#metoo ‘an sich’ en ‘für mich’ [opinie]

Opinie

Waar ik vorige keer schreef over ‘genderverkramping’, wil ik het deze keer hebben over de maatschappelijke context waarin de #metoo-discussie plaatsvindt, en die eens vergelijken met de tijd waarin de eerste Gaykrant verscheen. Het is uiteraard een hele goede zaak dat er een beweging in de media is ontstaan om seksuele intimidatie aan de kaak te stellen – in welke gradatie dan ook – maar ik zie nog weinig bredere beschouwing.

Ik stel vast dat er een spagaat lijkt te ontstaan die met name voor jongeren nogal moeilijk vast te houden is. Al jaren hameren we erop dat juist zij niet alleen moeten socializen en daten via apps, maar dat ze ook hun spontane en live sociale vaardigheden moeten trainen en onderhouden. In dit verband is het wel grappig dat er zelfs een telecomprovider is die momenteel in advertenties op dit punt wijst. Bovendien leren ze via Catfish wat voor ongezonde situaties en relaties er kunnen ontstaan via/op internet (fakers, afhankelijkheid/intimidatie, verwachting versus echt). Aan de andere kant van de spagaat zien we dat door juíst de diep verankerde praktijk van het online daten plús alle waarschuwingen die ze krijgen over grensoverschrijdend gedrag naar aanleiding van #metoo en sexting én het vaak en veel kijken naar porno met name jongens totaal verward én verstard zijn geraakt juist als het om live flirten en intimiteit gaat. Want wat is nog ‘normaal’gedrag? En in wiens ogen? Waaraan moet je je meten?

Een vlogger wees mij de afgelopen dagen op het ‘grijze gebied’. Aanranding, verkrachting en intimidatie zijn duidelijk fout. Maar waar gaan flirten, indruk maken, aantrekking en lust eigenlijk over in ongewenst gedrag? Ik moet heel eerlijk zeggen dat als ik op mijn eigen dating-historie terugkijk er ook weleens awkward momenten waren waarvan ik me nu afvraag of ik geen dingen heb gedaan waar ik eigenlijk geen zin in had en anderzijds misschien weleens iets te enthousiast heb aangedrongen waardoor de ander wellicht iets verder ging dan aanvankelijk bedacht. Maar zoals René Diekstra in zijn column van deze week schreef: als man (in relatie tot vrouwen maar ook vaak bij gays onderling) word je als slachtoffer van seksuele intimidatie vaak überhaupt niet serieus genomen. ‘Mannen willen toch juist altijd..?’ Het omgekeerde taboe?

De Gaykrant begon op initiatief van Jan Deetman – gastheer van Club du Masher Stratumsedijk, Eindhoven) –  als gratis maandblad voor ‘homofiel Zuid-Oost Brabant’, het eerste nummer verscheen in januari 1980. Het tweede nummer heette al de Gaykrant en langzamerhand veroverde ‘het clubblad’ heel Nederland. Joop Boonstra werd directeur en Jan Deetman de eindredacteur. In nummer vijf verscheen voor het eerst een vrouwenpagina en in nummer zeven vertelde Rob de Nijs dat hij zijn leukste optredens had in nichtenkroegen. Met de ogen van nu lezen we dat stereotypen aan de kaak werden gesteld maar zien we ze net zo goed vrolijk gecreëerd en gekoesterd worden. Het ‘stuk van de maand’, de lolligheid van nichten en flikkers, de gezelligheid van elkaar opzoeken in speciale uitgaansgelegenheden. Maar tegelijkertijd zijn de pagina’s wel degelijk ook doorspekt van de emancipatiestrijd en het diepe bewustzijn dat het oprecht lastig was om je te uiten als wat we heden ten dage ‘queer’ noemen: anders dan de cis-hetero meerderheid.  Een volgende keer zal ik nog wat dieper ingaan op de specifieke nummers van die eerste jaargang.

Christian Curré
Christian Curré

Terug naar de termen waar ik mee begon: spagaat, onwenselijk gedrag en grijs gebied. Gaykrant (toen nog Gay Krant geheten) ontstond in de  jaren tachtig. In die tijd was er voor de regenbooggemeenschap – met de homo’s voorop – heel veel te (be-)strijden en een wereld te winnen: een wereld van gelijke rechten en maatschappelijke acceptatie. Er was nog geen internet, mensen kwamen live bij elkaar en beoordeelden elkaar op straat. De wat extremere variant van het COC, de Roze Driehoek, organiseerde in en vanuit Eindhoven provocerende acties om het bredere publiek te wijzen op het bestaan van gays. Twee zoenende mannen op de hoek van de markt; was dat provocerend? Ja, toen zeker. En nu ik erover nadenk, vandaag de dag helaas nog steeds/opnieuw. De maatschappij is mede door de (sociale) media opengegooid en iedereen kan nu programma’s bekijken over transgenders, daten via Tinder of Grindr en porno kijken zoveel als gewenst.

Hierdoor lijken echter de grenzen van wat ‘kan en niet kan’ (letterlijk en figuurlijk) flink opgerekt en dynamisch geworden, simpelweg omdat er een stortvloed aan direct beschikbare mogelijkheden is. Je verhouden tot een ander is echter nog steeds gebaseerd op ongeschreven regels en wederzijds goedvinden, in die zin is de tijdgeest veranderd maar toch ook weer niet. Jongeren zijn veranderd, maar toch ook weer niet, want emotioneel ontwikkelen ze zich ‘an sich’ niet heel veel anders dan vroeger. Maar wat alle nieuwe mogelijkheden voor hun betekenen (‘für mich’) is niet altijd zo duidelijk meer, niet in de laatste plaats voor henzelf. Ontdekken, stappen, drugs, online daten, porno, sexting, pesten, discriminatie, flirten, te voorzichtig zijn en te ver gaan: het behoort allemaal tot hun dagelijkse kost.

Er ligt hierdoor volgens mij meer verwarring op de loer over wat te duiden valt als ‘goed’ of ‘onwenselijk’ gedrag, met een grote grijze zone daartussenin. De wereld is niet meer zo maatschappelijk gestructureerd en verdeeld als begin jaren tachtig. Het enige dat we als Gaykrant anno 2017 kunnen doen – en moeten doen –  is de dynamiek beschrijven, in beeld brengen en duiden, zodat er een brede discussie mogelijk blijft over diversiteit en gedrag, over wat (on-)wenselijk gedrag is tegen wie, in welke situatie en wanneer. Waarbij we ouders, leraren, gamechangers, stakeholders en influencers allemaal moeten verenigen en voorhouden dat er zowel een #metoo als een #tome is: je eigen vrijheid houdt op daar waar die van de ander begint. Respect is derhalve nog steeds het toverwoord.

Christian Curré

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *