7 fases die iedere homoseksuele man doormaakt

Voor de een is het al duidelijk voordat hij naar de basisschool gaat. Voor de ander is het een werkelijke zoektocht naar zijn geaardheid. Zoals je inmiddels weet zat ik ergens daartussenin. Iedereen maakt wel zo’n ontwikkeling door. Want ja, als je het eenmaal verteld hebt is het toch best gek als je plots met je vriendin bij het kerstdiner aanschuift. Daarom deze week zeven fases die iedere homoseksuele man tijdens zijn zoektocht tegenkomt. Om fijn bij te dragen aan het stereotype of gewoon omdat het misschien wel heel herkenbaar is. 

  1. Ben ik wel echt homo?

Ja, die vraag stelde ik mezelf. In het begin twijfelde ik enorm. Zo erg zelfs dat toen ik zestien jaar oud was nog een vriendinnetje had. Er is eigenlijk geen goede manier om erachter te komen of je wel of niet op hetzelfde geslacht valt. Het overkomt je. Deze fase duurde voor mij het langst. Vooral omdat ik dacht dat er wel een meisje moest zijn waar ik me aangetrokken toe voelde. Toen het wel erg lang duurde voordat ik diegene tegenkwam, kon ik mezelf niet langer voor de gek houden.

  1. Ontkenning.

Er komt een moment dat iedereen plots vragen begint te stellen. “Je hebt het wel erg weinig over meisjes, he?” was een van de subtiele hints. Toch hield ik voet bij stuk. Homo? Nee, dat was ik absolúút niet.

  1. Misschien moet ik er maar aan toegeven.

Het is inmiddels wel duidelijk dat de vrouw van je dromen niet meer komt. Of dat ze simpelweg niet bestaat. Erg? Nee! Het accepteren dat je anders bent dan de rest komt met de tijd. Het kan zelfs heel leuk zijn.

  1. Bang zijn om vrienden of ouders te verliezen.

Zullen ze me in de steek laten? Nee, natuurlijk doen ze dat niet. Je ouders zouden er hoogstens wat moeite mee kunnen hebben, maar zelfs dat komt weinig voor. Maar: deze angst heeft iedereen gevoeld. Het is logisch. Je bent tenslotte bang dat mensen je af zullen vallen. Ik liep bijvoorbeeld een tijd rond met het waanidee dat mijn ouders het erg zouden vinden dat de kans op kleinkinderen zou slinken. Onzin natuurlijk. Sterker nog, de relatie met mijn ouders en vrienden is alleen maar beter geworden. En misschien komen die kleinkinderen ooit toch nog.

  1. Zeg het in de spiegel.

Voordat je het ook maar durft om jouw geheim aan iemand te vertellen, moet je dat natuurlijk wel oefenen. Zie het als een soort generale repetitie. Want je wil het wel zonder stotteren verkondigen. Iedere dag vertelde ik mezelf in de spiegel dat ik op mannen viel. Of het hielp? Na zo’n drie maanden dacht ik er klaar voor te zijn, maar op het moment suprême kon ik de woorden toch niet over mijn lippen krijgen.

  1. Testen bij je beste vriend.

Eens moet de eerste keer zijn. Ik vertelde het dus aan mijn beste vriend. Die wist het eigenlijk al heel lang, maar gaf mij de tijd om het mezelf ook te laten uitvinden. Het testen bij een goede vriend is ontzettend handig. Het leert je om de drempel over te stappen en dat de mensen waar je om geeft het zien als bijzaak in plaats van hoofdzaak. Over mijn beste vriend gesproken, ik schreef er eerder een column over.

  1. Eerst vertellen dat je biseksueel bent.

Want dat is “makkelijker”. Nou, niet dus. Het maakte het alleen maar ingewikkeld. Was ik uit de kast als biseksueel, kon ik een paar weken later opnieuw “echt” uit de kast komen. Niet zo heel handig dus. Gouden tip: kom meteen als homo uit de kast. Dan is het zowel voor jezelf als je omgeving meteen duidelijk. En scheelt je een hele boel uitleg.

Pepijn schrijft iedere zaterdag een column voor de Gaykrant. Lees hier zijn column van vorige week: Homomeester.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *