STIJN | Feuilleton #7

STIJN

Zowel Stijn als Tom had Kerstavond en Eerste Kerstdag bij zijn eigen ouders gevierd, maar Tweede Kerstdag werd het pas echt een onvergetelijk feest! Zoals Tom al lichtjes had aangekondigd, had zijn tante een bepaald hartelijke en zwierige manier van leven. Dat bleek al snel toen ze Stijn (“Jongen, zeg toch An, Angelique klinkt zo aanstellerig!”) tijdens het opeten van alles wat de cateraar had gebracht het parket op trok en met hem begon te dansen. Het werd een geweldige avond waarbij beide jongens zo’n beetje de hele avond in een deuk lagen en blij waren dat ze aan het eind maar één trap omhoog hoefden om uitgeput in bed te vallen in Toms appartement.

De volgende ochtend sliepen ze een gat in de dag, en toen ze tegelijk wakker werden en elkaar aankeken omdat ze toevallig met hun hoofden en ogen vlakbij lagen, begonnen ze acuut te schaterlachen. “Die tante An is me er eentje zeg!”, zei Stijn. “Mijn hemel, ik heb gewoon spierpijn van het lachen.””Ik had je gewaarschuwd”, antwoordde Tom lachend, “ik heb zelf overigens met name nog steeds een hele volle buik van al dat heerlijke eten.” “Ik heb in ieder geval ook een steek in mijn hoofd van al die sekt…”, bekende Stijn, wat voor Tom het teken was om hem liefdevol terug te drukken in het kussen en zelf op te staan om thee en een paar paracetamollen te halen.

De zondag daarop werden de jongens ongeveer op dezelfde manier wakker, ware het niet dat ze zich nu bevonden in een knusse kamer in het Boutiquehotel in Wenen! De pret was namelijk nog niet over geweest, want de dag na de geweldige eerste ontmoeting van Stijn en An was deze laatste aan komen kloppen – terwijl ze net wat brakjes zaten te ontbijten – met de mededeling dat ze een geweldig plan had. En weigeren was geen optie, had ze er in één adem aan toegevoegd. Wat bleek, ze was via haar netwerk van hulporganisaties als een soort ambassadrice uitgenodigd voor het Nieuwjaarsconcert in Wenen en ze had besloten dat Stijn haar gezelschapsheer zou worden. Stijn keek hierop een beetje verbaasd naar Tom, maar die riep meteen: “Geweldig, dat is leuk, ik heb die rol al een keer eerder mogen vervullen! Ik ga dan wel lekker iets anders doen in Wenen en bovendien kan ik met mijn gezwachtelde been en met mijn loopstok toch niet eindeloos bewegen.”

En zo geschiedde. Het bleek dat tante An alles ook al echt geregeld had, tot en met tickets van Schiphol naar Wenen aan toe. Die zaterdag vlogen ze rond de middag derhalve naar hun bestemming, maar wel nadat Stijn eerst nog twee dagen hard gewerkt had om allerlei dossiers voor de wethouder voor te bereiden en ook met Tom in de stad nog snel een geschikte outfit had gekocht voor het concert (op kosten van tante, ook daarover viel niet te onderhandelen). Aanvankelijk had hij zich wat opgelaten gevoeld onder al deze verpletterende hartelijkheid, maar Tom had hem ervan weten te overtuigen dat hij het zich allemaal maar moest laten welgevallen, hoewel hij wel heel lief had gevraagd of Stijn het wel écht leuk vond…? Nou, dat vond Stijn wel, dus dat was allemaal goedgekomen.

Zaterdag was dan de zogenaamde ‘erste Voraufführung’ geweest, het concert waar tante voor was uitgenodigd. Er zou op oudjaarsdag (Sylvester) nog een tweede generale zijn, voordat het op Nieuwjaarsdag wereldwijd live zou worden uitgezonden. Stijn had in de Gouden Zaal van de Musikverein zijn ogen uitgekeken. Ze zaten met zijn tweeën op het balkon, vlakbij de rechterkant van het orkest, zodat hij goed kon zien hoe dirigent Muti (wonderlijke naam had hij nog gedacht, maar het bleek Italiaans, wat het in zijn beleving eigenlijk alleen maar vreemder maakte) zijn werk deed. Hij was zelf niet met klassieke muziek opgevoed, maar had het programma goed bestudeerd en van tante An begrepen dat het hier vooral draaide om walsen en polka’s. Ineens snapte hij de associatie van het dansen met kerst samen en het idee van hier naartoe gaan en hij moest grinniken in zichzelf. Hij had het concert op tv weleens gezien maar dan de tussenstukken met dans altijd saai gevonden; nu begreep hij dat je die in de zaal helemaal niet zag omdat die beelden er later ingevoegd werden. In de pauze werd er stevig gedronken door de gasten en hij had aan de hand van tante een hele tocht gemaakt langs mensen die even beleefd gegroet moesten worden. En nou dacht Stijn dat hij toch redelijk goed had opgelet bij Duits vroeger, maar het Oostenrijks kon hij – zeker zo snel gesproken – toch niet altijd volgen.

Die middag hadden ze al een bezoek gebracht aan enkele beroemde plekken in de stad, met een taxi vanwege Toms been. Bij het lezen van één van de vele borden met uitleg ergens in Paleis Schönbrunn begon het Stijn te dagen waarom de kat van tante An ‘Sissi’ heette (hij had er tijdens het verzorgen van het beest nooit bij stilgestaan, de dagen dat Tom echt nauwelijks kon lopen na zijn val), kennis waar hij blij mee was toen ze in de Hofburg vervolgens het echte Sissimuseum hadden bezocht. Tante had goed in de smiezen dat de jongens na zo’n overdosis ‘sneu leven’ wel iets stevigs hadden verdiend en trakteerde ze pardoes op een uitgebreid diner met een groot stuk van de beroemde taart in Hotel Sacher. Toen ze derhalve op zondag bijna te laat waren voor het ontbijt (maar het personeel was erg vriendelijk), was het na een kleine wandeling en een middagdutje (Stijn en Tom deden in feite van alles behalve slapen) alweer tijd voor de grote oudejaarsviering in Wenen. Tante loodste de boys moeiteloos naar het “Silvesterpad”, een wandelroute langs allerlei pleinen in de stad waarop van alles te zien, doen en eten en drinken was. Het was zo ontzettend gezellig – en ze kwamen met de niet al te mobiele Tom niet verder dan het derde plein – dat ze nauwelijks doorhadden dat het richting middernacht ging. Ze vonden nog net een mooi plekje om naar het zeer uitbundige vuurwerk te kijken. Tom zat stevig tegen Stijn aan en fluisterde “Weer eens iets anders dan de sterrenregen hè…?” Stijn gaf hem spontaan een warme zoen op zijn wang.

Op Nieuwjaarsdag waren ze weer comfortabel met de KLM (toch wel zo prettig, aldus tante) naar Amsterdam gevlogen en met de trein terug naar hun eigen stad gegaan. Die avond gingen ze allemaal vroeg naar bed. An zou de volgende dag alweer naar Genève vertrekken en een poos wegblijven, en Stijn moest direct weer flink aan de bak op het Stadhuis. Tom ging proberen om thuis zijn werk voor de cultuurredactie van de regionale krant weer op te pakken. Toen ze ’s avonds in bed lagen zei Stijn het nog maar eens: “Die tante van jou, dat is me er eentje.” Tom keek hem met een grote lach aan, zoende Stijn zachtjes op zijn mond en zei “Welterusten lieverd, en wees maar blij dat ik maar voor de helft zo gek ben als zij.” Tevreden sliepen ze daarna in, waarbij Tom zijn arm stevig om Stijn had heengeslagen.

 

Tekst: Christian Curré
Illustraties: Wilbert van der Steen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.