Dateleven #1: op zoek naar vlinders met Tim den Besten

In haar rubriek Dateleven gaat Wendy op stap met spraakmakende en inspirerende niet-hetero’s. Wat het ontdekken van haar seksuele voorkeur betreft is ze een laatbloeier, en daarom vindt ze het interessant om anderen te bevragen op date. Als young-gay ontdekt ze zo dingen over zichzelf en homoseksualiteit die voor iedereen – ongeacht de geaardheid – leuk en herkenbaar zijn.

Tekst: Wendy van der Waal

Een druilerige dinsdagmiddag. Ik zet voet in het café van de Hortus Botanicus. Ik zie hem verzonken in zijn telefoon aan een tafeltje zitten. ‘Hoi!’ zeg ik en geef hem een zoen op zijn wang ‘net als bij mijn echte dates’ en ik ga zitten.

Het is altijd een beetje onwennig, dat gedate. Met een arsenaal aan appjes heb ik de voorbije jaren wel vaker met wildvreemden afgesproken. Voor mij was dat het perfecte middel om mijn vrij late coming out te onderzoeken. Het is altijd een mix van ongemak en nieuwsgierigheid. Om dat eerste een beetje dragelijk te maken doe ik mijn best om een leuke locatie of activiteit te vinden. Vandaag is dat dus de botanische tuin. ‘Ik heb gehoord dat ze hier lekkere warme kassen hebben waar vleesetende planten en vlinders in zitten’, zeg ik tegen hem. Voor iemand die een programma met de titel ‘Beestieboys’ heeft gemaakt leek me dat wel toepasselijk.

‘Tim is op elk beeld dat ik van hem zie een blij ei en die lust ik wel.’ – Wendy

Tim den Besten is zo’n typisch vrolijk, leuk, en creatief persoon die niemand – op Yolanthe Sneijder-Cabau na – kan haten. Je kunt hem kennen van zijn onlangs verschenen boek ‘Zou er wifi in de hemel zijn?’ of zijn column ‘quinoakutten’. Naast geschreven woord is hij ook heel bedreven in het maken van documentaires en televisieprogramma’s. Zo kun je hem met beeld en geluid zien poepen in het VPRO programma ’Super Stream Me, omdat hij samen met zijn collega Nicolaas Veul zichzelf twee weken lang liet volgen door een camera. Mijn persoonlijke favoriet is zijn documentaire ‘Een man weet niet wat hij mist’, waarin hij voor het eerst seks heeft met een meisje omdat hij voorheen alleen nog maar het bed met mannen gedeeld heeft. Uit zijn werk straalt altijd een soort kwetsbaarheid en nieuwsgierigheid en dat vind ik interessant. Bovendien is Tim op bijna elk beeld dat ik van hem zie een blij ei en die lust ik wel.

Ik begin maar meteen: ‘Dusse, date jij vaker?’ ‘Nee, op dit moment niet’, antwoordt hij. Dat ik deze man nu heb weten te strikken voor een afspraakje geeft me zodoende een éxtra bijzonder gevoel. Sinds een tijdje is hij weer vrijgezel dus daar heeft hij (nog) geen zin in. ‘Ik ben er nu wel oké mee, en er gewend aan, het is toch een soort afkickproces’.

Tim is dus een niet-hetero en als we het uitvoeriger specifiëren, iemand die zich identificeert als homo. Van zijn geaardheid was ik me tot voor kort eigenlijk helemaal niet bewust, maar dat zou je onder andere kunnen wijten aan mijn gebrekkige gaydar. Om te beginnen ben ik altijd heel erg benieuwd hoe iemand er bij zichzelf achter is gekomen dat er meer is dan de heteronormatieve samenleving. Hij was er schijnbaar vroeger bij dan ik. ‘Ik weet nog wel dat er een meisje was op de basisschool, een beetje een tomboy, die vond ik al best wel leuk en ik wist niet zo goed waarom,’ zegt hij, waarop hij een nipje van zijn gemberthee neemt. ‘Ik werd altijd een beetje verliefd op meisjes die hun petjes achterstevoren droegen, in bomen klommen en voetbalden’.

Grappig en herkenbaar, omdat ik zelf drie jaar geleden – Ik was toen 27 – het eerste inzicht kreeg in mijn eigen homoseksualiteit doordat ik met een man met ‘vrouwelijke trekjes’ aan het klooien was en voorheen altijd op beren viel. Schijnbaar pikken we toch kenmerken op in anderen die we als mannelijk en vrouwelijk ervaren, en voelen we ons daar wel of niet door aangetrokken. Tim legt uit ‘Ik weet nog wel dat ik als jongetje naar een clip van Britney Spears keek, en dan eerst naar Britney keek, maar nog veel meer naar de mannelijke dansers. Je weet het dan al wel, maar je weet nog niet dat het een naam heeft.’

Terwijl Tim vertelt kijk ik terug naar momenten uit mijn eigen jeugd en zie ik nu ook wel in dat vroeger mijn seksuele voorkeur eigenlijk ook al best zichtbaar was. Ik heb dat jarenlang onderdrukt omdat ik het als iets ongewoons zag. En om maar niet op te hoeven vallen probeerde ik zo normaal mogelijk te zijn, daar paste lesbisch zijn dus niet bij. Ik luister aandachtig verder naar Tim’s verhaal en hij vertelt verder: ‘Zo rond mijn 15e werd ik voor het eerst verliefd op een jongen, toen had ik schijt en mocht iedereen het weten,’.  Hij gniffelt er een beetje bij ‘Ik voelde een soort oerkracht en dacht zelfs: als mijn ouders me nu niet meer willen, maakt het me niet meer uit.’

Dat krachtige gevoel herken ik ook, bij mezelf kwam er op dat punt van zelfacceptatie een bulk aan energie vrij en voelde ik me trotser dan ooit. Een mooi meisje aan mijn zijde mocht door iedereen gezien worden, de liefde was zichtbaar. Ik vraag of dat voor hem ook geldt. ‘Hand in hand lopen met een jongen op straat doe ik eigenlijk nooit, dat trekt te veel aandacht’ antwoordt hij. Ik knik en denk aan mijn eigen ervaringen, waarbij gestaar de norm is en mijn liefdesuitingen voor een vrouw abnormaal is door de ogen van veel anderen.

‘Misschien zou ik het juist wel moeten doen,’ zegt hij er achteraan ‘je maakt een statement, maar dat vind ik er ook juist ongemakkelijk aan.’ Wat ik daar op moet zeggen weet ik niet zo goed. Het gestaar is namelijk tot daar aan toe, maar het gaat ook regelmatig gepaard met vervelend en ongevraagd commentaar. Droevig genoeg mag ik nog van geluk spreken dat mij fysiek nooit iets is aangedaan, als ik de ervaringen van andere niet-hetero’s mag geloven.

‘Gaypride is een van de weinige echte homo-feestjes waar ik kom, al moet ik zeggen dat ik de boten echt inspiratieloos vind.’ – Tim

‘Zullen we op avontuur, trouwens?’, vraag ik, en verder pratend lopen we de botanische tuin in.Van gay-uitgaan houdt Tim niet echt, vertelt hij me. Dronken homo’s vermijdt hij liever en te veel Beyoncé remixes op een avond stemmen hem een beetje verdrietig. Zelf ben ik niet vies van een portie Queen Bey, maar ik moet bekennen dat ik de behoefte, ondanks mijn seksuele voorkeur ook niet per se ieder weekend voel.

‘Gaypride is een van de weinige echte homo-feestjes waar ik kom, al moet ik zeggen dat ik de boten echt inspiratieloos vind. Het is één van de grootste prides van de wereld, waarom wordt er dan niet meer energie gestoken in het maken van leuke boten? Vaak zijn ze gewoon beplakt met promotionele stickers van bedrijven en is iedereen in een gekleurd shirt gehesen. Ik mis de creativiteit een beetje,’ zegt hij.

Ondertussen flitsen bij mij de twee prides die ik heb meegemaakt door mijn hoofd. Ondanks de commercie ten overvloede is het voor mij als yung-gay een fantastische ervaring, en heb ik me eerder nooit zo trots en vrij gevoeld. Maar het zou geen kwaad kunnen als een hoge pief van een miljoenenbedrijf er eens een creatief brein bij zou betrekken om de vloot wat minder doorsnee te maken. Misschien wel het creatieve brein van Tim? Ik ben wel benieuwd hoe hij zijn vaartuig vorm zou geven, het zou zo maar eens de mooiste van de hele parade kunnen worden. Hij gaat hem alleen niet zelf aanvoeren, maar er dan vanaf de oevers naar staan kijken. Want uitgerekend op die dag schaart hij zich wél onder de dronken homo’s, en het scheelt dat hij er dan zelf ook eentje is.

‘Trouwen wil ik misschien ooit wel, maar dan moet ik mega verliefd zijn. dat ben ik niet zo snel.’ – Tim

We lopen een kas vol cactussen in en passeren een joekel van een woestijnplant. ‘Wat vind jij hier nou van als lesbienne?’ Ik slik een kontseksgrap in en antwoord dat lesbiennes zeker niet vies zijn van een fallusvormig object op zijn tijd (aan dit vooroordeel kun je overigens een aparte column wijden). We lopen over de kronkelige paden langs de bananenbomen, via de schildpadjes naar de vlinders. Maar na wat zoeken blijken die behoorlijk verstopt te zitten. ‘Als je je had verheugd op een vlinderpretpark, dan is dit wel een teleurstelling’, zegt hij. Ik kan hem geen ongelijk geven. Als we elkaars gezelschap niet hadden dan was het een naast geld- ook tijdsverspilling.

Op pilaren liggen half vergane stukjes fruit en even kijken we gebiologeerd naar een groepje cocons. Op een enkel fladderend beestje na is er geen vlinder te bekennen. Bijgekomen van de deceptie gaan we onder een boom op een bankje zitten en ik vraag hem naar zijn #relationshipgoals. ‘Trouwen wil ik misschien ooit wel, maar dan moet ik echt megaverliefd zijn. En dat ben ik niet zo snel.’ Zelf ben ik de verliefdheid de afgelopen jaren in verschillende vormen en maten tegengekomen, maar ik vind het soms maar lastig te duiden. Ik vraag naar Tims definitie.

‘Liefde is een beetje dat je diegene wilt zijn, maar toch ook wilt opeten’ – Tim

‘Liefde is een beetje dat je diegene wilt zijn, maar toch ook wilt opeten’, legt hij uit, waarop hij zegt dat hij de decembermaand best wel gekkig vindt, zo zonder geliefde. Voor mijzelf is het inmiddels de derde vrijgezelle Kerst op een rij. ‘Ben je nou een eenzame lesbienne?’, vraagt hij. ‘Zeker niet, de feestdagen puilen uit van liefde dit jaar’, antwoord ik. Ik denk oprecht dat de toename aan (zelf)liefde die mijn coming out tot stand heeft gebracht het leven veel mooier heeft gemaakt. Wat waar is voor de Hortus Botanicus, geldt ook voor de liefde.  Als je te hard zoekt naar vlinders, zul je ze niet vinden. We lopen terug naar de falluscactus om wat selfies te maken. En die vlinders? Ach, die zullen zich vast wel weer eens ontpoppen.

Vond je dit interview leuk, en wil je meer Tim? Bekijk dan vanaf 28 januari zijn nieuwe wekelijkse tv-programma ‘Tims Tent: maar dan in een bungalow’.

In de volgende aflevering gaat Wendy op date met Tofik Dibi. Ken je nog meer leuke inspirerende niet-hetero’s waar zij echt eens op date moet? Stuur dan een mailtje.

One thought on “Dateleven #1: op zoek naar vlinders met Tim den Besten

  1. Anoniempje schreef:

    Wat een droomvent die beste Tim.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *