STIJN | Feuilleton #6

STIJN

“Je haar geurt heerlijk naar dennennaalden”, sprak Tom ergens diep ingegraven achter Stijns oor. “Ik denk eerder dat het de kerstboom is die, na twee weken braaf met zijn lampjes gloeien, zich uit het diepst van zijn kluit in leven probeert te houden”, antwoordde hij. “Wat ben je toch een romanticus”, lachte Tom hard bij zijn oor. “Nou ja, misschien is het ook wel mijn stoere mannelijke zweet dat naar Zweedse wouden ruikt, daar zou je weleens een punt kunnen hebben”, sprak Stijn met extra diepe stem, terwijl hij zich bijdraaide en zijn been over dat van Tom sloeg. “Je gloeit wel braaf uit het diepst van je kluit”, zei deze plagerig, wat voor Stijn een teken was om tot een nieuwe passionele aanval over te gaan.

Toen na een flinke tijd het vuur weer even tot rust was gekomen en Tom nog nahijgend met zijn hoofd op Stijns borstkas lag, trok hij liefdevol met zijn wijsvinger strepen tussen navel en tepel en zei verheerlijkt: “Ik heb jou nog niet moe kunnen krijgen sinds ik uit het ziekenhuis ben gekomen; pas je wel een beetje op met deze patiënt?” Hij keek expres verontwaardigd omhoog in het gezicht van Stijn en daarna naar beneden, waarbij hij met een glimlach vaststelde dat zelfs zijn woorden zijn minnaar niet onberoerd lieten. “Vind je het gek”, reageerde Stijn, “Door al het gedoe rond jouw beenbreuk en je moeder met haar hartproblemen heb ik, na onze romantische sterrenkijk-avond, nogal lang de kans gehad om mijn verlangen op te potten. Ik kan me nu eindelijk laten gáán..!” De armbeweging die hij daar theatraal bij maakte zorgde er wel voor dat hij Tom ook nog bijna een hersenschudding bezorgde, maar deze was als een behendige acrobaat uitgeweken naar onderen, om aan dat vurige verlangen dan nog maar eens tegemoet te komen.
Toen de jongens uiteindelijk – ongeveer tegelijk nota bene – na weer een tijdje te hebben liggen soezelen op de klok keken, stelde Tom hardop vast dat het al kwart over negen was en dat ze nog niets hadden gegeten sinds de lunch. Stijn was redelijk op tijd thuis geweest, maar door alle vrijages – die al begonnen waren toen hij met zijn jas aan bovenaan de trap door Tom was opgewacht – was de tijd omgevlogen. Tom was dan wel van zijn gips af, maar zijn been zat zeer stevig ingezwachteld en hij had zich nog maar een paar maal kort, steunend op Stijn, buiten het huis begeven om even een frisse neus te halen. Daardoor waren alle praktische zaken toch vooral op de schouders van Stijn terechtgekomen. Hij had zoals verwacht en voorspeld ‘op commando’ van Tom flinke hoeveelheden kerstversiering van zolder moeten halen (en uit de winkels, want er waren “zulke prachtige nieuwe dingen”), waarmee hij op aanwijzing de ook door hem naar boven gesleepte flinke kerstboom had versierd. Het resultaat kon Toms goedkeuring wegdragen, want hij had gelukzalig om zich heen gekeken toen het klaar en naar zijn zin was. Wel was het uiteraard nodig om aan het eind van iedere werkdag van Stijn – terwijl Tom ziek gemeld thuiszat – nog even “dit en dit” te veranderen “omdat het zoveel leuker staat en me de hele dag al irriteert”. “Ik ga wel even iets lekkers voor ons halen, kan nog net”, zei Stijn. Hij greep een oude plastic tas, trok snel zijn jas aan en roffelde de trap af.

Toen hij compleet doorweekt in de supermarkt rondscharrelde – want de kerst was dan wel aanstaande, maar het leek toch echt wel herfst – liet hij niet alleen zijn gedachten dwalen over de lekkere hapjes waar hij hun beiden op zou trakteren, maar ook over de afgelopen dagen. Hij had zich tamelijk makkelijk overgegeven aan het leven dat spontaan ontstaan was sinds Tom uit het ziekenhuis was ontslagen. Dit had hem eigenlijk zelf wellicht nog het meest verbaasd, want zo héél spontaan vond hij zichzelf in romantische ontwikkelingen nu ook weer niet. Daar had Sander, zijn vriendje van tijdens zijn studie, wel voor gezorgd door hem na twee jaar te verlaten voor een ander, waarvan later bleek dat de verhouding al enige weken gaande was geweest. En dat was nu juist de eerste keer geweest dat hij zich emotioneel kwetsbaar had gemaakt door zich helemaal ‘te geven’ in een wat serieuzere relatie. Zijn avonturen van vóór Sander waren toch vooral ‘flings’ geweest, bedacht hij zich terwijl hij stond te twijfelen voor het vak met toastjes. En ná Sander was hij verhuisd en hier gaan werken. Hij had weliswaar enkele min of meer succesvolle dates met jongens gehad, maar hij had het lastig gevonden om iemand echt te vetrouwen als het wat serieuzer dreigde te worden. Nee, het waren echt de spontane, welgemeende warmte en hartelijkheid van Tom geweest die hem weer wat hadden laten onstspannen op dit vlak, vanaf die eerste avond in de Dancing Queen tot aan, ja, nu. Tom was een’character’, een jonge journalist met een groot netwerk, veel kennis, een duidelijke en doelgerichte interesse in hém, Stijn, en prachtige ogen en een heerlijk lijf… Stijn realiseerde zich dat hij zich nu beter even op zijn inkopen kon richten voordat hij al te opgewonden zou raken. Bovendien wilde hij ineens gewoon erg graag terug naar het warme en gezellige appartement. En vooral terug naar Tom.

Bij de drukke kassarijen (op dit uur nog steeds, volle karren en hele families, zag Stijn) zag hij in een andere rij ineens Bart staan, die verpleger van de afdeling waar Tom had gelegen en die wel erg overduidelijk van Stijn gecharmeerd was geweest, wat ook nog eens was gebleken op die onfortuinlijke dag van de Sinterklaasaankomst. Sindsdien had hij Bart zorgvuldig ontweken tijdens zijn ziekenhuisbezoekjes, maar nu zag hij hem daar staan met een kant-en-klaarmaaltijd en zes blikjes bier. Nou, dan hebben wij het zo een stuk gezelliger, bedacht Stijn zich terwijl hij tegelijkertijd onzichtbaar probeerde te zijn én zijn boodschappen in te pakken.
Toen hij omhoog liep langs het huisdeel van de tante van Tom (die met Kerst na lange tijd weer eens thuis zou zijn van haar werk voor een internationale hulporganisatie) realiseerde hij dat hij haar Siamees Sissi nog naar boven moest halen om haar eten te geven. Nou ja, zodadelijk maar, eerst die zware doos boven neerzetten. Maar toen hij de deur opendeed, zag hij tegelijkertijd hoe Tom dubbelgevouwen van het lachen op de bank naar adem hapte en hoe Marleen (Stijns beste vriendin) uitgebreid en met overdreven gebaren stond te playbacken op ‘All I Want for Christmas’ van Mariah Carey. Zodra ze Stijn echter in de gaten kreeg rende ze naar hem toe, sprong op en sloeg haar benen om hem heen, doorzingend “… is yoouuuuu!” Gelukkig had de verbouwereerde Stijn daarvóór zijn doos boodschappen al laten zakken op de grond. De uitbundigheid van Marleen voelde als een extra warme deken. Ze waren al sinds hun eerste studiedag bevriend en hadden samen al van alles meegemaakt, waarbij Marleens nuchtere houding en sarcastische humor Stijn al vaak door lastige periodes en beslissingen hadden heengeleid. Tom proestte het nu helemaal uit: “Nou, dat heb ik bij jou nog niet gedaan!” Waarop Stijn voor zijn doen tamelijk gevat antwoordde: “Misschien had ik het juist bij jou moeten doen, goede revalidatie”. “Auwauwaauw”, kermde Tom alvast en greep opzichtig naar zijn ingezwachtelde been. “Mietje!”, riepen Marleen en Stijn in koor. “Vanavond was ik anders een hele vent hoor!”, verdedigde Tom zich, “Vraag maar aan Stijn”. “Neeneeneenee”, riep Marleen met een schaterlach, “Alsjeblieft, ik wil nog eten hoor!”

