Twee verliefde jongens spelen met de duivel

Papa trouwde met mama, zo hoorde dat. Liefde was alleen voorbestemd voor een man en een vrouw. Twee mannen was in zijn hoofd niet mogelijk. Daar was geen ruimte voor. Dat hokje bestond niet. Sterker nog: afschuwelijk zou hij het vinden, twee verliefde mannen.

Op school vertelden ze hem niets anders. In de kerk evenmin. Twee geliefden van hetzelfde geslacht: de duivel moest in het spel zijn. Begin dit jaar werd een 24-jarige homoseksuele man op de Wibautstraat in Amsterdam met een baksteen op het achterhoofd geslagen. De daders kon hij wel begrijpen.

Toen zijn beste vriend uit de kast kwam, brak de vriendschap als een porseleinen vaas. Hij had bij de scherven weg willen lopen, maar kon niet anders dan ze bij elkaar rapen en lijmen. De vaas zag er anders uit dan eerder die dag. En dat voelde goed.

Die dag opende zijn ogen. Homo’s hadden in zijn wereld altijd bestaan. Ze leken schuldig aan al het kwaad. Het voelde als een enorme last. Die homo’s moesten weg. De last bleek niets met homo’s te maken te hebben. Wel met de haat die hem was aangeleerd. De haat was wat hij haatte.

Hoe kan liefde een mens goed of fout maken? Dat kon helemaal niet, besloot hij die dag. Het had jaren aan hem geknaagd. Een inclusief Nederland was zijn droom. Maar homo’s? Nee, die waren nooit welkom geweest. De schuldige was de kerk. Of zijn ouders. Of misschien wel allebei.

De beste vriend trouwde met zijn partner, zo hoorde dat. Liefde was niet langer voorbestemd voor een man en een vrouw. Twee mannen of twee vrouwen, dat mocht ook in zijn Nederland. De porseleinen vaas staat nu op zijn nachtkastje. Hij vond het de mooiste vaas van zijn land.

 

Deze column is geschreven naar aanleiding van een opiniestuk in NRC.

Pepijn schrijft ieder weekend een column voor de Gaykrant. Lees hier zijn column van vorige week: Daten is als ‘Wie is de Mol?’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *