochtendspits is al verdampt, de wolken zijn grauwer dan de afgelopen weken. Ik tel negen regenboogvlaggen. Negen! Veel, zelfs voor een donderdag in Amsterdam.

Ik stap van mijn fiets en zet die tegen een bankje aan de gracht. Aan de overkant van het water zitten twee jongens tegenover elkaar. Ze zijn een jaar of achttien, hun vingers vervlochten. Een van de twee draagt het voetbalshirt van een Argentijns voetbalteam. Toeristen, denk ik.

De wereld werd een ander land, zingt de zanger door mijn oortjes. Zou dat kunnen? Of eigenlijk: moeten we dat willen? Misschien wordt het wel een heel naar land. Een land waar je niet in een Argentijns voetbalshirt zou kunnen rondlopen omdat Harry en Meghan nog altijd boos zijn om de Hand-van-God-goal van Maradona, bijvoorbeeld.

De jongens aan de overkant van de gracht trekken zich niets aan van die 21 procent van de Nederlandse bevolking. Het deel dat meer moeite heeft met hand in hand lopende man-mankoppels dan met heterostellen. Misschien komt het doordat ze op een bankje zitten en niet lopen? Daar is vast nooit onderzoek naar gedaan.

Want, ja. Dat onderzoek. Het gaat goed met de homoacceptatie in Nederland. In 2006 was slechts 56 procent positief over homo- en biseksualiteit. Nu is dat 74 procent. Een enorme stap.

Toch is er veel ophef, over dat onderzoek. De cijfers zouden niet allemaal even rooskleurig zijn. Groei gaat niet altijd gelijk op met geluk. Dat weet ik. Maar wie zoekt naar negatieve cijfers zal die altijd vinden.

Het zou goed zijn als er geen onderzoek meer nodig is naar homoacceptatie. Dat we allemaal hand in hand over straat zouden kunnen en mogen zoenen wanneer en met wie we willen. Of komt er dan ophef over het feit dat er geen onderzoek wordt gedaan? Ik weet het niet.

Deze week werd de wereld geen ander land. Gelukkig ook maar, dat moet langer duren dan een week. There is power in love.

Pepijn schrijft ieder weekend een column voor de Gaykrant. Lees hier zijn column van vorige week.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.