Ze hadden rondom Tom en zijn plek op de bank met extra fleecedekens en enkele bijzettafeltjes een compleet ‘kerstnest’ gebouwd, vol met alle hapjes van de supermarkt en met de glühwijn die Marleen had gemaakt (één van de weinige dingen die ze kon maken, dacht Stijn, in zichzelf grinnikend). Op de achtergrond klonk een heerlijk foute kerst-playlist die Tom had opgezet, en terwijl ze zaten te eten en drinken tuimelden ze over elkaar heen met alle plannen en ideeën voor het komende lange kerstweekeinde. Tom zou op kerstavond door zijn ouders opgehaald worden om daar tot tweede kerstochtend ‘op het dorp’ te blijven zoals hij zelf zei, terwijl Marleen op een lang familieweekend in de Ardennen verwacht werd (“Fijn, voor de zoveelste keer heerlijk door de regen langs de Ourthe wandelen”, aldus haar. “Hopelijk krijgt mijn zus snel kinderen voordat we elkaar dood vervelen of vermoorden – je zou het in die bossen voor minder doen.”) Stijn zelf zou ook de vierentwintigste naar zijn ouders reizen (wat hem op een slim niet aflatend kruisverhoor van zijn moeder zou komen te staan sinds hij vorige week de naam Tom had laten vallen – ze had al lont geroken toen hij niet naar het traditionele kerstboomoptuigmoment was gekomen) en op tweede kerstdag Tom hier weer treffen. Die had de niet te weigeren uitnodiging gekregen om samen met Stijn (tante deed niet eens moeite om het in het midden te laten) te genieten van alles wat ze schijnbaar al bij de traiteur besteld had. “Maak je borst maar nat Stijnie, bij tantes overvloedige en gecoördineerde hartelijkheid ben ik een baby!”, zei Tom gespeeld waarschuwend. “Beter dan dat gezellige geploeter van ons in één van die culinaire watermolens daar”, mopperde Marleen nog na.

Om kwart over twee ging Marleen naar huis. Stijn bedacht zich met een schrik toen hij haar uitliet dat Sissi nog steeds geen eten had gehad en consulteerde Tom over dit probleem. “Ach, zet haar bakje maar gewoon om de hoek, ze zal wel als een boze prinses liggen te slapen”, zei deze. Stijn ruimde daarna de grootste troep op en kroop toen snel in bed bij ‘die engerd met die zwachtel’, zoals Tom zich vol zelfspot was gaan noemen. Toen Stijn met zijn wang op één van de achter het hoofd gekruiste armen van Tom leunde en door zijn oogharen naar de brandende kaars naast het bed keek, zei Tom ineens op serieuze toon: “Weet je dat ik het gewoon raar vind om je met kerst twee nachten niet te zien?” Hij keek Stijn nu schuin naar beneden aan, precies andersom als hoe ze dat eerder vandaag gedaan hadden. “Ik realiseer me echt heel goed dat dit een wervelwind van ontwikkelingen is geweest en dat ik veel van je gevraagd heb. Misschien heb ik me te weinig afgevraagd wat dit allemaal met jóú doet… Ga ik wellicht te snel voor je..?” Stijn raakte door deze lieve woorden zowel vertederd als opgewonden. “Te snel? Probeer mij maar eens bij te houden!”, sprak hij zelfverzekerd en rolde zich op Tom, die zijn vurige zoen direct gretig beantwoordde.

Christian Curré

Illustraties: Wilbert van der Steen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.