Promotie-onderzoek ‘Uncomfortable Encounters’ – interview

Dinsdag 27 januari promoveerde Jantine van Lisdonk (master culturele antropologie/promotie sociologie), verbonden aan Rutgers, Expertise Centre on Sexual and Reproductive Health and Rights als researcher sexual and gender diversity) aan de VU op het onderzoek/de dissertatie ‘Uncomfortable encounters. De ervaringen van Nederlandse jongvolwassenen met een seksuele oriëntatie gericht op seksegenoten en de relatie met gender non-conformiteit in een heteronormatieve, tolerante samenleving’. Een interview in vijf vragen, gebaseerd op onderwerpen waaraan de Gaykrant al eerder aandacht besteedde.

Door: Christian Curré

  1. Je stelt vast dat we als land tolerant lijken, maar dat LHBT+ jongeren desondanks op brede schaal te maken krijgen met (subtiele) dwang zich aan te passen aan de heteronormen. Eerst maar eens dat laatste punt. Hoe gaan we de (cis) hetero wereld in brede zin meekrijgen in een breedgedragen emancipatiebesef? ‘We’ zijn immers een minderheid, de winst is te behalen aan hun zijde, toch? Of niet?

Hoewel aandacht voor het emanciperen van LHBT+ belangrijk is, stel ik inderdaad dat we de aandacht ook moeten richten op emancipatie van heteroseksuele mensen. Heteronormativiteit beperkt zich niet alleen tot de norm van heteroseksueel zijn. Met de term ‘intersecterende normativiteiten’ laat ik zien dat heteronormativiteit samenhangt met andere normativiteiten die bepalend zijn: namelijk duidelijk man en vrouw zijn, als man mannelijk zijn en als vrouw vrouwelijk, alleen seksuele en romantische interesse hebben voor mensen van het andere geslacht. Een andere normativiteit die ik minder heb bestudeerd maar die hier ook relevant is, is monogamie. Al deze normativiteiten zijn verweven met heteronormativiteit en dit kan beperkend en beklemmend zijn voor zowel LHBT+ als heteroseksuele mensen. Dit besef van beperkende normativiteiten die we elkaar als samenleving opleggen kan ertoe bijdragen dat ook heteroseksuele mensen inzien dat ze iets te winnen hebben bij emancipatie gericht op seksuele en genderdiversiteit waarbij meer ruimte ontstaat voor iedereen.

  1. Dan de LGBT+ jongeren zelf. Je stelt vast dat zij de (impliciete of expliciete) druk voelen zich te verhouden tot de gendernormen van de meerderheid, zelfs in doelgroepuitgaansgelegenheden. Omdat ze een diep geïnternaliseerd genderbeeld hebben waar ze weliswaar van afwijken maar zich dus ook actief toe menen te moeten verhouden. Zie jij het op afzienbare termijn nog weleens ‘cool’ worden om ‘anders te zijn’ of is dit een beklemming ‘that is here to stay’?

Door het internet zijn er zeker meer spaces ontstaan waar anders zijn wordt gevierd. Daarnaast zijn er ook real-life queer spaces die hierop inspelen en die ‘anders zijn’ vieren. Tegelijkertijd zie ik wel dat er in veel LHBT+ -gemeenschappen en -plekken en in MSM dating apps (mannen die seks hebben met mannen, CC) nog steeds zogenaamde ‘homonormatieve’ normen zijn over hoe je je hoort te kleden en te gedragen. Juist jongeren die hun entree maken in deze wereld, terwijl ze zichzelf aan het ontdekken zijn, kunnen hier gevoelig voor zijn. Ik denk dat juist LHBT+ -organisaties en media, waaronder ook de Gaykrant, hier een rol in te spelen hebben door zich bewust te zijn van de impliciete normen die ze zelf uitdragen in visueel materiaal en wie wel en niet gerepresenteerd wordt. Laat die diversiteit zien die er is onder LHBT+ -jongeren…en wijzig misschien de naam van de Gaykrant? 😉

  1. Waar we als Gaykrant steeds tegenaan lopen zijn de vragen of en waarom daten voor LHBT+ jongeren zo lastig is en of de doelgroephoreca nu juist wel of niet de bedoelde veilige haven zijn. Concreet: voor jongens is er online nog wel wat maar dat is nogal direct en hard, voor andere genders en oriëntaties is er bijna niks. De cafés en clubs zijn ook nogal eens gevuld met vooral bijdehante bezoekers, wat nogal intimiderend of eenzijdig kan overkomen. Is er volgens jou behoefte aan nieuwe ontmoetingsmogelijkheden en waaraan zouden die moeten voldoen?

Ja, ik zie zeker dat die behoefte aan meer diverse ontmoetingsmogelijkheden er is. Vorig jaar heb ik met onder anderen Emiel Maliepaard een onderzoek gedaan onder jonge MSM en hun ervaring met online dating (Van Lisdonk, Maliepaard, Oostrik, & Vermey 2017). Het beeld wat hieruit naar voren kwam is dat het online dating aanbod behoorlijk normerend is en dat er zeker voor 18-minners weinig real-life ontmoetingsplekken zijn om anderen te ontmoeten voor de gezelligheid zonder dat dit direct op dating of seks gericht is. Uit mijn promotie-onderzoek bleek verder dat biseksuele jongeren zich vaak niet thuis voelen in zogenaamde LHBT+ -plekken, omdat ze het gevoel hadden dat ze echt homo of echt lesbisch moesten zijn. Deze plekken zijn dus lang niet altijd zo open-minded en vrij als vaak wordt gedacht. Wat dat betreft denk ik dat er behoefte is aan een gelegenheden voor jonge mensen om elkaar sociaal te ontmoeten met een positieve, open-minded en echt inclusieve vibe.  

  1. Je hebt nu al dit onderzoek gedaan en al deze jongeren gesproken én je werkt bij Rutgers. Een fantastische combinatie omdat je bij wijze van spreken je eigen inzichten direct kunt doorvertalen naar passend beleid. Er wordt zoveel op papier gezet door alle organisaties in het LGBT+ veld, maar ondertussen gaan pesterijen, uitsluiting, discriminatie, geweld etc. gewoon door… Waar zitten de kansen om echt het verschil te gaan maken met een gezamenlijke aanpak die wél werkt?

Er vinden veel goede ontwikkelingen en initiatieven plaats en die moeten we vooral de ruimte geven om door te ontwikkelen, te verbinden en zich als een olievlek te verspreiden. Belangrijk is vooral dat er steeds meer besef is dat het moet gaan over diversiteit. Een aanpak gericht op homoseksualiteit is echt te beperkt, want dat houdt geen rekening met biseksualiteit en genderdiversiteit en is dus uitsluitend. Een programma gericht op een centraler thema zoals veiligheid of discriminatie of seksuele vorming kan alle jongeren aanspreken en zou zich ook op het schoolklimaat in het algemeen moeten richten. Als jongeren meer kennis hebben, maar de sfeer is onveilig dan zal het gedrag hetzelfde blijven. Verder is het soms nodig om docenten bij te scholen. Als een docent ouderwetse of homofobe denkbeelden heeft, dan kunnen onderwijsmaterialen nog zo inclusief zijn, maar dan schiet het niet op.

Ik ben zelf de laatste tijd in mijn werk veel met biseksualiteit en intersekse bezig, omdat ik er van overtuigd ben dat we een enorme sprong maken wanneer we als samenleving voorbij beperkte tweedelingen als hetero-homo en man-vrouwhokjes kunnen geraken. Het idee dat dit in werkelijkheid geen tweedelingen zijn, maar een spectrum met twee uitersten waarbij twijfel of verandering in seksuele of genderoriëntatie voorkomt, kan en mag: dat kan heel bevrijdend zijn. Verder hoop ik dat een specifiekere invulling van de kerndoelen voor seksualiteit en seksuele diversiteit op scholen kan bijdragen aan structurelere en positieve aandacht op scholen, zodat er een meer open en veiliger klimaat kan ontstaan. Daar zijn de landelijke beleidsmakers nu mee bezig.

Bij Rutgers hebben we echt een verbeterslag gemaakt om onze eigen onderwijsmaterialen en websites zoals sense.info en seksualiteit.nl beter aan te laten sluiten bij de ervaringen van álle jongeren en volwassenen. Dat blijven we doen want het kan altijd nog beter. Dit jaar gaan we onderzoek doen gericht op de waardering van LHBT+ -leerlingen van onze onderwijsmaterialen en gaan we seksuele ervaringen van biseksuele jongeren meer belichten.

Ik zie een enorme kracht in het verbinden van mensen en ik vond het dan ook geweldig dat er bij mijn proefschriftverdediging zowel academici, praktijkonderzoekers, beleidsmakers, activisten als kenniscentra aanwezig waren.

  1. Binnen de Gaykrant vragen we ons af of er een noodzaak is tot/behoefte is aan/mogelijkheid is tot ‘nieuw activisme’. ‘Niets doen’ lijkt simpelweg geen optie nu de tolerantie, laat staan acceptatie, lijken te stagneren. In jouw onderzoek zien we echter jongeren die zich uit alle macht lijken te conformeren aan de mainstream normen en die zelf buitengewoon tolerant zijn als ze als ‘anders’ behandeld worden. Denk je dat zij vanuit die positie in staat zijn/het aandurven om de voortrekkers te zijn van nieuw activisme? Is dat nog een relevant concept binnen hun beleving en voelen zij die ‘sense of urgency’, denk je?

Activisme is inderdaad nog steeds nodig en ook onder jongeren is er gelukkig nog steeds aanwas. Dat is belangrijk want jongeren kunnen beter met elkaar levelen, spreken elkaars taal. Maar dat gaat wel in een andere vorm dan vroeger. De straat op met spandoeken is niet het medium dat werkt om subtiele intolerantie aan te pakken. Dat gaat meer door de ander rechtstreeks aan te spreken of je gedrag niet aan te passen. Als je wat ouder bent is dat wat makkelijker. Wel kunnen jongeren nu makkelijker like-minded mensen vinden of volgen in online spaces. Dit kan bevorderlijk zijn voor het zelfvertrouwen en zelfbeeld van iemand. Maar of dit vervolgens ook de stap kan verkleinen om subtielere intolerantie niet meer te accepteren maar bespreekbaar te maken of te bestrijden in real-life, dat zou interessant zijn voor nieuw onderzoek. Ik denk dat veel LHBT+ -personen misschien niet eens doorhebben hoe vaak ze zich conformeren of subtiele intolerantie accepteren. Het vergroten van het bewustzijn van heteronormativiteit in het alledaagse leven is wat dat betreft nodig om de vinger op de zere plek te leggen. Een sense of urgency is misschien kleiner dan bij ernstig homofoob geweld. Maar juist alledaagse heteronormativiteit kan elke dag opnieuw weer impact hebben, voor iedereen. Dus meer aandacht daarvoor is belangrijk zodat we het gaan erkennen, herkennen en kunnen veranderen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.